Verenigde Naties beleven hoogtijdagen

NEW YORK, 25 aug. Een zuchtje wind beroert na een druilerige motregen de vlaggen van 159 lidstaten voor het gebouw van de Verenigde Naties. Aan de buitenkant lijkt alles hetzelfde. Het gebouw staat er nog even troosteloos bij als altijd. Ook binnen laten de drastische bezuinigingen van de afgelopen vier jaar hun sporen na. Kale tapijten, vaalgepoetst linoleum en aftands meubilair.

Maar anders dan een paar jaar geleden, toen de VN het zwarte schaap was van de volkerengemeenschap, heerst er nu een nieuw elan. Nooit tevoren hebben zoveel landen zich zo snel aaneengesloten. Nooit tevoren is met zoveel succes een beroep gedaan op de volkenrechtelijke instrumenten die de VN ter beschikking staan. Zelfs Libie en Cuba hebben zich gekeerd tegen de annexatie van Koeweit door Irak. In een paar weken tijd heeft de Veiligheidsraad, voorheen een verdeeld forum, een vuist weten te maken tegen Iraakse agressie. De nieuw gesmede consensus heeft vier resoluties opgeleverd.

De bakken met persberichten puilen uit van de steunbetuigingen met de afgekondigde sancties tegen Irak. Cuba doet mee, zij het met uitzondering van suikerleveranties en van medische voorzieningen voor Irak, Indonesie, Brazilie. Zelfs een Afrikaans ministaatje als Lesotho schrijft de secretaris-generaal dat hij kan rekenen op strikte naleving van de sancties. De handelsboycot van Irak is voor 90 procent effectief, aldus de New York Times.

Vrede handhaven

Een blok verwijderd van de VN, in het gebouw van de Ford Foundation, beschouwt Brian Urquhart, scholar in residence, op weldadige afstand met stijgende verbazing de activiteiten van de Veiligheidsraad. Urquhart heeft als internationaal ambtenaar in veertig jaar vier secretarissen-generaal gediend. Hij is gepokt en gemazeld in internationale diplomatie, van de Suez-crisis, Korea, Vietnam, Congo, India-Pakistan en Libanon, tot aan de Golfoorlog tussen Iran en Irak en de voortslepende bemiddelingspogingen in het conflict in Afghanistan. Hij heeft het allemaal meegemaakt, heeft Trygve Lie, Dag Hammarskj(o/)ld, U Thant en Kurt Waldheim zien komen en gaan.

Urquhart juicht de jongste ontwikkelingen, de blokvorming tegen Irak, van harte toe. 'Het is nu zaak de bereikte consensus vast te houden en het momentum niet te verliezen. Ten langen leste krijgt de VN de taak toebedeeld waarvoor de organisatie per slot van rekening is opgericht: handhaven van de collectieve veiligheid en handhaven van de vrede.' Over de oorzaak van de huidige crisis heeft hij duidelijke ideeen. 'In 1980 heeft de Veiligheidsraad een verschrikkelijk signaal gegeven aan Saddam Hussein. De invasie van Iran werd hem niet betaald gezet. Iedereen bleef op zijn handen zitten. De enige die er, op mijn advies, iets aan heeft gedaan was, curieus genoeg, de alom verachte Kurt Waldheim.'

Voor Urquhart was de Iraakse inval van Iran een daad van agressie die niet door de vingers had mogen worden gezien. 'Saddam Hussein kreeg het verkeerde signaal. En de Westerse wereld betaalt nu duur voor deze lamentabele nalatigheid'.

