De mensen waren bang dat ik de marathon niet zou overleven; vragen aan Rosa Mota

Acht jaar geleden liep ze haar eerste marathon. Min of meer voor de grap. Ze werd in Athene echter meteen Europees kampioene, een titel die ze vier jaar later in Stuttgart prolongeerde en maandagmiddag in het Joegoslavische Split verdedigt. De Portugese Rosa Mota (32) die in Seoul ook nog Olympisch goud won op de 'klassieke' afstand bereidde zich de afgelopen veertien dag voor in de buurt van Nijmegen voor op die titelstrijd.' De marathon voor vrouwen is nog niet zo lang een officieel onderdeel op grote kampioenschappen. De eerste keer, in 1982, won je ook meteen. Kwam dat omdat je er jezelf al zo lang op had voorbereid? Het eerste internationale marathonkampioenschap voor vrouwen werd gehouden op het parkoers van de historische marathon in Griekenland. Daar wilde ik puur om gevoelsmatige redenen aan deelnemen. Dus vroeg ik aan de Portugese bond of ze me wilden inschrijven en wat ik moest doen om me te kwalificeren. 'Niets', zeiden ze, 'want er bestaat geen marathon voor vrouwen'. Ze wisten het niet eens. Pas toen het Europese kampioenschap in Athene al heel dichtbij was, drong dat tot ze door en eisten ze dat ik eerst zou bewijzen dat ik een hele marathon ook uit zou kunnen lopen, want dat had ik nog nooit gedaan. Wel eens een halve marathon en een 15 kilometer wedstrijd, maar verder niet. Dat was zo kort voor de titelstrijd een onmogelijke eis en volgens mij waren ze bang dat ik het niet zou overleven, hoewel ze dat niet met zoveel woorden zeiden. Door een gelukkige omstandigheid kon ik me toch nog laten inschrijven. Ik had me wel voor de 3000 meter gekwalificeerd. Mijn geluk was dat Carlos Lopes ook alleen voor een baanonderdeel was aangemeld en op het laatste moment besliste dat hij ook de marathon wilde doen. Toen ze hen daarvoor toestemming gaven, konden ze het mij niet weigeren.

Maar het was dus wel degelijk een avontuur om die klassieke afstand juist op dat loodzware parkoers te lopen.

Ik deed het voor de lol. Bij de start kregen alle deelnemers een olijftakje, als teken van vrede, en er zijn foto's van die marathon na tien kilometer waarop te zien is dat ik het takje nog steeds in mijn hand houd. Dat geeft wel ongeveer aan hoe weinig serieus het voor me was. Tijdens die wedstrijd heb ik me een beetje gericht op loopsters die ik kende van de cross en andere wedstrijden. Ik liep op een bepaald moment in een groepje, terwijl er al een kopgroep weg was. Na veertien kilometer ben ik alleen weggegaan, zonder te weten of er nog iemand voor me zat. Er was ook niemand in de buurt om te vragen hoe de posities waren. Ik had alleen een beetje het gevoel dat ik de koploopster was, omdat er steeds twee motoragenten voor me bleven rijden. Maar om eerlijk te zijn was ik toch een beetje verbaasd dat ik Europees kampioen werd. De mensen in Portugal ook. Toen ik goud won accepteerde het publiek denk ik ook het feit dat vrouwen een marathon liepen, al wachtten ze toch een maand af... om te zien of ik wel zou blijven leven. Misschien kwam het wel omdat ze dachten aan de Olympische Spelen van 1912 in Stockholm, de eerste keer dat Portugal deelnam, en onze marathonloper Francisco Lazaro een dag na de wedstrijd overleed.

