Impasse op informele vergadering olieministers in Wenen; Compromis moet OPEC redden

WENEN, 27 aug. OPEC, de organisatie van dertien olie-exporterende landen, heeft gisteren nog geen oplossing bereikt voor de interne crisis waarin Saddam Hussein het kartel door zijn avontuur in Koeweit heeft meegesleurd. 'Misschien zijn we niet eens in staat dit probleem op te lossen en moeten we er voorlopig gewoon mee voortleven', zei een lid van de Iraanse delegatie vannacht, na een eerste, lange informele vergadering in Wenen.

De strijdvraag betreft de hoeveelheid olie die het kartel op de markt moet aanbieden, nu de produktie van Irak en Koeweit, zo'n 4,5 miljoen vaten ruwe olie per dag, is weggevallen door het internationale embargo. Sadek Boussena, de Algerijnse olieminister en fungerend voorzitter van de OPEC, heeft de hele week een hotelsuite afgehuurd om te proberen het gezicht van de organisatie te redden. De elf aanwezige olieministers (Irak en Libie lieten het afweten) werden ook tijdens het diner angstvallig afgezonderd van de pers. Tegen zeven uur liet Boussena grote schalen met voedsel zonder varkensvlees aanrukken.

Maar de gemeenschappelijke maaltijd had gisteravond de 'prijshaviken' en de meer gematigden nog niet tot elkaar gebracht. Iran wil met medestanders Irak en Nigeria het Westen dwingen eerst de enorme olievoorraden aan te spreken om pas daarna over produktieverhoging te beslissen. Door die politiek blijft de olieprijs hoog en behoudt een niet al te grote producent als Iran toch een flinke bijdrage aan zijn nationaal inkomen.

Iran en Nigeria behoren tot de OPEC-leden die niet zouden profiteren van een besluit tot produktieverhoging, want ze hebben weinig reservecapaciteit.

Anders is dat met Saoedi-Arabie, de Verenigde Arabische Emiraten en Venezuela, die op korte termijn samen 2 tot 3 miljoen vaten olie per dag extra naar boven kunnen pompen. Die landen eisen een besluit van OPEC, zo viel hier gisteren weer te beluisteren, en anders draaien ze de kraan zonder toestemming van hun organisatie verder open. Qatar en Equador sloten zich gisteren bij hen aan.

Deze groep voorziet een lange omsingeling van Irak en wil niet dat OPEC daardoor zijn marktaandeel laat verkleinen. Door een hogere produktie tegen een wat lagere prijs kunnen ze heel wat meer oliedollars binnenhalen. Vooral Saoedi-Arabie, dat onder druk staat van de Verenigde Staten, spant zich in voor een herstel van een redelijke olieprijs waardoor het gevaar van een economische crisis kan worden afgewend. Herstel van het produktieniveau van OPEC brengt rust op de wereldmarkt, althans wanneer er geen oorlog uitbreekt, is de redenering. Geen olieland is er mee gebaat wanneer het Westen opnieuw zijn heil zoekt in grote energiebesparingsprogramma's en alternatieve energiebronnen.

Tussen de prijshaviken en de militante groep die wordt aangevoerd door de Saoedische minister Hisham Nazer beweegt zich een aantal kleinere produktielanden: Algerije, Gabon en Indonesie. En de eenzame vertegenwoordiger van Koeweit, vorige maand nog de kampioen van de overproduktie, maar die nu geen druppel olie meer in beheer heeft.

Deze groep probeert de grote tegenstanders tot reden te brengen om OPEC niet helemaal uit elkaar te laten vallen. Het kartel maakt een dieptepunt in zijn bestaan door, nu de bedreiging niet van rijke, olieconsumerende landen komt maar van binnenuit. Irak heeft zich eenzijdig aan OPEC-afspraken onttrokken en Saoedi-Arabie, Venezuela en de Verenigde Arabische Emiraten dreigen nu hetzelfde te doen. 'Verraad tegen de volkeren in het Midden-Oosten', noemde de Iraanse president Rafsanjani die houding begin deze maand nog.

Niettemin komt er een produktieverhoging, zo is de algemene verwachting in verschillende delegaties; de tegenstanders moeten het tandenknarsend accepteren. Tot nu toe was het beraad van de olieministers informeel en werd er veel in groepjes gepraat. Vandaag of morgen wordt beslist of er een formele spoedvergadering komt. Dat hangt af van de vraag of de ministers het eens kunnen worden over een compromis dat zich gisteravond aftekende: een plafond, een beperkte compensatie van het produktieverlies van Irak en Koeweit. Zo'n beperking kan het Westen dwingen zijn voorraden toch enigszins te verminderen en zelf ook meer (dure) olie te produceren in de Noordzee, wellicht in Mexico en Texas, waardoor de prijs op de wereldmarkt niet te veel daalt. Het bestuur van het internationaal energie-agentschap dat vrijdag voor de tweede maal in Parijs bijeenkomt om zich over de gevolgen van de Iraakse crisis te beraden, krijgt met zo'n OPEC-besluit een cadeau in de schoot geworpen. Een produktieverhoging van Saoedi-Arabie, het belangrijkste olieland, wordt niet geblokkeerd en tegelijkertijd krijgt het Westen een financiele prikkel om zich minder afhankelijk te maken van het Midden-Oosten.