Vrijgelaten gijzelaar gaat 'al het eten eten'

LONDEN, 27 aug. Brian Keenan, na ruim vier jaar als gijzelaar vrijgelaten uit een raamloze, betonnen kelder ergens in Beirut, nipte in het Ierse regeringsvliegtuig dat hem zaterdag van Damascus naar Dublin vloog aan zijn eerste zoete bruine Guinness-biertje. 'Ik ga alle landen in de hele wereld bezoeken, al het eten in de wereld eten, alle dranken drinken , met alle vrouwen ter wereld, hoop ik, naar bed en dan misschien een nacht lang lekker slapen', had hij op een persconferentie in de Syrische hoofdstad Damascus gezegd.

Maar in Dublin, waar hem een opgetogen welkom wachtte van een menigte onder wie zijn in april vrijgelaten celgenoot Frank Reed, vatte hij zijn gemoedstoestand treffend samen: 'Ik word heen en weer geslingerd tussen twee emoties. Ik ben overdonderd door de genegenheid hier, maar een ander deel van me gaat terug naar die mannen die ik daar heb achtergelaten'. Brian Keenan, de protestantse loyalist uit Belfast die zijn vrijlating te danken heeft aan zijn passie voor een verenigd Ierland, is volgens de eerste medische rapporten in opmerkelijk goede conditie. Hij bracht nieuws van de Amerikaanse gijzelaars Terry Anderson en Thomas Sutherland en van de Britse journalist John McCarthy, maar niet van de afgezant van de aartsbisschop van Canterbury Terry Waite, noch van de in Beiroet wonende, bejaarde Jack Mann.

Nu ook de Ierse regering prat kan gaan op het bewerkstelligen van de vrijlating van een gijzelaar, treft de Britse regering als enige het verwijt dat ze kennelijk niet genoeg doet om haar onderdanen vrij te krijgen. De Ierse regering zegt dat er geen geheime afspraken gemaakt zijn teneinde Keenan vrij te krijgen, maar prees wel expliciet de regeringen van Syrie en Iran voor hun hulp en bemiddeling. Groot Brittannie onderhoudt met geen van beide landen diplomatieke betrekkingen. De Britse staatssecretaris voor buitenlandse zaken, William Waldegrave gaf gisteren toe dat het 'toenemend frustrerend is dat we niet kunnen praten' en voegde daaraan toe: ' Zonder de problemen die nog bestaan met betrekking tot die landen te willen bagatelliseren we zijn aan het nadenken, en verder dan dat wil ik niet gaan, over de vraag hoe we een structuur kunnen creeren waarin we in staat zijn met die twee belangrijke landen te praten.'