De Indo-cultuur van rozenstroop, bapao en petjok

'We hebben steeds gedaan of we geassimileerd waren. We leerden hoe je een kachel aan moest maken en hoe je je giro aan moest vragen. Maar hoe langer we hier zaten hoe meer we ons afvroegen: is het dan helemaal niet belangrijk hoe we geleefd hebben?', zegt journaliste Lilian Ducelle in de vanavond uit te zenden documentaire Javindo de verboden taal van Adri van Diessen. Helder en zonder sentimentaliteit verwoordt ze de tragiek van de Indische Nederlanders, die nergens bij hoorden en altijd moesten proberen zo min mogelijk op te vallen, in Indie en later ook hier. Pas nadat Tjalie Robinson zijn tijdschrift 'Tong Tong' had opgericht groeide bij de Indische Nederlanders, de Indo's, het besef dat de eigen identiteit er wel toe deed en dat men zich er niet voor hoefde te schamen. 'Wij zijn een stukje historie', zegt mevrouw Ducelle.

Een exponent van die eigen cultuur is het petjok, de omgangstaal van de Indo's, waarin Nederlands en Javaans door elkaar worden gebruikt. Een verhaaltje over de jacht op de kakap-vis illustreert dat: 'Een dag, Jodoh hij wil zien schieten kakap in banjir-kanaal'.

'Het is geen mengtaal', zegt V. E. de Gruiter, die een boek schreef over het petjok, dat alleen nog door ouderen wordt gesproken. Hij wilde tenminste vastleggen dat die uitstervende taal, door hem naar de oorsprong ervan Javindo genoemd, ooit heeft bestaan. 'Het is grammaticaal een taal met een eigen systeem, die dus gelijkwaardig is aan iedere andere taal', aldus De Gruiter. Helaas krijgt hij niet de mogelijkheid om die bewering te bewijzen. Het Javindo is volgens hem ontstaan doordat de Javaanse moeders van Indo's met de vaders communiceerden door Nederlandse woorden in hun eigen taal te integreren. Ook dat wordt helaas niet verduidelijkt.

Maar de documentaire is dan ook veel meer een, op dat vlak verhelderend, programma over de positie van Indische Nederlanders in het voormalige Indie en hier in Nederland. Over de Indo's die altijd hun best deden zo Nederlands mogelijk te lijken het petjok was bij de meesten van hen thuis verboden maar toch nooit op gelijke voet met de Nederlanders konden komen. Over de kampong-Indo's, die nog een treetje lager stonden op de maatschappelijke ladder. En over de Indo-cultuur die hier in Nederland in stand wordt gehouden met rozenstroop, bapao en pasteitjes en met lezingen en een aandoenlijk vleugje tempo-doeloe op verenigingsavonden van de Indische Culturele Kring. Javindo de verboden taal, Ned. 3, 20.20 - 20.50 uur.