Radio zoekt zelf leukste programma; Ethergedigitaliseerd

De radioluisteraar van de toekomst kiest niet langer een zender, maar een programmasoort. Na intoetsen van het knopje 'nieuws' klinkt de stem van een nieuwslezer, als tenminste een van de zestien zenders waarop is afgestemd op dat moment een nieuwsuitzending verzorgt.

Na lang soebatten heeft de European Broadcasting Union een standaard voor radio van de toekomst bepaald. Naast 'nieuws' komen er vijftien andere keuzemogelijkheden: actualiteiten, informatie, sport, opvoeding, drama, cultuur, wetenschap, gevarieerd praten, popmuziek, rockmuziek, easy-listeningmuziek, lichte klassieken, serieuze klassieken en andere muziek (waaronder jazz, rhythm en blues, folk, country en raggea). Dat wordt afzien voor de jazzliefhebbers. 'Aanvankelijk waren er plannen voor veel meer keuzemogelijkheden, ' aldus J. H. Hollemans, projectleider verbindingen bij de Nederlandse Omroep Bedrijven (NOB). 'Na iedere eerste keuze zou je dan weer zestien mogelijkheden krijgen en daaronder nog een niveau. Je zou dan bij wijze van spreken kunnen kiezen voor ernstige muziek, gecomponeerd tussen 1930 en 1940, gespeeld op een piano en aangekondigd door een Chinese mevrouw. De kans dat je na zo'n selectie ook iets te horen zou krijgen was natuurlijk wel erg klein want de radio-ontvanger kiest maar uit zestien zenders.' Naast de zestien keuzemogelijkheden is er een alarmkanaal. Wordt daarop iets uitgezonden dan worden alle andere programma's weggedrukt. Zelfs een radio die uit staat, maar wel stand-by is, zou door uitzending op het alarmkanaal tot leven kunnen worden gewekt.

Dit kan allemaal alleen met digitale radio. In de Bondsrepubliek Duitsland werkt het sinds vorig najaar. Tien radioprogramma's van publieke en vier van commerciele omroepen worden niet alleen via de normale FM-zenders verspreid maar ook als gedigitaliseerd signaal naar een PTT-grondstation in Frankfurt gestuurd. De veertien verschillende programma's (uitbreiding tot zestien is mogelijk) worden daar op ingenieuze wijze samengevoegd op een frequentie. Het resultaat wordt opgezonden naar de Duitse communicatiesatelliet Kopernikus. Die verspreidt het signaal vanaf zijn plaats boven de evenaar over een gebied waarbinnen de BRD, de DDR en Nederland liggen. Kabelnet- of priveschotels ontvangen dus 16 programma's tegelijkertijd, opgeslagen in een zendfrequentie. Het voor ieder programma op een aparte frequentie afstemmen behoort daarmee tot het verleden. Pas in de ontvanger ontwart digitale rekenapparatuur de zestien samengevoegde programma's.

Het digitale signaal dat tussen aarde en satelliet heen en weer gaat is een golfpatroon waarin vier mogelijke amplituden en vier verschillende fasesprongen voor de achtereenvolgende nulletjes en eentjes van de digitale bitstroom coderen. Een digitaal-analoogomzetter maakt er uiteindelijk weer een geluidssignaal van.

Bij het vervaardigen van het digitale signaal wordt zowel het linker- als het rechterkanaal van een radioprogramma 32.000 keer per seconde gemeten en omgezet in een digitale code van 16 bit. Een programma wordt dus vastgelegd in 1.024.000 bits per seconde, ongeveer 1 Megabit (Mbit). Met zestien zenders, extra controlebits waarmee storingsfouten zijn op te heffen, plus controle- en identificatiebits, en met een beperkte bitreductie van het geluid wordt er per seconde 20,48 Mbit verzonden: twintig miljoen slim verpakte nulletjes of eentjes. De meegestuurde identificatiebits zorgen ervoor dat de keuzeknopjes voor programmasoorten werken. Andere gimmicks als verschillende geluidsvolumes voor spraak en muziek, en displays die informatie geven over de muziek of programma volgen dan natuurlijk vanzelf.

