Dvorak, hiphop en ander vertier op de Uitmarkt

AMSTERDAM, 27 aug. De grootste noviteit van de dertiende Amsterdamse Uitmarkt, dit weekeinde gehouden op en om het ruime Museumplein, werd tevens het grootste twistpunt. Na de openluchtconcerten van het Metropole Orkest (vrijdag), het Koninklijk Concertgebouworkest (zaterdag) en het Nederlands Balletorkest (zondag) bleven de meningen over het akoestisch experiment van geluidstechnicus Cees Wagenaar uiteenlopen. Door het ophangen van 144 luidsprekertjes zou hij op het terrein de klank van een concertzaal benaderen. Het duidelijkste gevolg was dat men buiten het bereik van dat geluidsgebied, aan de randen van het volgepakte auditorium, niets meer hoorde. En dat was, beaamde directeur Arthur van Schendel van het Amsterdams Uit Buro, niet de bedoeling.

Er is iets paradoxaals aan zo'n poging in de open lucht de klank van een zaal na te doen alsof men wolkjes schildert op het plafond van een concertzaal teneinde de illusie te wekken dat het publiek buiten zit. Maar wie binnen de invloedssfeer van de boxjes een zit- of staanplaats had kunnen veroveren, hoorde een minder verwaaid, preciezer geluid. Zelfs de triangel ging in het gewoel niet meer verloren. Het succes overtuigde zaterdagavond het meest toen Riccardo Chailly voor de tweede keer met zijn Concertgebouworkest daverende toejuichingen in ontvangst kon nemen. Dvorak, Tsjaikovski, Rossini, Johan Wagenaar en het Sjostakovitsj-arrangement van Tea for Two werden muisstil geconsumeerd, waarna de dirigent zijn zichtbaar enthousiasme onder meer beloond zag met een gescandeerd Ric-car-do! Ric-car-do! op de maat van het aloude We want more! Hier zou een Nederlandse variant van de Last night of the Proms kunnen ontstaan. Ook het feit dat Chailly al twee keer de microfoon opnam om het volgende nummer zelf aan te kondigen, duidt in die richting.

De nationale uitstraling van de Amsterdamse Uitmarkt, jaarlijks bezocht door een half miljoen hunkeraars naar cultuur, is allang niet meer omstreden. Tegen zoveel aandacht van radio en televisie kan geen enkele andere stad meer optornen. De grootste tevredenheid heerste ongetwijfeld in de kraam van de Dogtroep, die vrijdagavond de monumentale openingsceremonie verzorgde en pas daardoor ondanks vijftien jaar werk in binnen- en buitenland door een breed publiek werd ontdekt. Onmiddellijk werden er zaterdag zaken gedaan; het gezelschap kon tot in 1993 boekingen noteren. In de overige 174 kramen manifesteren zich steeds meer instellingen van buiten Amsterdam, van de Toneelschuur in Haarlem tot het RO-theater uit Rotterdam. Het gras, de afgelopen maanden reeds drastisch geplet door het Van Gogh Village, zal dit jaar waarschijnlijk niet meer groeien. De geur van blakerend gehakt werd er twee dagen lang vermengd met de klanken van hiphop, polka-rock, samba en ander vertier. Tussen de dagjesmensen was nog net zichtbaar, dat het banier met de naam Overholland nog steeds aan de gevel van het gesloten museum hangt.

In hoeverre zo'n Uitmarkt bijdraagt aan verhoogde belangstelling voor het cultuuraanbod, blijft onduidelijk. Die vraag lijkt de organisatoren niet eens meer intensief bezig te houden. Hun manifestatie is met de honderden vrijwilligers en het vrijwel vlekkeloos gevolgde tijdsschema dan ook eerder een triomf van logistiek dan van artisticiteit. Vandaag beginnen de voorbereidingen voor volgend jaar; de lokatie staat nog niet vast.