'Spuitbussen moeten uit de handel genomen worden'

AMSTERDAM, 27 aug. Riek Hoogkamp, oud-raadslid voor de CPN in Amsterdam, houdt zich sinds 1986 als 'troubleshooter' bezig met het voorkomen van vandalisme in de hoofdstad. Dit Amsterdamse project is een van de vijf nominaties voor de Hein Roethof Prijs 1989, die vanmiddag in Den Haag is uitgereikt. De winnaar van de prijs krijgt 10.000 gulden. 'Maar genomineerd zijn is op zich al een waardering voor je werk', aldus Hoogkamp.

De Hein Roethof Prijs wordt, op initiatief van het tijdschrift Samenleving en Criminaliteit, sinds 1986 jaarlijks uitgereikt aan het project dat de beste resultaten heeft geboekt met de preventie van veel voorkomende criminaliteit. Van de 27 aangemelde initiatieven heeft de jury, naast het werk van Hoogkamp, twee projecten in Rotterdam, een uit Dordrecht en een uit Zoetermeer genomineerd.

Samen met gemeentelijke instellingen en betrokkenen uit de buurt probeert Hoogkamp vandalisme te bestrijden. 'Ik stimuleer de mensen, maak ze enthousiast om er iets aan te doen. Mensen durven geen aangifte te doen uit angst voor repressailles. Ik maak ze duidelijk dat het wel zin heeft de politie in te schakelen, ook anoniem. Een buurt leeft enorm op als er maatregelen worden genomen na klachten. De sociale controle gaat weer werken.' 'Vandalisme' omvat een groot aantal misdragingen en overtredingen, voornamelijk gepleegd door jongeren tussen 7 en 16 jaar, zo is Hoogkamp gebleken. Ze vernielen telefooncellen, lantarenpalen, trams, auto's, fietsen en plantsoenen, en bespuiten muren en andere objecten met leuzen en tekeningen. (Hoogkamp: 'Spuitbussen zouden uit de handel genomen moeten worden'). Groepjes jongeren bedreigen ouderen of vallen ze aan. Ze stoken vuurtjes of mishandelen dieren.

Toen de kleine linkse partijen, verenigd in Links Amsterdam, in 1986 bij de verkiezingen maar zes zetels haalden, stond Hoogkamp (CPN) op straat. Ze was acht jaar gemeenteraadslid geweest, met onder meer jeugdzaken in haar portefeuille. De gemeente bood haar werk aan. Ze koos voor 'vandalisme-preventie', een onderdeel van het gemeentelijk actieplan ter bestrijding van kleine criminaliteit. Vrijwel eigenhandig zette Riek Hoogkamp het project 'troubleshooter' op. Ze ging de buurten in, keek rond en sprak met bewoners om zich een beeld te vormen van de problemen. Ook stelde ze een telefonisch spreekuur in, waar mensen gevallen van vandalisme kunnen melden. 'Ik vraag mensen of ze weten wie het doen. Ook trek ik de klachten na bij de politie.'

Als de dader is gevonden, schakelt Hoogkamp het gemeentelijke bureau Het Alternatief (HALT) in, dat nu ongeveer een jaar bestaat. Dat bureau gaat op zoek naar een 'alternatieve' straf, die meestal bestaat uit het herstellen van de aangerichte schade. Hoogkamp: 'Wie het ook doet, het is van belang dat alles zo gauw mogelijk weer wordt hersteld. Want waar het een bende is, wordt het een nog grotere bende'.

Betrapte vandalen krijgen ook een boete.

Bij de aanpak van vandalisme schakelt de 'troubleshooter' de bewoners in, de politie, het wijkcentrum, het jongerenwerk, het HALT-bureau, het gemeentelijk woningbedrijf en de dienst groenvoorzieningen. Het jongerenwerk speelt, via het opzetten van activiteiten, een belangrijke rol bij het voorkomen van vernielingen. Want, aldus Hoogkamp: 'Verveling is echt de hoofdoorzaak van vandalisme. En stoer doen. Met bezuinigingen of werkloosheid heeft het niets te maken. De daders zijn allemaal schoolgaande kinderen.' Door deze vorm van samenwerking is bijvoorbeeld het Zaandammerplein nu al bijna een jaar 'schoon' en leefbaar. Ook de lagere scholen aan de Apollolaan zijn, dank zij de inspanningen van Hoogkamp en anderen, nu een jaar vrij van inbraak, vernieling en graffiti. Op de pleinen waar door Hoogkamp aangestelde toezichthouders werken, komt minder vandalisme voor. 'Dat is een zichtbaar resultaat. Verder zijn nu overal structureel groepjes met preventie bezig. Laait het vandalisme ergens op, dan weet je sneller hoe je het moet oplossen'. Dit jaar wordt het werk van Hoogkamp nog gesubsidieerd door het rijk. Of de gemeente Amsterdam het project van Hoogkamp zal overnemen, hoort ze pas in januari 1991. 'Ik zit bij de prioriteiten op de begroting en zo'n Roethof-nominatie is misschien in mijn voordeel. Het is leuk en afwisselend werk en het zet zoden aan de dijk. Wat mij betreft mag het nog even doorgaan'.