Festival Oude Muziek: honderd concerten in tien dagen; Eenstille en een heftige Handel

UTRECHT, 27 aug. Het ergste van het Festival Oude Muziek in Utrecht is de noodzaak om keuzes te maken. En, als gevolg daarvan, het risico om het mooiste concert mis te lopen. Zo vertrok ik zaterdagmiddag halverwege het liedrecital van sopraan Rosmarie Hofmann om tijdig aanwezig te zijn bij het Spaanse ensemble Al Ayre Espanol toch al gauw een duik van twee eeuwen in de geschiedenis van de muziek. Later hoorde ik dat juist de tweede helft van Hofmanns concert uitzonderlijk was. De Zwitserse sopraan werd begeleid door fortepianist Jos van Immerseel die, geheel volgens de eisen van de tijd, begon op (een kopie van) een fortepiano van Anton Walter uit 1790, een instrument met een zangerige, maar nog enigszins naieve klank. Toen ik vertrok, stapte Van Immerseel net over op een gerestaureerde Erard uit 1850 en later speelde hij ook nog op een instrument van dezelfde bouwer uit 1897, dat nog geheel in oorspronkelijke staat verkeert. Achteraf hoorde ik dat de Erards niet alleen een prachtige klank hadden, maar dat het ook interessant was om de historische ontwikkeling van de pianobouw aan den lijve te ondervinden. Jammer, een verkeerde keuze dus. Vooral omdat de weinig bekende Spaanse barok van Al Ayre Espanol wel spannend was, maar minder opzienbarend dan ik had gehoopt. Gitaar, taal en een zeker ole-gevoel gaven de muziek haar zuidelijke accent.

Over gemiste kansen hoor je in de rij voor aanvang van het volgende concert, in de pauze of onder het genot van een festivalmenu. De concentratie van ruim honderd concerten in tien dagen maakt dat ervaringen en meningen gaan rondzingen. Al dreigden ze tijdens de openingsavond overstemd te worden door een popconcert van Tina Turner in stadion de Galgenwaard, dat de binnenstad overspoelde en ook doordrong in de voor omgevingsgeluid gevoelige kerken. Klavecinist Bob van Asperen had geen andere keuze dan een half uur te laat te beginnen, want het tere klavecimbel kan onmogelijk concurreren met de decibellen van mevrouw Turner. Festival-directeur Frans de Ruiter was zeer verbolgen over de slechte planning en wil afspraken maken met het Utrechtse gemeentebestuur om herhaling in de toekomst te voorkomen. 'Ik kan zo vijf andere prachtige oude steden noemen die er alles voor over zouden hebben een festival als het onze binnen te halen', sprak De Ruiter dreigend.

De eerste dagen van het festival werden overheerst door festivalcomponist Georg Friedrich Handel. In het openingsconcert liet Emma Kirkby zich in een Handel-cantate vrijwel emotieloos als Agrippina terechtstellen alleen de tekst was niet mis te verstaan: 'laat zijn hart als prooi van een wrede roofvogel verscheurd worden', enzovoort. Het Freiburger Barockorchester dat haar begeleidde, paste zich aan die voorzichtigheid en beschaving aan. Deze lijn werd de volgende avond voortgezet door Reinhard Goebel, die zijn Musica Antiqua Koln niet zonder kleerscheuren door Vivaldi, Valentini en Ragazzi leidde. Ook zij zochten hun heil in de kleine, subtiele klank. Kennelijk bang om te dramatisch te klinken, verduisterden ze de zonnige lyriek van deze Italiaanse componisten achter een wolk van kleine effectjes, die alleen werken als ze tot in de finesses beheerst worden. Gelukkig bewees Marc Minkowsky zondagavond in een concertante uitvoering van Handels opera Amadigi di Gaula dat het ook anders kan. Zijn Musiciens du Louvre pakten Handel stevig aan en ook de solisten schuwden het drama niet. Mezzosopraan Della Jones gaf aan de hoofdrol zelfs een bijna verdiaanse kleur, die vooral in heftige passages wel wat te extreem was. Countertenor Derek Lee Ragin had een heel bijzonder geluid: licht, opvallend virtuoos en veel minder breed dan men van een counter gewend is. Ik was het meest onder de indruk van de eenvoudige dramatiek van sopraan Jennifer Smith, die door een gebroken voet met een stok het podium op strompelde.

Het is prettig om te merken dat Minkowsky niet ten koste van alles historisch verantwoord probeert te zijn. Dat hij de mannelijke hoofdrol, Amadigi, laat zingen door een vrouwenstem en tegenspeler Dardano door een countertenor is ongebruikelijk dat gebeurde in het verleden eerder andersom. Minkowsky's pragmatische argument: de grote stem van Della Jones leent zich meer voor de dramatiek van Amadigi dan voor de meer subtiele emoties van Dardano. Komend weekend zijn nog twee Handel-opera's te beluisteren: zaterdag om 18.00 uur Rodelinda en zondag om 13.00 uur Tamerlano. De overige concerten die ik in het eerste weekend hoorde, vielen in de categorie 'verhalen vertellen met muziek', de confrontatie van pure klank en betekenisvolle tekst. Benjamin Bagby, met zijn versie van de middeleeuwse Beowulf, was niet te 'verstaan' maar uitstekend te volgen. Emma Kirkby zong in het Italiaans, en aan de hand van de bij geleverde vertaling wist men precies waarover het ging. Al had ik af en toe het gevoel een verkeerde tekst in handen te hebben. Het New London Consort van Phillip Pickett koos een derde mogelijkheid: zij zongen de middeleeuwse lyriek in hedendaags Engels. De instrumenten, een ruw overheersende vedel, zacht tokkelwerk, blokfluit, draailier en slagwerk, zorgden voor de authentieke kleur. En natuurlijk sopraan Catherine Bott, die als een gezellige middeleeuwse volkszangeres speelde met het publiek. Bariton Michael George stak daarbij wat stijfjes af. Het is goed dat de naieve klederdracht die de oude muziek in het verleden nog wel eens begeleidde is verdwenen, maar het blijft wennen aan keurige heren die in pak en met stropdas op hun blokfluit blazen.