Waldheim nu in actie voor gijzelaars van Irak

NEW YORK, 25 aug. Het bezoek dat de Oostenrijkse premier Waldheim vandaag brengt aan Saddam Hussein roept herinneringen op aan zijn pogingen, tien jaar geleden, om het door de Iraanse ayatollah Khomeiny gegijzelde Amerikaanse ambassadepersoneel vrij te krijgen. Waldheim probeert dit keer behalve voor de honderd Oostenrijkse gijzelaars in Koeweit en Irak ook voor de overige westerse gijzelaars te bemiddelen.

Waldheim was van 1972 tot 1982 secretaris-generaal van de Verenigde Naties en Brian Urquhart was zijn naaste medewerker. Sinds zijn verkiezing als Oostenrijks president onderhoudt hij warme contacten met leiders in het Midden-Oosten, terwijl de meeste westerse regeringshoofden hem de rug toe keren omdat hij zijn verleden als nazi-officier in het Duitse leger tijdens de Tweede Wereldoorlog zou hebben geloochend.

De bemiddelingspoging van tien jaar geleden faalde jammerlijk. In zijn boek 'A life in peace and war' doet Urquhart verslag van deze onheilsmissie. Vlak ervoor had Washington Teheran gedreigd met sancties. Waldheims bemiddeling was gedoemd te mislukken, schrijft Urquhart, aangezien zijn bezoek door de Amerikanen werd afgeschilderd als de laatste mogelijkheid om het conflict vreedzaam op te lossen. Dit maakte de Iraniers razend.

Twee jaar eerder had Waldheim in Teheran de sjah bezocht. Dat was de mullahs in Teheran niet ontgaan. Op elke straathoek prijkten na zijn aankomst uitvergrote foto's van Waldheim waarop hij de vrouwelijke helft van de keizerlijke familie met een handkus begroette. 'Oostenrijkse hoffelijkheid uit de Oude Wereld kan slecht zijn voor de gezondheid', schrijft Urquhart laconiek.

Walheim moest uiteindelijk de benen nemen om uit handen te blijven van een woedende horde betogers. Hij haalde nog maar net een gereedstaande helikopter.

Bij zijn aankomst op het vliegveld van de Jordaanse hoofdstad Amman werd de Oostenrijkse president Waldheim gisteren verwelkomd door koning Hussein. (Foto AP)