Thatcher: niet met Irak onderhandelen

LONDEN, 27 aug. Onderhandelen met president Saddam Hussein over een oplossing van de crisis in de Golf is volgens premier Thatcher van Groot- Brittannie uitgesloten. 'Er valt niet te onderhandelen met iemand die met geweld bezit neemt van het land van anderen', zei de premier gisteren. Haar opmerking kwam voor de aankondiging van de bemiddelingspoging van VN-secretaris-generaal Perez de Cuellar en ging ook vooraf aan een telefoongesprek met de Amerikaanse president Bush, gisteravond.

Maar woordvoerders in Londen zeggen dat de beide regeringsleiders 'absoluut een lijn trekken' en vastbesloten zijn ervoor te zorgen dat de sancties jegens Irak hun uitwerking hebben.

De Britse regering bij monde van staatssecretaris van buitenlandse zaken William Waldegrave onderstreept dat Perez de Cuellar bij zijn bemiddelingspoging strikt is gebonden aan de VN-resoluties en geen ruimte heeft om te onderhandelen.

Het Britse standpunt is het Amerikaanse: eerst terugtrekking van Irak uit Koeweit en dan valt er mogelijk te praten.

In de woorden van premier Thatcher: 'De Verenigde Naties hebben gezegd dat hij zich volledig dient terug te trekken uit Koeweit en het wettige gezag moet herstellen. Ik betwijfel ten zeerste dat hij dat zal doen.' En: 'Je hebt hier te maken met een dictator, een absolute tiran, die een schandelijke vertoning op televisie met kinderen houdt, die niet heeft geaarzeld chemische wapens te gebruiken jegens onschuldige mensen. Deze man is een despoot en een tiran en hij moet worden tegengehouden.'

De krachtige taal van de Britse premier wordt hier niet uitgelegd als een verhulde waarschuwing dat een oorlog onmiddellijk aanstaande is. De stemming in Londen is vooral die van business as usual en noch Thatcher noch oppositieleider Neil Kinnock acht het tot nog toe nodig de temperatuur onnodig op te voeren door het parlement van reces terug te roepen. De premier ontvangt later deze week koning Hussein van Jordanie, die ook aan een bemiddelingspoging werkt, en vertrekt dan zelf voor een al eerder gearrangeerd werkbezoek aan Finland, dat niets te maken heeft met de spanningen in de Golf. De Britse minister van defensie Tom King reist vandaag naar het Midden-Oosten voor bezoeken aan Saoedi-Arabie, Bahrein en Oman. Hij zal daar ook Britse militairen (luchtmacht en verbindingen) opzoeken.

In Koeweit is gedurende het weekeinde opnieuw een aantal Britten aangehouden, onder wie een acht maanden zwangere vrouw die een geboortekliniek had bezocht. Zij zijn naar Irak overgebracht, waardoor het aantal direct door de Iraakse regering gegijzelde Britten in en om Bagdad nu 157 bedraagt. De naar schatting 3.000 Britse onderdanen in Koeweit zijn sinds vrijdag daadwerkelijk afgesneden van hulp van de Britse ambassade, die als andere Westerse ambassades wordt belegerd door troepen. Het Iraakse leger heeft water en elektriciteit afgesneden, waardoor ook het contact met het Foreign Office in Londen wordt bemoeilijkt. Uit Bagdad, waar enkele tientallen Engelsen hun toevlucht hebben gezocht in de normaal geopende Britse ambassade, kwamen dit weekeinde de eerste televisiebeelden van cameraploegen uit Londen. De Iraakse overheid stoorde de transmissie van directe interviews met de Britse ambassadeur, maar liet toe dat de kijker in Engeland zag hoe er door de Britten onverstoorbaar gekampeerd werd in de parkachtige tuin en hoe er cricket werd gespeeld op het grasveld.

Twee opiniepeilingen die gisteren werden gepubliceerd vertoonden tegenstrijdige tendenzen over de mate waarin Thatchers regering populairder wordt in deze tijden van crisis. De steun voor de beslissing om strijdkrachten naar de Golf te sturen is groter dan tijdens de Falklandoorlog in 1982: tot nu toe meer dan 80 procent van de ondervraagden. Maar Labour handhaaft in alle opiniepeilingen zijn voorsprong op de Conservatieven met ten minste 12 punten. Aangenomen wordt dat de bezorgdheid over de economie het voorlopig nog wint van de gevoelens van solidariteit met een leider-in-oorlogstijd. Een van de peilingen laat zien dat in de afgelopen maand de onderwerpen buitenlands beleid en inflatie de grootste belangstelling van de kiezer hebben ondervonden.