Saddam vergisten zich in Koeweitse oppositie

AMSTERDAM, 27 aug. De Koeweitse krant Al-Qabas is in de hele Arabische wereld bekend. Over belangrijke kwesties in Koeweit zelf berichtte Al-Qabas onvolledig, niet of onkritisch, omdat de eigenaar dat namens de heersende familie niet duldde. Dat is normaal en in overeenstemming met de politieke normen van vrijwel alle Arabische landen. Maar over de rest van het Midden-Oosten bracht Al-Qabas vaak zeer boeiende, soms ook verzonnen verhalen die natuurlijk zodanig moesten worden geschreven dat de broederlijke betrekkingen met de andere Arabische landen daardoor niet zouden worden aangetast. De krant wordt thans in Londen uitgegeven. Nog maar twee maanden geleden hadden de journalisten van Al-Qabas vrijwel zonder een uitzondering begrip tot zeer veel begrip voor wat er naast hun deur in Irak gebeurde. Zelf waren zij geen Ba'athisten omdat de Ba'ath, zoals alle politieke partijen, in Koeweit was verboden. Maar vanuit hun aanhankelijkheid voor het Arabisch nationalisme en hun weerzin tegen het antieke politieke systeem in Koeweit sympathiseerden zij met hetgeen de Ba'ath in theorie voorstaat: Arabische eenheid, Arabische vrijheid en Arabisch socialisme. Zij geloofden in Arabische solidariteit, vooral met de Palestijnen, en daaruit voortvloeiend een betere verdeling van de Arabische rijkdommen. Nu hebben diezelfde journalisten plotseling hun Koeweitse identiteit ontdekt. Nu kunnen zij zich niet fel genoeg uitdrukken over wat de Ba'ath in naam van de beleden idealen uitvoert in Koeweit. Langzaam beseffen zij dat zij niet alleen hun geld, hun goederen en hun land hebben verloren, maar ook een mooie droom. Want vanaf de jaren dertig hadden Iraakse en Palestijnse intellectuelen, leraren en schrijvers hen in contact gebracht met de idealen van het Arabische nationalisme.

Catalogus Toen Saddam Hussein zijn troepen het bevel gaf Koeweit binnen te vallen, verwachtte hij dat de Koeweitse oppositie zich juichend aan zijn kant zou scharen. Volgens Koeweitse bronnen werd Saddam in deze mening gesterkt door de informatie van zijn ambassadepersoneel in Koeweit. De ambassade had namelijk ter voorbereiding van de overval een catalogus opgesteld van de zaken die voor de overvallers het interessantst waren: De locatie van de banken en demilitair-strategische plaatsen die als eerste moesten worden bezet.

De namen en adressen van alle Irakezen die voor het politieke systeem in Bagdad naar Koeweit waren gevlucht en daar als ballingen leefden; enkele uren na de inval verscheen al de Mukhabarat, Saddams geheime politie, om hen naar Irak mee te nemen en passend te straffen. Een uitvoerige persoonsbeschrijving van al die Koeweiti's die zich de afgelopen tijd tegen het bewind van de emir hadden gekeerd en wier politieke steun nu moest worden ingeroepen.

Maar er liep een aantal dingen mis. In de eerste plaats had Saddam zich in de mogelijke reactie van het Westen vergist. Hij had en vanuit zijn standpunt terecht niet verwacht dat met name de Amerikaanse regering zo fel zou reageren op zijn gewapende 'hereniging van Irak en Koeweit'. Tenslotte had het Westen al zijn andere misdaden op nationaal en internationaal gebied altijd door de vingers gezien. Er was dan ook, zo dacht hij, geen reden om te vrezen voor gevaarlijke reacties van het Westen.

Saddam rekende er voorts op dat de Palestijnen, die in groten getale in het Koeweitse bankwezen werkzaam waren, de Koeweitse tegoeden gemakkelijk naar Iraakse bankrekeningen konden overmaken. Dat werd tot zijn woede en verbijstering verhinderd toen vrijwel alle landen de banktegoeden van Koeweit bevroren.

