Groningse paviljoens bevrijden tweehonderd clips uit dehuiskamer

'Ik weet niet wie ik op dat ogenblik het meeste haat: de techniek, de kunst of misschien wel de natuur.'

Zo omschreef de Groningse dichter Gerrit Krol vorige week in deze krant zijn gevoelens, toen hij ontdekte dat de open ruimte naast de A-kerk, een plek van 'ronde lichtval' en 'een zekere openbare nutteloosheid', zou worden opgevuld met kunst. Krol kan gerustgesteld zijn: de bouwsels die hij zo vreesde, videopaviljoens voor de manifestatie What a Wonderful World!, blijken zelf het summum van vrolijke openbare nutteloosheid.

Dit samenwerkingsproject van het Groninger Museum en de gemeentelijke dienst ruimtelijke ordening verenigt twee soorten hedendaagse cultuur: de nieuwe stroming van het deconstructivisme in de bouwkunst en de videoclip. 'De videoclip is een nieuwe visuele categorie', zei museumdirecteur Frans Haks zaterdag bij de opening. 'Er wordt vaak smalend over gedaan, omdat de clip een grote industrie is geworden, maar omdat dit medium populair is en voor grote groepen toegankelijk wilden we het aan de orde stellen. Uniciteit als criterium van een kunstwerk bestaat historisch gezien al lang niet meer.' De muziekwereld werd vertegenwoordigd door popster Dave Stewart van de Eurythmics. Gekleed in een opzichtige jas vol afbeeldingen van Jimmy Dean doopte Stewart het paviljoen van Coop Himmelblau door een doorzichtige plexiglas camera vol roze champagne met een bevredigende knal tegen de wand stuk te smijten.

Groningen nodigde voor What a Wonderful World! vijf internationaal bekende architecten uit: de Nederlander Rem Koolhaas, de Amerikaan Peter Eisenman, de in Londen praktizerende Irakees Zaha Hadid, de Zwitser Bernard Tschumi die in Amerika is gevestigd en het Weense bureau Coop Himmelblau. Zij waren twee jaar geleden onder de noemer van het deconstructivisme bij elkaar gebracht in het Museum of Modern Art, maar nog nergens bestaat een gebouwd manifest van die stroming, zoals nu in Groningen is ontstaan. What a Wonderful World! zou kunnen worden opgevat als een fin de siecle-variant op de modelwijk van het Nieuw Bouwen uit 1927, de Weissenhofsiedlung in Stuttgart. Niet voor niets woonden bijna alle betrokken

hitecten zaterdag zelf de opening bij. Misschien zal blijken dat in Groningen een nieuw bouwtype is ontstaan, het videopaleis.

Met zijn inrichting van de expositie in het museum geeft Swip Stolk de toon al aan: die is even swingens als de muziek (overigens alleen via de koptelefoons te horen). Bij de clips van Michael Jackson heeft hij met straattegels en autostoelen een zweem van het getto opgeroepen. Een lange gebogen wand met afzonderlijke kabinetjes is een museale peepshow, waar je naar de tv's kijkt door openingen met een onmiskenbaar vrouwelijke vorm. De kabinetten van de Eurythmics zijn bekleed met goud lame en zwart-wit bont, die van Madonna met zwart satijn en rood bont; de Talking Heads moeten het doen met gecapitonneerde wanden van proppen krant onder doorzichtig plastic.

Het realiseren van de paviljoens had heel wat voeten in de aarde. Nog maar een maand geleden dreigde de samenwerking met Peter Eisenman spaak te lopen; Zaha Hadid bleef maar faxen sturen en wilde haar paviljoen nog drie meter hoger maken dan de elf meter die het al is; de constructie van de ijzeren doos met hydraulische installatie die een scheepswerf in de buurt van Groningen voor Coop Himmelblau heeft uitgevoerd, baarde zorgen; en de buurt was uiteraard tegen. Nu liep Eisenmans chef de bureau George Kewin, die hiervoor uit New York was overgekomen, verwonderd rond. 'In Amerika zou zoiets alleen mogelijk zijn met bedrijfssponsoring', zegt hij, 'en dan hingen die dingen helemaal vol met logo's en vlaggen.' Van de vijf paviljoens heeft er slechts een een vlakke vloer, de 'Videobusstop' van Rem Koolhaas, een bescheiden gebaar in de traditie van het Nieuwe Bouwen met een wand van groene natuursteen, een dikke glasplaat als dak en in het midden een gordijn als een malienkolder. De doorzichtige glazen balk van Tschumi loopt niet alleen omhoog maar kantelt tegelijk. Om het videoheiligdom van Coop Himmelblau te betreden, dat met z'n poten in het water staat, moet je over de hoge kromming van de loopbrug; binnen staat niet alleen de houten vloer schuin, maar blijken ook drie van de vier wanden als een doos open te schuiven. Eisenman leidt de bezoeker over open metalen roosters in een slalom langs clips met het thema angst en geweld, maar de kleuren zijn zoete pastels van lila en blauw. Ook bij Hadid kijk je door het schuine metalen rooster recht naar het plaveisel eronder. De institutionalisering van de onzekerheid niet alleen figuurlijk maar ook fysiek.

Nu het er allemaal staat rijst de vraag: hoe verhouden architectuur en clip zich werkelijk tot elkaar? In de praktijk leggen de clips het af. Als enige heeft Eisenman rekening gehouden met de noodzaak daglicht te weren om de video's goed zichtbaar te houden. In de paviljoens van Tschumi, Koolhaas en Coop Himmelblau zie je weinig meer dan schimmen op het scherm, en Hadid lijkt de monitoren als toegevoegde waarde te hebben beschouwd. Het is ook nog maar de vraag of de thematische indeling en onderlinge samenhang van de videoclips tijdens een vluchtig bezoek duidelijk zal zijn.

Maar zelfs wanneer de theorie verloren gaat blijft de krachtmeting tussen vorm en inhoud fascinerend. Zij hebben hun beeldentaal gemeen, een taal van splinters, flitsen en fragmenten. Daarmee gewapend strijden ze om voorrang en tegelijkertijd versterken ze elkaar. Tweehonderd clips zijn uit de huiskamer bevrijd. De architectuur heeft zich losgeworsteld van het papier en slaat buiten het museum zijn vleugels uit.