Michel le Grand; Stiefvader beste supporter

In de prachtige Green Dome van Maebashi eindigen morgen de wereldkampioenschappen wielrennen op de baan. Met uitzondering van Leontien van Moorsel (vandaag finaliste op de achtervolging) waren de Nederlandse deelnemers, overigens gering in aantal, in Japan niet in staat tot opzienbarende prestaties. Een van hen, de bescheiden prof Michel le Grand, krijgt nog een kans op het slotnummer, de puntenkoers.

De naam Le Grand klinkt de Nederlandse wielerliefhebbers heel bekend in de oren. Jan le Grand, de vader van Michel, was meer dan twintig jaar geleden een redelijke renner bij de beroepsstayers, ooit een bloeiend onderdeel van de wielersport dat door het gesjoemel van met name de gangmakers compleet kapot is gemaakt. Le Grand senior zette in 1969 een punt achter zijn carriere en is sinds mensenheugenis als gewaardeerd mecanicien verbonden aan de ploeg van Peter Post, die momenteel Panasonic heet.

Le Grand is veelvuldig te vinden in zijn werkplaatsje in Amsterdam zuid-oost, waar hij uitgebreid sleutelt aan de meest futuristische fietsen van Posts kopman Steven Rooks en de andere coureurs. Zoon Michel komt daar wel eens bij hem langs om bepaalde aerodynamische wielen te testen, maar echt nauw is de band tussen de twee niet. Jan le Grand: 'Michel woont bij mijn ex-vrouw, van wie ik zestien jaar geleden ben gescheiden. Er is geen storing tussen ons, alles loopt best lekker, toch weet ik ook niet zo goed wie Michel precies is.' Le Grand junior was al achttien toen hij met koersen begon. Zijn vader stimuleerde hem geen moment, in tegendeel zelfs. 'Niet doen, Michel', heb ik hem toen geadviseerd, 'vergeet die sport nu, want je bent al te oud. Maar ik kon hem niet tegen houden. Zo is de jeugd, he. Hij wilde ineens per se wielrenner worden.'

Het was snel duidelijk dat de mogelijkheden van Le Grand beperkt waren: want de nu 24-jarige, 1.86 meter lange Amsterdammer is heel simpel te zwaar gebouwd. Zijn vader: 'Hij komt dus geen berg goed op. Op de weg zou hij naar mijn idee desondanks een heel bruikbare figuur kunnen zijn als helper in bepaalde klassiekers.'

Pistiers

Michel le Grand, die in kleinere Vlaamse kermiskoersen nog wel eens in de prijzen valt, moest zijn heil vooral op de baan zoeken. Maar het grote probleem is dat er nauwelijks nog wedstrijden voor pistiers zijn, althans in Nederland. 'De baan is dood, beweert iedereen', zegt Jan le Grand. 'En als ze dat blijven roepen, dan gaat 'ie ook echt sterven. Bouw een dak boven Sloten, zorg voor een leuk prijzenschema en deze tak is weer springlevend.'

De jonge Le Grand is aangewezen op overdekte races in het buitenland, vooral in Zwitserland (Zurich) en uiteraard op het zesdaagsencircuit.

Maar ook die laatste nemen niet alleen in aantal af, ze verliezen bovendien sterk aan populariteit. Nu ook Frankfurt is afgevallen zijn er nog slechts twaalf over. Michel le Grand is naar de wereldkampioenschappen in Japan getogen om zich zodanig in de kijker te rijden dat de directies van deze Six hem voor de komende winter contracteren. Tot nu toe was hij in Maebashi echter weinig succesrijk. Op de sterk bezette keirin (een groepssprint) werd hij in de kwalificatie slechts vijfde en in de herkansing kwam hij tot tot dezelfde magere klassering, hetgeen zeer tot zijn ongenoegen uitschakeling betekende.

De puntenkoers, een bekende act van de zesdaagsen, ligt le Grand beter, maar het is sterk de vraag of hij zich op dit nummer kan meten met de echte wereldtop. Valt hij weer buiten de prijzen, dan zal het moeilijk voor hem worden tegen een behoorlijke financiele vergoeding startgelegenheid te vinden op de winterbanen. Le Grand zou dan eigenlijk de conclusie moeten trekken dat hij eenvoudig te licht is voor het profmetier. Toch zal hij, ongeacht het resultaat in Maebashi, wel doorgaan als 'broodfietser'. En dat kan. Ten minste als je, zoals le Grand, nog thuis woont en een stiefvader hebt die niet alleen je beste supporter is, maar je ook nog even op de loonlijst van zijn florerende bedrijf plaatst.