Miljoenen Amro voor mini-entrepreneurs

AMSTERDAM, 25 aug. Het Nederlandse onderwijs brengt, vergeleken met het buitenland, leerlingen nauwelijks ondernemingszin bij. 'Een jonge Nederlandse ondernemer moet leren zwemmen in het diepe zonder zwemvest', weet mr. R. J. Nelissen, bestuursvoorzitter van de Amro Bank.

De bank wil jongeren op Nederlandse scholen in de leeftijd van 16 tot 25 jaar de mogelijkheid bieden alvast te oefenen 'in dit voor jonge ondernemers onvriendelijke land'.

Samen met het Verbond van Nederlandse Ondernemingen (VNO), het Koninklijk Nederlands Ondernemers Verbond (KNOV) en het ministerie van economische zaken investeert de Amro Bank de komende vijf jaar ruim twee miljoen gulden in het opzetten van tweehonderd mini-ondernemingen bij Nederlandse scholen. Volgend schooljaar start een tiental scholen in Maastricht, Heerlen, Roermond, Utrecht, Weert, Haarlem, Alphen aan de Rijn en Goes.

Bedoeling is dat circa vijftien leerlingen met een startkapitaal van vier tot vijfduizend gulden zelf hun bedrijfje opzetten, een produkt vervaardigen en op de markt brengen. Ouders en medeleerlingen fungeren als aandeelhouders, die regelmatige dienen te vergaderen.

Iedere onderneming wordt begeleid door een docent, een (oud-)ondernemer en financieel deskundigen van Amro, VNO, KNOV en de Kamers van Koophandel. Aan het einde van het schooljaar wordt het bedrijfje opgeheven. Eventueel behaalde winst wordt aan de zestig tot honderd aandeelhouders uitbetaald.

De leerlingen moeten hun mini-onderneming nu nog buiten schooltijd bestieren, maar de Stichting Mini-Ondernemingen overlegt met het ministerie van onderwijs of het project kan worden opgenomen in het lesprogramma.

Vorig jaar hield de Amro Bank op twee Limburgse scholen een geslaagd experiment. Het stropdassenfabriekje van de school voor MDGO (Middelbaar Dienstverlening- en Gezondheidsonderwijs) in Heerlen maakte een jaarwinst van maar liefst 142,03 gulden. Het andere bedrijfje, dat sweaters bedrukte, hield aan het experiment 127,01 gulden over.

VNO-voorzitter C. van Lede ('Iedere werkloze is een potentiele ondernemer') vindt het hoog tijd dat de relatie tussen bedrijfsleven en scholen verbetert. 'In de VS weten jonge mensen tenminste wat begrippen als credit en debet betekenen.' Volgens Van Lede wordt winst maken en zakelijk risico nemen ook in Nederland niet langer verwerpelijk gevonden.

Directeur-generaal mr. W. de Boer van Economische Zaken signaleert dat het Nederlandse onderwijs leerlingen in belangrijke mate voorbereid op een baan in loondienst. De mini-ondernemingen passen mooi bij de in april dit jaar gestarte actie van het ministerie 'Onderneem het maar', bedoeld om mensen die twijfelen over het starten van een bedrijf sneller over de streep te trekken. 'De gemiddelde leeftijd van een startende ondernemer is in Nederland zeer hoog: 38 jaar', aldus De Boer.

Alle betrokkenen onderstrepen dat van de leerlingen grote inzet wordt verwacht. 'De mini-onderneming krijgt aan het eind van het jaar keihard de rekening gepresenteerd', waarschuwt KNOV-voorzitter Kamminga. 'Het mag absoluut niet een prettig tijdsverdrijf worden', beaamt een leraar van het Ondernemerscollege Kennemerland in Haarlem. 'De leerlingen zullen buiten de lesuren keihard moeten werken aan hun bedrijf.'