Reis naar de buitenwijken van het Londens toneel

LONDEN, 24 aug. Wie zich in Londen over het toneel laat inlichten door de dagbladen en door hotelportiers hoort gewoonlijk alleen over de grote theaters van het West End. De kleine van het West End en in de buitenwijken worden minder gerecenseerd en hebben te weinig geld om geregeld te adverteren. Zij moeten opgespoord worden in de wekelijkse programmabladen zoals Time Out en What's On. Zij blijken zo talrijk te zijn en op zulke onbekende punten in de stad te liggen, dat de aarzelende belangstellende zich laat ontmoedigen. Het is jammer, want zij geven vaak goede voorstellingen waarvan sommige later naar het West End overgebracht worden; zij zijn vriendelijker voor de bezoeker dan de grote, er is niet zelden een restaurant of een snackbar, en zij zijn goedkoper.

Wie in het West End een paar keer 55 gulden betaald heeft voor een voorstelling die het niet waard bleek of iets minder en dan te ver van het toneel heeft moeten zitten om de gezichten te kunnen onderscheiden is rijp voor een reis naar de buitenwijken. Ik was het zelf al bijna na alleen het stuk van de Amerikaan Lanford Wilson gezien te hebben in het Lyric Theatre. Dat heeft de innemende titel Burn This (in de zin van: verbrand deze brief), een behoorlijke reputatie en in de hoofdrol John Malkovich, bekend van toneel en film (Dangerous Liaisons) in Amerika en soms tot zijn ongenoegen aanbevolen als de nieuwe Marlon Brando; maar het is een tekst met te veel holle woorden.

Als Malkovich zich voor het eerst vertoont op het toneel, dat een flat voorstelt in Manhattan, spreekt hij enige minuten lang op hoge toon zijn gastvrouw toe met zijn rug naar de zaal. Daarmee is zijn rol gekarakteriseerd. Hij blijft even overrompelend en onhebbelijk wanneer hij zijn gastvrouw veroverd heeft en wanhopig maakt, omdat zij niet zo gedomineerd wil worden; hij neemt de ruimte in beslag als een toneelheld van honderd jaar geleden. Natuurlijk is zijn rol moderner. De helden van vroeger zouden hun overheersing minder ongegeneerd aan hun seksualiteit danken, maar hypermodern is anders; Burn This had bedacht kunnen zijn ongeveer tien jaar na D. H. Lawrence. Het is een stuk om ongeduldig van te worden. Er komt weinig uit en Malkovich is geen schuchtere onopvallende akteur, dat zal iedereen toegeven, maar een richting vindt hij in deze gedaante niet.

Al valt Lanford Wilson vertolkt door Malkovich tegen, Brecht door Glenda Jackson lijkt verzekerd. Daar komt bij dat de Moeder Courage van deze actrice in het Mermaid Theatre misschien een van haar laatste grote rollen is, als zij na de volgende verkiezingen voor Hampstead in het Lagerhuis komt.

De verwachtingen en overwegingen baten niet: de voorstelling is onbetekenend. Brecht, hoe hoog ook geschat als beschermheilige van het progressieve toneel na de Tweede wereldoorlog, mist het Shakespeareaanse vermogen om zijn eigen geluid te laten horen door iedere ontoepasselijke opvoering heen. In de Mermaid klinkt Courage niet als een vrouw die zich schrap zet in een wereld zonder hoop, maar als een interessante persoonlijkheid uit de toneelgeschiedenis. Het stuk is verengelst behalve door de vertaling ook door de aankleding met Engelse soldaten en door de muziek, meestal Onward Christian Soldiers. Al heeft Glenda Jackson de stem en de allure voor de rol, haar huifkar blijft door Londen cirkelen. De Dertigjarige Oorlog is nergens te bekennen. Bovendien was op de warmste dagen van de zomer de air-conditioning van de Mermaid kapot, wat niet werd goedgemaakt door de excuses van de directie.

Weg dus uit het West End, tenminste uit de grote theaters: naar the fringe. Het lastige voor de Londense rapporteur is, dat de voorstellingen daar soms maar twee weken doorgaan; soms langer, maar zelden meer dan zes weken, met het gevolg dat de buitenlander die ergens over heeft gelezen er bijna altijd te laat voor komt.

