DDR: Uitstel van executie

DE POLITIEKE STRIJD over de datum waarop de DDR en de Bondsrepubliek hadden moeten worden samengevoegd begon zulke groteske vormen aan te nemen, dat het alleen daarom al een opluchting was dat de partijen in de Volkskammer elkaar deze week uiteindelijk konden vinden op 3 oktober. De verwarring van de afgelopen tijd werd veroorzaakt door een groot aantal factoren die in de discussie een rol speelden.

Dominant was de kwestie van de komende verkiezingen. De sociaal-democratische oppositie is van oordeel dat bondskanselier Kohl de volledige verantwoordelijkheid moet dragen voor alle consequenties van de eenwording, ook de negatieve. Het is bijvoorbeeld buiten kijf dat de eenheid de Westduitsers meer gaat kosten dan de regering in Bonn heeft doen voorkomen. Daarvan had de SPD bij de verkiezingen op 2 december meer kunnen profiteren naarmate de eenwording eerder haar beslag had gekregen.

Een tweede, minder belangrijke factor was er een van politieke symboliek, waarvoor veel Duitsers een speciale antenne lijken te hebben. Zo wilde de CDU de Volkskammer op 9 oktober tot eenwording laten besluiten, omdat het op die dag een jaar geleden is dat honderdduizend Oostduitsers in Leipzig de straat op gingen om voor de eenheid te betogen. Die eenheid zou dan op 14 oktober, de dag van de verkiezingen in de Oostduitse Lander, haar beslag hebben moeten krijgen.

Een derde factor was de internationale context. Daarin zou het fraai zijn geweest als de Duitse eenheid pas op 2 december zou worden geproclameerd, na de medio november te houden topbijeenkomst van de Conferentie voor Europese Veiligheid en Samenwerking in Parijs, waarop alle Europese landen (misschien nog minus Albanie), de Verenigde Staten en Canada hun instemming hadden kunnen betuigen met het wegvallen van de naoorlogse grens tussen de twee Duitslanden. Een argument voor de keuze van 3 oktober is nu, dat die datum volgt op de conferentie van ministers van buitenlandse zaken van de CVSE-landen op 1 en 2 oktober in New York. Maar dit overtuigt toch minder.

DOORSLAGGEVEND voor de keus van de datum hadden echter de praktische consequenties moeten zijn. De economische situatie in de DDR is buitengewoon zorgwekkend, de werkloosheid loopt tot ongekende hoogte op en het geld dat de Bondsrepubliek naar Oost-Duitsland heeft gesluisd, lijkt daar in een bodemloze put te zijn gevallen. Bij deze harde feiten vallen de andere argumenten eigenlijk weg en daarom is 3 oktober te laat. De Oostduitse minderheidsregering wordt nu gedwongen nog ruim een maand machteloos voort te modderen en de Oostduitse bevolking wordt te lang in het ongewisse gelaten over wat er gaat gebeuren. De Volkskammer had er beter aan gedaan voor een zo snel mogelijke aansluiting van de DDR bij de Bondsrepubliek te kiezen.

EEN ONBEANTWOORDE VRAAG is vooralsnog de kwestie van de manier waarop de eenwording zich zal voltrekken. Nog altijd zijn er onderhandelingen aan de gang over de tekst van een Verenigingsverdrag. Een dergelijk verdrag heeft de voorkeur omdat het een koninklijke weg biedt naar het graf van de DDR. Dat kan voor de verwerking van het communistische verleden en van de trauma's van de deling, waarmee in de DDR nog nauwelijks een begin is gemaakt, van belang zijn. Voor de vereniging is een dergelijk verdrag weliswaar niet per se nodig, maar als dat verdrag er niet komt, bestaat het gevaar dat de Oostduitsers na 3 oktober onaangenaam worden verrast: met aanspraken van anderen op datgene wat ze als hun bezit beschouwen. Een verdrag kan een zekere garantie geven dat de overgang ordelijk verloopt en niet meer pijn veroorzaakt dan onvermijdelijk is.