De eerste kampioensmarathon voor vrouwen betekende een mijlpaal in de geschiedenis van de atletiek. In het land dat grote namen heeft voortgebracht als Alberto Salazar en Carlos Lopes zou je verwachten dat je daarna op een voetstuk wordt gezet, maar in plaats daarvan lijkt je loopbaan een groot gevecht met de Portugese atletiekfederatie te zijn geweest. Pas in maart van dit jaar heb ik een overeenkomst met de bond bereikt waarin staat dat ik zelf mag bepalen in welke wedstrijden ik start. Ik hoef ze er alleen maar schriftelijk van op te hoogte te stellen. Dat heeft jaren geduurd. Vanaf 1984 is het oorlog geweest en eiste de bond dat ik zou doen wat zij het beste voor mij vonden. Er is zo'n leeftijdsverschil tussen de mensen die daar aan de leiding zijn en de atleten dat ze zich niet meer in jouw situatie kunnen verplaatsen. Dat ik professioneel bezig was begrepen ze niet. Een goed voorbeeld daarvan is mijn voorbereiding op de Olympische Spelen van 1984 in Los Angeles. Ik was vooraf naar Boulder in Colorado gegaan. De voorzitter van de Portugese bond eiste toen van mij dat ik naar Lissabon zou komen om aanwezig te zijn bij het maken van de foto van het vertrek van de ploeg naar de Verenigde Staten. Natuurlijk heb ik dat niet gedaan en de publieke opinie was zo tegen zijn opvatting dat er niets ondernomen is tegen me.

Is het waar dat je een andere nationaliteit hebt willen aannemen om van het regime van de Portugese federatie verlost te raken? De sfeer bleef slecht en in 1987 heb ik het lidmaatschap van de bond gewoonweg laten verlopen. Daarna ben ik op allerlei manieren tegengewerkt. Uitnodigingen werden niet doorgestuurd, organisaties kregen meestal op het laatste moment van de bond te horen dat ik niet mocht starten omdat ik niet geregistreerd was. In 1988, toen ze me niet wilden inschrijven voor de Olympische Spelen, heb ik gedreigd uit te komen voor Macao dat vlakbij Hong Kong ligt en een zelfde status heeft. Het is weliswaar Portugees, maar de internationale atletiek unie beschouwt het als een onafhankelijke staat. Je had dus de gekke situatie kunnen krijgen dat ik daardoor toch achter de Portugese vlag had gelopen en het Portugese volkslied gespeeld zou zijn. Door tussenkomst van de overheid is het allemaal nog goed gekomen en heb ik nu op papier ook het recht om mijn eigen programma ui te stippelen.

Hoe kun je die bijna vijandige houding van de bond verklaren.? Afgunst. Mijn trainer Jose Pedrosa is arts en geen leraar lichamelijke opvoeding, zoals alle coaches in Portugal. Verder ben ik geen lid van een van de grote clubs, die de dienst uitmaken in de atletieksport. Ik heb me altijd verzet tegen de aanpak van de bond. Zij willen dat atleten die in de nationale selectie zitten samen trainen, samen eten en op hetzelfde moment gaan slapen. Zij beschouwen zich als de baas, terwijl in een bond wij, de atleten, de baas zijn. Inmiddels hebben alle betere atleten ruzie met de bond.

Hoe belangrijk is dit Europese kampioenschap voor jou? Voor mij zijn het wereldkampioenschap en de Olympische Spelen belangrijker doelen dan de strijd om de Europese titel, die ik toch al twee keer heb gewonnen. Of we het leuk vinden of niet, je kunt gewoonweg vaststellen dat het Europees kampioenschap minder belangrijk wordt. Niet alleen in financieel opzicht, dat is inderdaad aantoonbaar. Geld heeft trouwens geen doorslaggevende rol gespeeld bij het maken van keuzes. Ik heb goed verdiend met hardlopen, goed genoeg om van te leven bedoel ik. Ik kijk dan ook eerst of iets past in mijn programma en ook of het evenement uitstraling heeft. De belangstelling van de pers voor de grote stedenmarathons, zoals New York, Boston, Chicago, Rotterdam, Londen en Tokio, is gewoonweg groter. Sommige tegenstandsters van mij laten het EK, misschien wel vanwege het geld, schieten. De inspanning staat niet in meer verhouding tot het rendement.

Waarom heb je je in Nederland voorbereid. Je zou eerder verwachten dat je met het oog op de omstandigheden in Split, waar het warmer is en het parkoers heuvelachtig, een andere locatie zou kiezen.

