'Resolutie verbiedt ook baggeren'

NEW YORK, 27 aug. Het kantoor juridische zaken, spottend bijgenaamd de rechtswinkel van de Verenigde Naties, bevindt zich op de 34ste verdieping van het VN-hoofdkwartier in New York. Hier legt een klein team van juristen de laatste hand aan een speciaal rechtsadvies, dat voor de voortzetting van Nederlandse baggerwerkzaamheden in Irak doorslaggevend zal zijn.

Op verzoek van de sanctiecommissie die toeziet op naleving van embargo-resolutie 661 onderzoekt de juridische afdeling of dienstenverkeer met Irak is toegestaan. Deze week nog moet in drie a vier kantjes tekst de officiele interpretatie van deze resolutie op papier komen.

De afdeling zelf, onder leiding van de Westduitser Fleischhauer, zwijgt als het graf. Maar bronnen dichtbij de juridische raad beweren dat ingevolge resolutie 661 alle dienstverlenende activiteiten zijn verboden, dus ook baggerwerk. De sanctiecommissie, bestaande uit vertegenwoordigers van de vijftien leden van de Veiligheidsraad, zal, naar verwachting, dit advies volgende week overnemen.

Amerikanen en Britten hebben de Nederlandse ambassadeur Van Schaik reeds ondubbelzinnig te verstaan gegeven dat zij alle economische en financiele transacties met Irak in strijd achten met resolutie 661. De Fransen nemen een minder duidelijke houding aan. Daar is een reden voor. Naar verluidt zijn behalve Sovjet-wapeninstructeurs ook Franse technici in Irak werkzaam voor onderhoud aan gevechtsvliegtuigen en raketten.

De Nederlandse regering gaat er vooralsnog van uit dat het baggerproject van Volker Stevin en van Boskalis, dat honderd miljoen gulden kost, niet onder het handelsembargo valt. Op 16 augustus heeft Den Haag zich gericht tot de sanctiecommissie met een brief aan de Finse voorzitster Rasi. Zij heeft het schrijven laten circuleren onder de leden. Samen met andere verzoeken om opheldering over afwijkende interpretaties van het handelsembargo heeft de brief op 20 augustus de juridische raad bereikt.

Polen

De raad zal zich niet afzonderlijk uitspreken over de Nederlandse baggeraars, maar het dienstenverkeer met Irak in zijn geheel beoordelen. Het is niet waarschijnlijk dat Nederland in de sanctiecommissie voor de uitspraak nog zal worden gehoord. Het antwoord zal schriftelijk worden gegeven.

In zaal 8, in de catacomben van het VN-gebouw, buigt de sanctiecommissie zich deze week nog over verscheidene zaken. De vermeende ontduiking van het embargo door Polen zal ter sprake komen. In de Libische haven Tripoli heeft een Pools vrachtschip honderden kratten met onbekende inhoud, vermoedelijk wapens, gelost. Satellietfoto's hebben dit uitgewezen. Sindsdien is het aantal vluchten tussen Tripoli en Bagdad sterk toegenomen.

Jordanie zal, op verzoek van de commissie, meer gegevens aandragen waaruit moet blijken in hoeverre de Jordaanse economie te lijden heeft van het embargo. Jordanie was, met Bulgarije dat eveneens een claim heeft ingediend, het eerste land dat ingevolge artikel 50 van het Handvest compensatie verlangt.

Eerder heeft de juridische raad een uitspraak over de plicht van de honderdduizenden migranten in Irak en Koeweit om het embargo na te leven, geseponeerd. De vraag of deze werknemers uit Maleisie, India, Pakistan, China en Egypte gehoor moeten geven aan resolutie 661 en hun arbeid moeten staken is eerder een politieke dan een juridische kwestie. Personele jurisdictie is hier strijdig met territoriale. Ook over de vraag in hoeverre resolutie 661 voedselleveranties toestaat heeft de juridische afdeling zich beroepen op de oorlogsconventies van Geneve.

Voor dienstenverkeer, dus ook baggerwerkzaamheden, ligt de zaak duidelijker, beweren ingewijden. Dilemma hierbij is alleen: indien baggeren in strijd is met het handelsembargo, wat moet er dan gebeuren met de honderd Nederlanders op de zeven baggerschepen? Moeten ze hun werk, dat half september afloopt, staken en vertrekken? En zal Bagdad hen nu of na afloop van het karwei ongehinderd laten gaan?