Aida in sporthal Den Bosch levert stof voor veertig eeuwendiscussie

Aida vervulde niet de belangrijkste rol in de naar haar genoemde opera, en haar geliefde Radames marcheerde tijdens de fameuze triomfmars na zijn overwinning op Aida's volk niet fier en trots binnen maar strompelde verdwaasd en ontredderd rond. Aan het eind van de opera stierven Aida en Radames deze keer niet, hoewel ze zongen dat ze levend waren begraven. De aarde was misschien dan wel een dal van tranen, maar verdween in het slotduet O terra addio nu eens niet in verdriet: al het leed bleek slechts verdroomd.

Het is allemaal niet meer dan fantasie, wat daar is te zien tijdens de serie Aida-voorstellingen voor een massaal publiek in de Maaspoorthal in Den Bosch. En het loopt nog goed af ook. Deze Aida is geen opera vol schitterende pracht en praal met mythische personages als zingende standbeelden in een massief oud-Egyptisch decor van pilaren en piramiden. Het is hier een duister psychologisch drama op de grens van schijn en werkelijkheid, een wensdroom die uitloopt op een nachtmerrie, maar waaraan toch gewoon een vredig eind komt. Hoewel het hier een 'commerciele' Aida betreft zonder directe overheidssubsidie tot stand gekomen dankzij sponsoring en fikse toegangsprijzen biedt die geen oppervlakkig Italiaans vermaak waaraan het publiek zich slechts hoeft te vergapen. Het is een voorstelling van het intellectualistische en dramaturgische soort zoals die ook door de Nederlandse Opera wordt gegeven, gebaseerd op concepten en obsessies van een op zijn Duits diepgravende Zwitserse regisseur: Dominik Neuner.

De opera wordt gebracht als een archeologie van de geest die wordt geprojecteerd op een stuk zandstrand, waarmee de vloer van de sporthal is bedekt. Rondom zit het publiek op tribunes en voor de aanvang worden zandtaartjes gebakken door een jongetje, dat even later de jeugdige Radames blijkt te zijn. Op het strand liggen merkwaardige badgasten voor dood: Egyptische krijgers. In een hoek steekt een reusachtige kop van een farao uit het zand: dood en grotendeels begraven. Die kop is vol symboliek: gemaakt van stalen banden lijkt die een hol skelet, een onverwoestbaar overblijfsel van iets dat onvernietigbaar was.

Radames beleeft op dat strand zijn dagdroom, die hem als in een tijdmachine naar de woestijn van het oude Egypte voert. Hij wordt legeraanvoerder, verslaat de vijand, wordt ingehaald als triomfator en uitgehuwelijkt aan de faraodochter Amneris, terwijl hij houdt van haar slavin Aida. Radames staat voor een dubbel dilemma: kiezen voor macht of voor liefde en tegelijkertijd kiezen voor zijn vaderland of voor dat van de door hem verslagen Amonasro, de vader van Aida, die hij tot krijgsgevangene heeft gemaakt. Onopzettelijk pleegt Radames landverraad, wordt veroordeeld tot wanhoop van Amneris maar dan komt opeens Aida zijn graf binnen om samen met hem te sterven. Zo voelt hij zich toch niet alleen, als hij weer wakker wordt, naast zijn speelgoedolifantje. Ja, Neuner toont hier een geestesavontuur van een jongetje dat wel heel vroegrijp was en al heel wat plaatjesboeken over het oude Egypte had gezien!Niet alleen deze interpretatie is voor Aida onconventioneel, al komt de grondgedachte uit het handboek met dramaturgische kunstgrepen, de theatrale en visuele uitwerking is dat al evenzeer. Neuner maakt van een aantal personages scherp geprofileerde karakters en beeldt af en toe heel letterlijk uit hoe Radames zich tussen die twee vrouwen bevindt en tussen de contrasterende werelden waaruit zij afkomstig zijn.

Het Egypte van Amneris is een holle maskerade: de nietig ogende farao bevindt zich binnen die reusachtige kop. Als Radames wordt veroordeeld richt Amneris' woede zich daarop en ze stoot met steeds ziedender wraak een speer in het beeld van haar vader. Het is een zinloos gebaar, want die kop is volkomen leeg, al aan het slot van de triomfmars in vlammen opgegaan. En die speer was weer afkomstig van Amonasro. Het is een Freudiaanse vadermoord met behulp van het wapen van de vader van de rivale.

Zo zijn er meer beklemmende scenes die men op allerlei niveaus kan analyseren en duiden: genoeg voor meer dan veertig eeuwen van discussie. Even dacht ik, toen Aida tijdens de slotscene rond de spiegelende glazen driehoek liep waarin Radames was opgesloten: het is de bedoeling te tonen dat Radames zich inbeeldt dat Aida zich voor hem opoffert. Maar toen glipte Aida toch naar binnen, terwijl ze daar al lang had moeten zijn. Jammer van dat achteraf overbodige denkwerk, maar och... Ook als spektakel treedt deze Aida ver buiten de conventies. Het van de opera in Bonn afkomstige omvangrijke realistische Egyptische decor staat buiten de Maaspoorthal. Binnen zien de 3500 bezoekers behalve elkaar slechts die kop en na de pauze een strook aluminiumfolie: de Nijl, nog smaller dan de Dieze. Uit de acte met de triomfmars is flink wat ballet gecoupeerd. Er is wel veel volk op de been met fakkels, maar nooit eerder zag ik dat zo weinig officieel, met zo'n moedwillig gebrek aan grandeur gegroepeerd en zo chaotisch rondlopen.

Het echte en geloofwaardige drama wint er alleen maar bij: de triomfmars is nauwelijks meer dan een incident in het verhaal, dat op deze manier werkelijk voortgang krijgt. Bij de premiere kwam de voorstelling overigens wat moeizaam en brokkelig op gang en aria's als Celeste Aida en Ritorna vincitor verdronken in de doffe zanderige ruimte, die met elektronica wel een langere nagalmtijd heeft gekregen, maar de zangers geen versterking biedt.

Het vocale niveau was de moeilijke omstandigheden in aanmerking nemend zeker bevredigend en de zangers leverden prestaties die pasten bij deze uitbeelding van de personages. Jeffrey Lawton is een verbaasde en wat onzekere Radames, zingend zonder enige bravoure. Gabrielle Lechner is een onschuldige, lyrische maar wat flauwtjes klinkende Aida, die nauwelijks begrijpt in wat voor verwarde gedachten zij een rol speelt. Gail Gilmore is met haar curieuze en duistere stemgeluid een fascinerende Amneris, daar hoort men werkelijk de krochten van een getergde ziel.

Jan Derksen, de ruig getimbreerde Amsterdamse bariton die tien jaar geleden overschakelde op het tenorenvak, keert hier als Amonasro voor het eerst terug in een belangrijke baritonpartij. Hij vertolkt die met een even grote inzet en gedrevenheid als waarmee hij vroeger bij voorbeeld als Scarpia in Tosca furore maakte. De tenorperiode en de jaren lijken de imponerende Derksen van vroeger niet aangetast te hebben en hij verdient het nog steeds om zijn vocale kracht en zijn acteurscapaciteiten zijn carriere onder akoestisch gunstiger omstandigheden in het Amsterdamse Muziektheater te kunnen voortzetten.

In een hoek van de Maaspoorthal leverde het Brabants Orkest onder leiding van Ed Spanjaard een zeer respectabele prestatie, ongetwijfeld het enige element in de voorstelling dat voor de Bosschenaren geen verrassing was.