Blokkade

Urquhart ziet geen reden om onmiddellijk de blokkade met militair geweld kracht bij te zetten, zoals de Amerikanen en de Britten willen. De resolutie die hierover in de maak is, is voorbarig, vindt Urquhart. 'Wat moeten de Britten, Amerikanen, en ja, ook de Nederlandse schepen in godsnaam aan met onbeperkte vrijheid van handelen, gesanctioneerd door de Veiligheidsraad? Dat betekent vragen om moeilijkheden.' Urquhart vindt de idee van de Sovjet-Unie om de naar de Golf opstomende Westerse vlooteenheden onder commando van de VN te plaatsen nog zo gek niet. Tegenwerpingen met voorbeelden uit het verleden van niet geslaagde VN-bemoeienis wuift hij weg. 'Net alsof bilaterale militaire interventie ooit wel succes heeft opgeleverd', schampert hij. 'Bemoeienis van de grote mogendheden met regionale conflicten levert zelden iets op. De Brits-Franse interventie bij het Suez-kanaal in 1956 was regelrecht desastreus. Kijk naar Vietnam, kijk naar Afghanistan, allemaal bloody disastrous'. En hij geeft nog een voorbeeld. 'Ik heb met verschrikking de internationale troepenmacht in Beiroet gadegeslagen. Vier contingenten zonder gezamenlijk commando. Alle met verschillende instructies uit de hoofdsteden. Dat was hopeloos. Een ramp. Behalve een geintegreerd opperbevel ontbrak ook een duidelijk mandaat. Niemand wist eigenlijk wat hem te doen stond, net zoals dat nu in de Golf dreigt te gebeuren. Deze les uit het verleden moeten we ter harte nemen.' Natuurlijk blijft het een gok, zegt hij, maar het is de moeite van het proberen waard om het Militaire Stafcomite (MSC) van de VN in te schakelen. Op dit sluimerende orgaan, op papier bestaand uit de opperbevelhebbers van de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad, hebben de Verenigde Naties nooit eerder een beroep gedaan. Amerikanen en Britten maken bezwaar tegen Sovjet-pogingen het MSC nieuw leven in te blazen. Zij geven onder geen beding het commando uit handen over hun vloot in de Golf. 'Door de Koude Oorlog is het MSC altijd een doodgeboren kind gebleven. De vijf konden het zelfs niet eens worden over wie welke taken op zich zou nemen. Nu de kou is geweken, wordt het tijd de instrumenten die ooit zijn bedacht ter handhaving van vrede en veiligheid te benutten', aldus Urquhart.

De taak van de secretaris-generaal is inmiddels sterk gewijzigd, betoogt Urquhart. Was het vroeger zo dat de 's-g' werd ingeschakeld zodra andere bemiddelingspogingen tussen de strijdende partijen hopeloos waren vastgelopen, nu een effectiever gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheden van de Veiligheidsraad, hoeft hij niet langer te worden opgezadeld met de ondankbare en tot mislukken gedoemde taak een onmogelijke knoop te ontwarren. 'Ik zou president Bush adviseren de buitengewoon verstandige koers te blijven volgen die hij tot dusver heeft gevolgd. Zelfs als een embargo lang gaat duren, en het dreigt een langdurige en kostbare operatie te worden, laat hem de internationale solidariteit die hij nu geniet tegen elke prijs bewaren. Hij moet zich verzetten tegen de verleidingen van een militair ingrijpen en tegen de buitengewoon armzalige adviezen uit vele hoeken van het land'.

Emotioneel

Urquhart waarschuwt voor emotionele reacties en stemmingmakerij in de pers. 'De gemiddelde Amerikaan vertoont een duizelend gebrek aan kennis van militaire operaties of van het Midden-Oosten. Ze zijn gewend aan quick-fixes, snelle oplossingen. Het militair vertoon op de tv, het wapengekletter, de gespierde taal, brengen een ongelukkige stemming voort van blind chauvinisme. Een redelijk onderscheid tussen krachtsvertoon en het gebruik van geweld dreigt daardoor te vervagen. De verleiding bestaat bij tv-lieden om de extreem indrukwekkende beelden, op exotische lokatie, van gigantische transportvliegtuigen, mariniers, F-16s en wat niet al, te exploiteren. Ik hoop alleen dat het vertonen hiervan een solide en praktische beoordeling bij regeringsleiders niet in de weg zal staan'.