Het is een experiment. Ik ben aan het uitzoeken op welke plaatsen je goed kunt trainen. In Portugal hoef ik in deze periode van het jaar niet te zijn. Het is er te druk met al die toeristen. Ik ben twee weken in Sankt Moritz in Zwitserland geweest maar op die hoogte is het behoorlijk fris. Via Jos Hermens kwam ik hier terecht. Hij vertelde dat er nog veel ruimte is om te lopen. In de veertien dagen dat ik hier ben heeft Jos al drie keer met me getraind. Het bevalt me uitstekend. In Porto loop ik naast de auto's, hier heb ik de bossen waar het gezond is. Ik heb die verandering van trainingsomgeving trouwens ook nodig. Want het trainen op zich vind ik niet geestdodend, maar altijd op dezelfde plaats wel. Dit gebied zou me denk ik nooit vervelen. Hoewel, misschien is het op den duur wel te rustig.' Je staat al acht jaar aan de top. De marathon eist een enorme hoeveelheid trainingsarbeid. Hoe kun je dat volhouden? Het verschil tussen mij en andere atleten is, denk ik, dat zij te veel trainen. Ze beleven de sport niet zoals ik, ze genieten niet van het leven en van het lopen. Ik denk wel eens dat ze een soort Japanse kamizake-filosofie hebben. Ze lopen en trainen omdat het moet. Te veel atleten doen precies wat de dokter of de trainer zegt, zonder dat ze hebben geleerd te genieten. Terwijl je eerst moet doen waar je echt zin in hebt. Dat is nodig voor een succesvolle training. Misschien is het wel een beetje de Portugese mentaliteit... dat gemakkelijke. Ik probeer ook niet te veel marathons in een jaar te doen en verder niet te veel op hoog niveau er naast. En zeker geen recordjacht op allerlei afstanden.

Van de 17 marathons die je hebt gelopen heb je er twaalf gewonnen. Eigenlijk heb je alles bereikt wat je kon en ontbreekt alleen het wereldrecord nog dat nu met 2.21,06 op naam staat van Ingrid Kristiansen. Is dat nog dat ene doel? Een wereldrecord zegt niet veel. Op de marathon ben je zo afhankelijk van alle omstandigheden, het parkoers, het weer, de vorm... Boston is een marathon die in bijna een volledig rechte lijn wordt gelopen. Als je wind tegen hebt loop je nooit een scherpe tijd. Rotterdam is weer eerlijker omdat je een lus loopt. Maar daar is eigenlijk nog nooit een sterk veld vrouwen aan de start geweest. De 2.25,17 waarmee ik in 1987 in Rome wereldkampioen werd is misschien, als je alle omstandigheden meerekent, wel beter geweest dan het wereldrecord. Maar het doorbreken van de grens van 2.20, waar zoveel over gesproken wordt, en het verbeteren van het wereldrecord.

.

dat zijn dingen die me niet bezighouden. De marathon voor vrouwen is nu algemeen geaccepteerd. Maar er zijn nog steeds onderdelen in de atletiek die aan mannen zijn voorbehouden. In Duitsland is onlangs een experiment geweest met polsstokhoogspringen voor vrouwen, het hink-stap-springen is inmiddels wel een officieel vrouwennummer. Vind je dat alle onderdelen in principe voor mannen en vrouwen zouden moeten zijn? Misschien wel, maar of ze meteen op grote kampioenschappen moeten worden gehouden weet ik niet. Als een vrouw op een regionale wedstrijd drie, vier meter springt met de polsstok is dat niet erg. Maar voor een Europees of wereldkampioenschap is het niet goed genoeg. Het zal dan ook lang duren voordat polsstokhoogspringen voor vrouwen attractief genoeg is om toegelaten te worden. Dat nummer vraagt, net als bijvoorbeeld kogelslingeren, een techniek waar vrouwen nooit op getriand hebben. Voor hink-stap-springen en voor de lange afstanden als de tien kilometer en de marathon ligt dat anders. Die onderdelen liggen in het verlengde van nummers die al door vrouwen werden gedaan.10990 RECORDS TRANSFERRED