Schaken

De Engelse topschakers zijn gestaald in een harde leerschool. Om redenen die ik niet begrijp is het circuit van weekendtoernooien inmiddels ingestort, maar tien jaar geleden draaide het op volle toeren. Er was bijna geen week zonder toernooi. Het was hard werken.

Vrijdagavond de eerste partij, dan zaterdag en zondag schaakdagen van twaalf uur, plus vluggertjes tussen de ronden door, omdat het wachten op de nieuwe indeling anders zo vervelend was, en zaterdagnacht een pokersessie omdat een mens niet bij schaken alleen kan leven. Daar werd van jongens mannen gemaakt. De besten konden een bescheiden inkomen verwerven door iedere week te spelen. Zo heeft Engeland vijftien grootmeesters gekregen. De stijl van de Engelse schakers is gevormd door de weekend- toernooien. Het waren open toernooien, volgens Zwitsers systeem. Meestal zeven ronden. Wie zes punten had won een goede prijs, wie minder had kon hoogstens zijn onkosten terugverdienen. Er moest altijd op winst gespeeld worden, ook met zwart, een remise was bijna even erg als een nederlaag. De allerbesten, Short, Speelman, Nunn, Chandler, Adams, hebben later een evenwichtige stijl ontwikkeld, omdat ze in de Europese toernooien met gelijken speelden. Bij de groep daaronder zie je nog steeds de oude straatvechtersstijl. Bijvoorbeeld bij Jim Plaskett, de nieuwe Britse kampioen. Hij wint of hij verliest, remises zijn zeldzaam.

Een paar jaar geleden speelde hij in Londen een zeer sterk toernooi (categorie 13, voor de kenners) zonder een remise. Vijf overwinningen, acht nederlagen. Zijn partijen zijn niet diepzinnig, maar wel vol leven, vaak een lust voor het oog. Hij moet zich in het kampioenschap hebben ingehouden, want hoewel hij het won zag ik nog geen avontuurlijke partijen van hem gepubliceerd. Daarom een paar andere voorbeelden om de fris-vrolijke woeste agressie van het Engelse schaak te illustreren. Zie diagram 1. Wit Ravikumar-zwart Hodgson, stand na de 23ste zet van zwart. De witspeler is een schaker uit India. Dat is een grappig trekje van het Engelse schaakleven. Het jaarlijkse nationale kampioenschap staat nog steeds open voor spelers uit de voormalige kolonien en daarom doen er altijd schakers uit India, Pakistan of Bangladesh mee. 24. Tc1xc4 Een sterk kwaliteitsoffer. Na 24... dxc4 25. Dxc4 heeft wit een gevaarlijk initiatief. Het is de vraag of zwart dit offer heeft zien aankomen, maar hij weet zich soepel aan te passen aan de nieuwe omstandigheden. 24... Dd8-a5 Het initiatief opgeven voor een schamele materiele buit, dat is niets voor een Engelse vechtersbaas. Liever offert hij een stuk. Na afloop zei Hodgson dat hij tijdens de partij geen idee had of het goed of slecht zou uitvallen. 25. Tc4-c1 Da5xa2+ 26. Kb1-c2 c6-c5 27. Tc1-a1 b4-b3+ 28. Kc2-c3 c5xd4+ 29. Kc3xd4 Da2xa1 30. Th1xa1 Ta8xa1 Een opmerkelijke stelling. Zwart staat een stuk achter en zijn sterkste aanvalsstuk, de dame, is verdwenen. Toch heeft wit het moeilijk. Zijn koning blijft in gevaar en zijn lopers zijn machteloze toeschouwers. 31. De2-b5 Te8-c8 32. Db5xb3 Tc8-c4+ 33.

Kd4-d3 Tc4-b4 34. Db3-c3 Ta1- a2 35. Lg2xd5 Dit is een teken dat het slecht gesteld is met wit. Ravikumar had tijdens de partij zijn hoop op 35. f5 Taxb2 36. fxe6 fxe6 37. Lxd5 exd5 38. Dc8+ gesteld, maar in deze variant zou zwart met 36... T4b3 winnen. 35... e6xd5 36. Dc3-c8+ Le7-f8 37. e5-e6 Nu heeft wit ook een dreiging, maar zwart komt eerst. Er volgt een amusante koningsjacht. 37... Tb4-b3+ 38. Kd3-d4 Ta2-a4+ 39. Kd4-e5 Tb3-e3+ 40.

Ke5-f5 Te3xe6 41. g4-g5 h7-h5 42. g5xh6 Te6xh6 43. Lh2-g1 Th6-f6+ 44.

Kf5-e5 Ta4xf4 45. Ke5xd5 Tf6-f5+ Wit gaf op, hij verliest de dame. wit Knox-zwart Mestel 1. e2-e4 c7-c5 2. Pg1-f3 d7-d6 3. d2-d4 c5xd4 4. Pf3xd4 Pg8-f6 5. Pb1-c3 g7-g6 6. Lc1-e3 Lf8-g7 7. f2-f3 0-0 8. Dd1-d2 Pb8-c6 9. Lf1-c4 Lc8-d7 10. 0-0-0 Ta8-c8 11. Lc4-b3 Pc6-e5 12. h2-h4 Pe5-c4 13. Lb3xc4 Tc8xc4 14. h4-h5 Pf6xh5 De zwartspeler is de kampioen van vorig jaar. Hij is de enige Engelse topspeler die amateur is, hij werkt als wiskundige.

Hij heeft niet veel tijd voor schaken en daarom speelt hij altijd dezelfde openingen. Zijn tegenstanders kunnen zich goed voorbereiden, maar de witspeler blijkt dit niet gedaan te hebben. 15.

Pd4-e2 Nauwkeuriger is 15. g4 om het zwarte paard naar f6 te dwingen.

15... Dd8-a5 16. g2- g4 Ph5-g3 Een briljant offer, schreven de commentatoren, maar Mestel hoefde het niet zelf te bedenken, het staat in de boekjes. 17. Pe2xg3 Lg7xc3 Tot hier werd alles ook gespeeld in Kaplan-Tarjan, Cleveland 1975. Die partij eindigde na 18. bxc3 Da3+ 19. Kb1 Le6 20. Dh2 h6 21.

Pf5 gxf5 22. gxf5 Tb4+ in remise. Mestel wist dat ongetwijfeld, de witspeler waarschijnlijk niet. 18. Dd2-h2 Lc3xb2+ 19. Kc1xb2 Da5-b4+ 20. Kb2-c1 Db4-a3+ 21. Kc1-d2 Tc4xc2+ 22. Kd2xc2 Da3xa2+ Wit gaf op, en misschien was dat wel zijn eerste ernstige fout in deze partij. Hij dacht natuurlijk dat hij mat zou gaan, maar Keene wijst er in The Times op dat hij nog 23. Kc3 Tc8 24. Lc5! had kunnen spelen. Na 24... Txc5+ 25. Kd4 ontstaat een curieuze stelling: Zie diagram 2. Kan zwart dit winnen? Hij staat nog steeds een toren achter en wit dreigt zelf mat. Remise maken door eeuwig schaak is voor zwart niet zo moeilijk, maar ik zie niet hoe wit mat gezet kan worden.