De bitstroom moet in een goed vastgelegde code worden verzonden, anders kunnen de radio-ontvangers niet onderscheiden welke binnenkomende bits muziek moeten worden en welke voor de controlefuncties van het apparaat zelf bestemd zijn. De volgorde in de bitstroom is onderdeel van de Europese code die door de European Broadcasting Corporation voor digitale satellietradio is vastgelegd. Wie over de oostgrens ontvanger en satellietschotel koopt kan ook hier genieten van radio in CD-kwaliteit. Toch is het systeem voor Nederland niet de radio van de toekomst. Hollemans: 'Het is een perfect systeem met een groot nadeel: autoradio's en portables op de bouwsteiger kunnen er niets mee.' Dit voorjaar reden Hollemans en collega A. J. de Vries, projectleider onderhoud bij de NOB, in een Renault Espace door Geneve. Ze pasten er nog net in. De auto was volgestouwd met een experimenteel type digitale radio. 'Waar we ook reden, door smalle straten, onder viaducten, onder hoogspanningsleidingen of treinbovenleidingen, overal bleef de ontvangst even goed.'

De Vries is nog enthousiast. Geen van de gebreken van de huidige autoradio was meer hoorbaar.

Toch werden de programma's die De Vries en Hollemans in Geneve ontvingen niet door een satelliet uitgezonden. De Nederlandse digitale radio van de toekomst zal worden uitgezonden door de oude trouwe zendmasten die her en der in Nederland staan. Nederland wacht op Digital Audio Broadcasting, of DAB, dat wordt ontwikkeld binnen Eurekaproject 147. Deelnemers zijn onder andere de European Broadcasting Union, AEG, Bosch-Blaupunkt, Thomson-Brandt, Grundig, Philips.

DAB is geavanceerder dan de satellietradio die nu al in de ruimte is. Er zijn ook overeenkomsten: er zitten zestien programma's op een frequentie. Bijkomend voordeel is dat die ene frequentie over heel Nederland gelijk kan blijven. Wie nu met de autoradio aan door Nederland tourt, moet soms een andere frequentie zoeken om hetzelfde programma te kunnen blijven horen. In de toekomst komen zestien programma's binnen op een frequentie die niet hoeft te worden aangepast. Verschillende zenders die op dezelfde frequentie uitzenden geven bij analoge radio vreselijke storingen. DAB is zo geavanceerd dat diezelfde storing wordt gebruikt om het signaal te verbeteren.

In DAB passen er echter aanmerkelijk minder bits per seconde in de zendgolf dan met het hierboven besproken satellietsysteem. Voor uitzending wordt het aantal bits met geluidsinformatie drastisch gereduceerd. Bij de datareductie gaat men uit van wat de gemiddelde mens hoort. Als voorbeeld: klinkt een luide toon op een frequentie van 1000 Hz en een die zesmaal zo zacht is op de nabijgelegen frequentie van 1010 Hz, dan wordt die zachte toon weggerekend.

Wie het gehoord heeft, Hollemans en de Vries, zeggen dat het prachtig klinkt. Niet helemaal CD-kwaliteit, maar net zo goed als een storingsvrije FM-zender. Hollemans schat dat het over een jaar of zes kan werken. 'De standaard wordt binnenkort geformuleerd. Het grootste probleem daarna is het vinden van een goede zendfrequentie. Er moet een TV-kanaal voor beschikbaar komen en daarvoor moet in Europees verband nog heel wat worden geschoven.' Hollemans: 'Een probleem van al dat gereken aan de signalen is alleen dat het tijdsverschil tussen zenden en luisteren steeds groter wordt. Het tijdsein kan daardoor wel een halve seconde te laat komen.'