KEIRIN BEVREDIGT JAPANSE GOKLUST

Hoewel het sprintnummer keirin uit Japan stamt was de publieke belangstelling voor de WK-finale van dit wieleronderdeel, afgelopen vrijdag in Maebashi, bepaald niet overweldigend. Maar in het sportpaleis van de honderd kilometer ten noorden van Tokio gelegen stad kon dan ook niet worden gewed op de winnaars. Bij gewone wedstrijden gebeurt dat steevast. Keirin heeft miljoenen Japanners in zijn greep. Er is een ware gok-industrie rondom de snelle fietsers ontstaan met een omzet van (in 1989) negentien miljard gulden.

De eerste keirin-races werden in 1948 afgewerkt in Kokura, dat momenteel deel uitmaakt van Kita-Kyushu. Gedurende vier dagen kwamen 55.000 nieuwsgierige toeschouwers naar de happening op de drafbaan van de stad. Uiteraard om te kijken naar de snelle wielrenners, maar vooral om een gokje te wagen. Ze telden daartoe samen tweeeneenhalve ton neer. Een maand later organiseerde Osaka met succes een soortgelijk festijn en in 1949 volgde Tokio. Keirin was niet meer te stoppen: in 1953 waren er in Japan al 63 banen.

Om aan de 'honger' van de op weddenschappen verliefde massa te voldoen was het zaak dat er voldoende vakkundige rijders kwamen. Voor hun opleiding draagt momenteel de Japan Bicycle Racing School in Shuzenhji zorg. Coureurs die denken aanleg te hebben kunnen daar, tegen betaling, tien maanden lang intern verblijven teneinde de theorie en de veel lastigere praktijk onder de knie te krijgen. Hoe moeilijk dat is leert de geschiedenis: slechts een op de elf leerlingen studeert werkelijk af en ontvangt een licentie.

Het aanbod van coureurs is desondanks groot. Per jaar komen er circa 150 renners bij; in juli 1990 stonden er 4.455 geregistreerd, onderverdeeld in de topklasse (de zogenoemde S-groep), gevolgd door de lagere A- en B-sprinters. De races worden, afhankelijk van de lengte van baan, verreden over 1200 tot 2.000 meter, waarbij de deelnemers langzaam beginnen om de gewenste positie te kiezen. Pas als de gangmaker (bij de WK een motorrijder, in Japan doorgaans een fietser) van het toneel verdwijnt en de bel voor de laatste ronde klinkt vliegt het tempo omhoog tot boven zeventig kilometer en snelt de groep van negen meestal wringend en duwend naar de witte eindstreep.

Mysterieus

Momenteel staan er jaarlijks zeshonderd keirin-races op het programma, verdeeld over vijftig velodromes overal in het land, waar de toeschouwers afhankelijk van het geboden comfort en het deelnemersveld vijftig tot honderd yen (ruim f. 6 tot fl.12) moeten betalen. Maar ze geven veel meer uit aan de weddenschappen. Zeker sinds keirin mondiaal een vlucht heeft genomen en de absolute top van de spurters regelmatig Japan aandoet om zich te meten met de vedetten uit dit mysterieuze land.

Voor die doorbraak zorgde met name de Japanner Koichi Nakano, vanaf 1977 (San Cristobal, Venezuela) tien jaar lang wereldkampioen op de traditionele sprint a deux. In 1980 werd keirin dank zij hem een WK-onderdeel en in 1981 inviteerde Japan voor deze specialiteit enige buitenlanders voor de zogenoemde 'International Exchange Race', waarbij overigens nog niet mocht worden gegokt. Later wel. In de vroege zomer van dit jaar kwamen tien rijders van overzee om mee te doen. Op zes banen rolde via allerlei weddenschappen liefst 1,8 miljard yen (216 miljoen gulden) binnen.

Maar ook de rijders werden niet vergeten. De Australier Stephen Pate was de grootverdiener onder de buitenlanders. Hij won zestien wedstrijden en meer dan fl.170.000 aan prijzengeld. Pate ging vrijdag in de WK-finale dan ook als favoriet van start. De krachtpatser bereikte de meet ook als eerste, maar in de chaotische slotronde gebruikte hij zijn ellebogen wat al te veel om het de concurrentie moeilijk te maken. Hij werd gediskwalificeerd en moest de gouden medaille aan de Oostduitser Michael Hubner laten.'They must be bloody well kidding', was het eerste commentaar van Pate, die na de race drie kwartier onafgebroken naar de grond zat te staren. Later toonde hij zich opgewekter. 'Ach', zei Pate, 'dit toernooi levert me financieel eigenlijk nauwelijks wat op. Ik ben in gedachten al weer bij de keirin-meetings van volgende zomer, want daar ligt toch het grote geld.'

De Japanse deelnemers aan het WK hebben soortgelijke ideeen, hoewel ze de regenboogtrui natuurlijk dolgraag om de schouders hadden willen hebben. Sinds keirin bij het WK werd ingevoerd (1980) is pas een Japanner er in geslaagd de hoofdprijs te veroveren: Harumi Honda in 1987. Dat is opvallend weinig voor een land met zoveel specialisten op dit nummer. Als verklaring voor hun teleurstellende prestaties voeren ze aan dat er bij het WK sprake is van een onvoorspelbaar koersverloop. 'Bij onze eigen wedstrijden', vertelde sprintkoning Koichi Nakano in Maebashi, 'kent iedereen elkaar door en door. Maar bij het WK komen er ineens allerlei vreemde snuiters op de baan, die de meest verrassende manoeuvres uithalen.'

De Japanse wielerbond wist de geroutineerde Naikano, die al min of meer een punt achter zijn loopbaan had gezet, over te halen aan het WK-keirin in eigen land mee te doen. Hij faalde echter, zowel in de serie als in de herkansing.

Populair 'Ik heb mijn leeftijd tegen', zo luidde het excuus van de 34-jarige Nakano, die dank zij zijn snelheid op de fiets veelvoudig miljonair is geworden. Of hij nog in het keirincircuit terugkeert is zeer de vraag. De organisatoren hopen van wel. Want de aanwezigheid van de populaire maestro zal de geweldige belangstelling alleen maar vergroten. Sinds 1948 bezochten meer dan 1,1 miljard mensen een van de banen; alleen al in 1989 waren dat er 27,2 miljoen, van wie de meesten enkel kwamen om te wedden.

Samen met de gokkers thuis die de races via de televisie volgen en telefonisch inzetten brachten ze negentien miljard gulden in het laatje. Driekwart van die som ging op aan betalingen aan de winnaars. Het kwart dat over bleef, minus de gemaakte kosten, kwam het hele Japanse volk ten goede. De bedragen vloeiden onder andere naar talloze medische- , culturele- en onderwijs-instellingen. Zo was er twee jaar geleden dank zij het keirin 260 miljoen gulden beschikbaar voor de bouw van scholen.