Oeververbindingen

Zeeveer, VLISSINGEN, BRESKENS Door de uitvoering van de Deltawerken is het eens zo grote aantal 'zoute' pontveren over zeearmen sterk verminderd. Er varen in Nederland nog slechts een handvol naar de Waddeneilanden en twee over de Westerschelde in Zeeland: tussen Kruiningen-Perkpolder en Vlissingen-Breskens.

Samen zetten beide Westerscheldeveren naast enorme aantallen voetgangers en fietsers, enkele miljoenen auto's over. In de achterliggende eeuwen zijn er over de Westerschelde nog vele andere veren geweest, die allemaal weer zijn verdwenen. Van de twee overgebleven veren is die tussen Vlissingen en Breskens een van de oudste van Zeeland: Graaf Willem III stelde in 1312 ene Pape Roelofsoome aan tot veerman op 'het veer naar Vlaanderen'. De veerman was gehouden, de graaf en zijn gevolg zonder veerschat - dus gratis - over te zetten. Het veerrecht kwam uiteindelijk in handen van het stadsbestuur van Vlissingen. Na de Franse tijd werd het veer met steigerschuiten bediend. In 1828 kwam er concurrentie door de komst van een raderstoombootdienst, die in 1866 in provinciale handen overging en de oude veerdienst werd opgeheven. Sindsdien verzorgt de provincie de door verraderlijke stromingen en zwaar weer dikwijls gevaarlijke overtocht.

Hiertoe werden de Provinciale Stoombootdiensten opgericht, belast met een regelmatige en betaalbare overtocht. De eerste twee nieuwe stoomraderboten waren geen succes: een werd voortijdig afgekeurd, de andere liep al na een paar maanden op een zandbank en zonk. De veerboten die daarna werden ingezet werden steeds groter en sneller. Ook de landvoorzieningen zijn aan vernieuwing onderhevig: de veerhavens, parkeerterreinen en op- en afritten zijn nu afgestemd op dubbeldeks veerboten, die traditiegetrouw de naam van een lid van het Koninklijk Huis dragen. Het zware transportverkeer maakt vooral gebruik van het veer Kruiningen-Perkpolder terwijl Vlissingen-Breskens ook veel recreanten en toeristen overzet. Op de boot zijn deze te onderscheiden van de vaste klanten: toeristen genieten op het dek zichtbaar van de korte, maar imposante oversteek van zo'n half uur, terwijl de vaste klanten zwijgend achter een kop koffie zitten of de krant lezen in een van de kantines. Hoe lang nog, is en blijft voor Zeeuwen de vraag, want sinds het eerste tunnelplan uit 1930 zijn er vele plannen gelanceerd voor een vaste oeververbinding over de Westerschelde. Het laatste ontwerp voorziet in een combinatie van brug met tunnel. Een enorme operatie, die jaren zal vergen, maar waarvan de financiering moeizaam verloopt, zodat beide veren het jaar 2000 wel zullen halen. foto Freddy Rikken