Geen steun voor de Rode Khmer

De internationale politiek buigt zich dit najaar in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties weer over de kwestie-Cambodja. Een politieke oplossing voor het conflict is geboden, zeker nu de Rode Khmer is begonnen aan een opmars en in grote delen van het land opnieuw dood en verderf zaait.

Ook de Nederlandse politiek maakt zich zorgen over de situatie in Cambodja. Minister van den Broek is in januari in een Kamermotie gevraagd 'een einde te maken aan de vertegenwoordiging van Cambodja in de VN door onder meer de Rode Khmer'.

De vraag is nu of de minister deze motie uitvoert. Van den Broek geeft komende donderdag in een besloten mondeling overleg met de Tweede Kamer een toelichting op de houding van de Nederlandse regering tijdens de Algemene Vergadering. Daarbij zal ook Cambodja aan de orde komen. Blijft Nederland de Rode Khmer steunen? Toen ik in januari als Novib-medewerker in Cambodja was, was de Rode Khmer nog vooral actief in het grensgebied met Thailand. De berichten over een opmars van de Rode Khmer waren toen nog schromelijk overdreven, zoals ik heb kunnen constateren tijdens een bezoek aan Battambang, een stad niet ver van de grens met Thailand.

De situatie is echter sinds die tijd aanzienlijk verslechterd. Meer dan honderdduizend mensen zijn op de vlucht geslagen voor het geweld. Dagelijks bereiken ons berichten over moordpartijen onder de bevolking. De Rode Khmer is in negen van de zeventien provincies actief; zij vernielt er bruggen, pleegt overvallen op treinen en vernietigt de oogst. De situatie in Cambodja is te vergelijken met die in Mozambique waar Renamo al jarenlang de plattelandsbevolking terroriseert.

In Cambodja heb ik ook met premier Hun Sen gesproken. Hij zei dat hij bereid was te praten over de instelling van een nationale raad om zo een politieke oplossing te vinden voor het conflict. In de raad zouden zowel vertegenwoordigers van zijn regering als van de verzetscoalitie, inclusief de Rode Khmer, plaats nemen. Deze nationale raad zou het tijdelijk bestuur over Cambodja overnemen totdat er, onder VN-vlag, vrije verkiezingen zouden zijn gehouden. De Rode Khmer heeft echter nooit willen meewerken aan een dergelijke oplossing. Op het slagveld was voor haar meer terreinwinst te boeken.

Zetel

In de internationale politiek is in diverse fora gesproken over een oplossing van het conflict, maar tot op heden zonder resultaat. In juli veranderde de Amerikaanse regering haar standpunt over Cambodja. Onder druk van de Amerikaanse publieke opinie verklaarde minister van buitenlandse zaken, Baker, dat zijn regering de verzetscoalitie niet langer zou steunen in de VN, zolang de Rode Khmer daar nog deel van uitmaakt. Baker zei dat de zetel in de VN toebehoort aan een vrij gekozen regering of, in een overgangsperiode, aan een nationale raad die zou bestaan uit 'representatieve individuen die autoriteit hebben en een breed spectrum van opinies vertegenwoordigen'.

Het is echter zeer de vraag of overeenstemming wordt bereikt over de samenstelling van de raad, alvorens de zetelkwestie dit najaar in de VN aan de orde komt.

Baker heeft niets gezegd over het tijdelijk vacant verklaren van de zetel, zoals is bepleit door de Nederlandse Kamerleden. Volgens goed ingelichte kringen in Brussel zal de Europese Gemeenschap, dus ook Nederland, niet aandringen op een stemming over de zetelkwestie. En als er al een stemming komt, zullen de EG-landen zich daarvan onthouden.

De tekenen wijzen er dan ook op dat alles bij het oude blijft. Het Cambodjaanse volk blijft geisoleerd; het blijft verstoken van hulp van de instellingen van de Verenigde Naties en de Wereldbank, doordat de regering-Hun Sen niet wordt erkend. En dat juist nu Cambodja, meer dan ooit, hulp nodig heeft.

Het land heeft niet alleen te kampen met een oorlog, maar ook met het wegvallen van de hulp uit de Sovjet-Unie, die Cambodja tot nu toe op zeer ruime schaal van olie en kunstmest heeft voorzien. Inmiddels heeft een aantal Westerse landen, waaronder Nederland, de criteria voor hulp aan Cambodja verruimd. In juli heeft een ambtelijke missie, die begin dit jaar Cambodja bezocht, haar verslag aangeboden aan de Tweede Kamer, met als titel 'Het einde van de straftijd?' In het rapport wordt gesproken over 'de mogelijkheden tot uitbreiden van humanitaire hulp, die een begin kunnen vormen van een structurele verbetering van de leefsituatie van de bevolking'.

Nieuwe ramp

Voor dit jaar heeft de Nederlandse regering een bedrag van zes miljoen gulden gereserveerd. Hoe noodzakelijk deze hulp ook is, belangrijker nog is dat de internationale politiek ingrijpt voordat een nieuwe ramp zich in Cambodja voordoet. De Kamer heeft in de motie-Weisglas de Nederlandse regering gevraagd 'haar beleid erop te richten dat de zetel van Cambodja vacant blijft zolang voor dat land geen aanvaardbare politieke oplossing is gevonden'. Minister Van den Broek kan deze motie uitvoeren door de vertegenwoordiging van Cambodja door de verzetscoalitie ter discussie te stellen.

Dat kan, omdat een land dat aangesloten is bij de Verenigde Naties jaarlijks zijn geloofsbrieven aanbiedt. De geloofsbrieven worden gecontroleerd door een 'credentials committee', die verslag doet aan de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Gewoonlijk is dit een puur formele kwestie en blijft inhoudelijke toetsing achterwege. Dit laatste gebeurt alleen als een land om een stemming vraagt over het rapport van de credentials committee.

Ook dit jaar biedt de verzetscoalitie haar geloofsbrieven weer aan. De Rode Khmer mag echter niet opnieuw het Cambodjaanse volk vertegenwoordigen in de Verenigde Naties. Minister Van den Broek dient door de Kamer aan de uitvoering van de motie te worden gehouden. Het vacant verklaren van de zetel opent niet alleen de weg voor een politieke oplossing, maar ook voor hulp aan de Cambodjaanse bevolking. Pas dan komt voor Cambodja een eind aan de straftijd.

De auteur is medewerker van de Novib.