Een oplossing hiervoor kan zijn om met een aantal van de fringe theaters vertrouwd te raken, zodat het prettig wordt erheen te gaan, iets te eten en op goed geluk de voorstelling van het ogenblik te bekijken. De Bush in Shepherd's Bush, de Tricycle in Kilburn, het Hampstead Theatre in Hampstead, de Almeida en de King's Head in Islington, het Greenwich Theatre in Greenwich en de Orange Tree in Richmond: dat zijn zeven van de hoogst genoteerde, waar de toeschouwers zelden totaal teleurgesteld uitkomen.

De voorstelling van de Tricycle in de laatste weken was Remembrance van de Westindier Derek Walcott, waarin een oude schoolmeester en schrijver op Trinidad geinterviewd wordt door een plaatselijke journalist. In het begin is de hoofdtoon er een van nostalgische humor; later wordt het drama heftiger, wanneer de conflicten in het gezin van de hoofdpersoon zich ontladen. Het stuk brengt met zijn variaties van toon heel wat meer beweging in het gemoed van de toeschouwer dan de sensaties van Burn This. In het restaurant, waar de maaltijden weinig kosten en best te eten zijn, waren schilderijen tentoongesteld van een Francis Bacon van de nieuwe generatie, Phillip Harris.

In het Hampstead Theatre was met een paar weken verlengd de reeks voorstellingen van Sugar Hill Blues door Kevin Hood, waarvan de hoofdfiguur een zwarte saxofonist is, die aan het equivalent van writer's block lijdt maar wel aan een half begaafde blanke leerling kan laten voelen wat jazz moet zijn. In het Greenwich Theatre stond Alec McCowen alleen op het toneel als A Singular Man, ontleend aan de roman van Christopher Isherwood, over zijn late leven in Californie.

Al deze voorstellingen zijn alweer opgehouden en het zou geen zin hebben om verdere voorbeelden te even; maar wie zulke theaters opzoekt heeft er gewoonlijk evenveel plezier als aan Shaftesbury Avenue en meer voldoening van de ontdekking.

Een theater dat met een beetje forceren ook tot de fringe gerekend kan worden en in ieder geval goedkoper is dan het gewone West End is The Pit, in de kelder onder de grote zaal van de Royal Shakespeare Company in het Barbican Centre. Die beide zalen worden op 4 november voor vier maanden gesloten omdat de RSC er geen geld meer voor heeft; maar voorlopig is in de Pit nog te zien een nieuw stuk van Michael Haitings, die al een heel oeuvre op zijn naam heeft, waarvan een paar jaar geleden Tom and Viv bekend is geworden, over het intieme leven van T. S. Eliot. A Dream of People gaat over een ambtenaar van Sociale Zaken die de orde van het ministerie verstoort, omdat hij vindt dat de pensioengerechtigden tekort gedaan worden. Hij misdraagt zich wanneer de premier op een vergadering komt; het is welgemeend, maar grappig en het wordt nog grappiger wanneer zijn superieuren hem beschermen om de zaak niet te laten uitlekken. Later blijktt hij met een tweede probleem te zitten dat minder ongebruikelijk is, een verstoord huwelijk. Het samenspel van de twee thema's is niet zo produktief als het zou moeten zijn, maar ieder voor zich hebben ze iets te vertellen, dat van de pensioenen het meest omdat het ook fungeert als een uitval tegen het sociale beleid van de huidige regering.

Over de Pit gesproken, daar is enige maanden geleden een opvoering begonnen die door de mazen van deze rapportages geglipt is, omdat hij altijd op verkeerde ogenblikken op het repertoire kwam: van Peter Flannery's Singer met in de hoofdrol Anthony Sher, beroemd van Richard III en van Harvey Fiersteins Torch Song Trilogy. Van de voorstelling kan ik alleen zeggen dat hij veelgeprezen is, van de tekst (uitg. Nick Hern Books, (L)4.99) iets meer. Singer is een joodse overlevende van Auschwitz, die in Londen eerst zijn herinneringen onderdrukt en een genadeloze handelaar in woonruimte wordt; later probeert hij zichzelf terug te vinden door juist alles op te roepen en te kijken wat hij goed kan maken. De harde, gevoelige, onderzoekende tekst brengt de lezer in de stemming voor ontsteltenis en opwinding; een toeschouwer zal er nog meer aan beleven.

Wie de kans krijgt zou in Londen eerst Singer moeten gaan zien en de eerder in het jaar besproken Racing Demon van David Hare in het National Theatre; en dan de buitenwijken in.