Oppositie

Saddam vergiste zich ook over de reacties van de Koeweitse oppositie. Deze zou zo verwachtte hij vanuit zijn wereldbeeld uit haat tegen het gevestigde systeem in Koeweit, zich onmiddellijk aansluiten bij de binnengevallen Irakezen. Dat had zijn ambassade hem gemeld. De Koeweitse oppositie, bestaande uit Arabische nationalisten en moslim-fundamentalisten, had immers sinds jaren ernstige bezwaren tegen de manier waarop de emir en zijn familie Koeweit bestuurden. Het had met name veel kwaad bloed gezet dat de familieleden van de emir werden bevoordeeld, toen de staat een paar jaar geleden was gedwongen diegenen schadeloos te stellen die ernstige schade hadden geleden bij een enorme beurskrach als gevolg van de handel in imaginaire aandelen. De emir zelf had de diverse oppositiefiguren altijd met veel succes tegen elkaar uitgespeeld. Maar de afgelopen maanden hadden zij zich gezamenlijk gekeerd tegen zijn besluit om het door hem in 1986 naar huis gestuurde parlement te vervangen door een pseudo-parlement. Zij waren bijeengekomen op divaniya's (de in Koeweit traditionele vergaderingen ten huize van iemand, waar men zich onder elkaar over alles en nog wat beraadt) om hun protesten te bundelen. Maar de politie had ongehoord en ongekend in de Koeweitse samenleving de divaniya's uiteengeslagen.

De Iraakse ambassade had daaruit de conclusie getrokken dat de Koeweitse oppositie met de invallers zou collaboreren. Dat blijkt een volstrekt verkeerde inschatting te zijn geweest. De drie belangrijkste oppositiefiguren uit het Koeweitse parlement Ahmed Khatib, Yassem el-Qattami en Ahmed el-Roubai hebben vorige week in Londen in een gezamenlijke verklaring hun trouw bevestigd aan de emir en diens familie als 'de enige wettige en constitutionele regering' van het land. Zij verzekerden dat zij nooit de legitimiteit van de heersende familie in twijfel hebben getrokken. 'Onze strijd voor de democratie en onze meningsverschillen met de Sabah-familie zijn een volstrekt binnenlandse aangelegenheid, die in het kader van de grondwet en zonder buitenlandse inmenging door de Koeweiti's zelf kan worden geregeld. De oppositie heeft welbekende hervormingseisen, maar kan geen politieke veranderingen accepteren die opgelegd zijn door het geweld van de kanonnen van een invasieleger.'

De verklaring, die de terugtrekking eist van de Iraakse troepen uit Koeweit en van de buitenlandse troepen uit het gebied van de Golf, klaagt de 'holle woorden' aan van de Iraakse leiders. 'Zij hebben de regio tien jaar achterop gebracht en een zware slag toegebracht aan de Arabische solidariteit. En zij hebben de strijd tegen de zionistische vijand veranderd in een strijd tussen Arabieren.' Wereldbeeld Saddams simpele wereldbeeld dat wie hem en de Ba'ath niet blindelings volgt, uit de weg moet worden geruimd, heeft hem in Koeweit parten gespeeld. Het moet volstrekt onbegrijpelijk voor hem zijn dat weldenkende mensen in 'de Zuidiraakse provincie Koeweit' zich voor Arabische eenheid en tegen de emir uitspraken, en dat diezelfde lieden nu toch de nationale staat Koeweit en zijn leider, de emir, trouw hebben gezworen. In Saddams wereld van totaal geweld, waarin uitsluitend plaats is voor liquidatie en waarin dialoog een onbekend begrip is, kan de houding van de Koeweitse oppositie niet worden ingepast. Daarom, zo denken Koeweitse ballingen, ging hij zo 'slordig' en overhaast te werk door na de invasie een voorlopige revolutionaire regering van Koeweit te vormen die uit Irakezen bestond, en vervolgens diezelfde regering opzij te schuiven en Koeweit te annexeren. Saddam is de gevangene van zijn eigen beslissingen geworden. De Arabieren die hem kennen, beseffen dat. Zij weten dat hij niet in staat zal zijn de annexatie van Koeweit ongedaan te maken en in te ruilen voor een politieke dialoog: hij kan dat tegenover zichzelf niet verantwoorden en hij kan het evenmin verkopen aan zijn achterban. Zij zijn er dan ook van overtuigd dat het zoeken naar 'een oplossing binnen een Arabische context', waarover Saddams bondgenoten praten, uitsluitend bedoeld is om tijd voor hem te winnen. Want iedereen beseft dat met elke week die verstrijkt, Saddams wapen van de gijzelaars scherper wordt en daarmee de vastbeslotenheid van het Westen wordt afgezwakt om met grootscheepse militaire acties daarop te reageren.