De ontroering van de charismatische verteller Bomans

In zijn voortreffelijke monografie De wereld van Godfried Bomans stelt Jeroen Brouwers met spijt vast, hoe de betreurde schrijver zich voortdurend van zijn literaire werk heeft laten afhouden door 'vertegenwoordigers van het droefmakend volk uit het Gooi dat verantwoordelijk is voor stupidisering, infantilisering, kunsthaat en smaakverpesting'.

Van een grote roman is het daardoor nooit gekomen, maar het verlies voor de literatuur was de winst voor de televisie: Bomans (in 1971 overleden) heeft een groot aantal tv-programma's gemaakt die niet allemaal als stupide, infantiel of smaakverpestend kunnen worden afgeschreven. De komende zaterdagen herhaalt de NCRV er vier (in iets bekorte vorm), waaruit blijkt dat hij ook een begenadigd, charismatisch verteller was van het soort dat men doorgaans alleen bij de BBC aantreft zo'n man die intens boeiend kan vertellen over een onderwerp dat hem na aan het hart ligt.

Vanavond wordt Bomans in triplo uit 1970 hervertoond, waarin Godfried Bomans gesprekken voert met zijn broer Arnold, de monnik, en zijn zus Wally, de non. Hij laat hen vooral vertellen over het rigide regime uit hun eerste kloosterjaren, waarvan ze geen van tweeen spijt gehad blijken te hebben. Het hoorde erbij, het was nu eenmaal zo en ach, je had aan de nabijheid van God toch genoeg? Bomans gaat niet met hen discussie, hij grijpt alleen even in als zijn broer de indruk wekt dat het leven op aarde niet anders is dan een wachtkamer voor het hiernamaals: 'Daar ben ik het niet mee eens, dat het leven pas waarde zou hebben door de cheque die je na afloop int.'

Verder legt hij hen zijn eigen geloofstwijfels niet voor; het zou waarschijnlijk ook geen zin hebben gehad. Hun geloof is onwankelbaar.

Het zijn tere, liefdevolle gesprekken die twintig jaar nadien nog altijd indruk maken. Aan het slot stelt hij vast, dat hij in zijn broer en zus het roomse ouderlijk huis heeft teruggezien. 'Ik herken het, ' zegt hij, 'en het vervult me met ontroering.'