Briljante Handel op Festival Oude Muziek

Kwantitatief het meest opmerkelijke thema in het Festival Oude Muziek betreft Handels composities met het accent op zijn Italiaans repertoire inclusief een drietal concertante uit te voeren opera's, respectievelijk Amadigi di Gaula (1715) Rodelinda (1725) en Tamerlano (1724). Gisteravond boden de sopraan Emma Kirkby en een twaalftal leden van het Freiburgse Barokorkest alvast het voorproefje (dat beslist naar meer smaakt) met Handels cantate Agrippina condotta a morire (HWV 110) uit 1707-1708. De solocantate met generaalbas was al rond 1700 de meest populaire vorm van vocale kamermuziek.

De dramatische karaktertekening van een hoofdfiguur die zich in een emotionele crisis bevindt, doet het meeste denken aan een operafragment en bij Handel betreft het dan ook vaak voorstudies voor opera's. Handel schreef zo'n hondervijftig cantates, de meeste, zoals Agrippina, voor sopraan. Ze reflecteren veelal Handels gelukkige tijd in Rome, als fragmenten uit een muzikaal dagboek. Daar werkte hij tot driemaal toe in dienst van de Accademia degli Arcadia van markies Francesca Maria Ruspoli en schreef hij cantates voor kardinaal Pietro Ottoboni, die zondags concerten gaf. Ottoboni, die een zeventigtal kinderen achterliet hij had de portretten van zijn maitresses vermomd als heiligen op zijn slaapkamer hangen was een prachtlievende maecenas bij wie de jonge Handel zich geheel thuisvoelde. De betekenis van de cantates is onderschat, nog in 1914 vond Eugen Schmitz in zijn geschiedenis van de cantate Handels bijdrage irrelevant en typerend is dat Friedrich Chrysander, die tekende voor de eerste Gesamtausgabe, in het Vierteljahrsschrift fur Musikwissenschaft weliswaar een chronologische studie van de cantates aankondigde, maar het daar niet van liet komen ... Hugo Leichententritt daarentegen schreef al in 1924 een uitermate enthousiast commentaar op Agrippina: roemde de rijkdom aan wisselende stemmingen, wees op de interessante declamatie, de expressieve coloratuur, de rijke toonschildering en de gewaagde harmonie. Het slot vooral is origineel: een secco recitativo, hoewel Scarlatti al eens een gehele opera zo had laten eindigen.

Een pittige vioolpartij biedt de tweede aria, waarin Agrippina de hemelse Jupiter smeekt met zijn wrede bliksem haar zoon, de tiran Nero die haar ter dood veroordeelt, in as te leggen. Voor de dalende nonen had een Schonberg zich niet hoeven schamen!Emma Kirkby vond ik op haar sterkst in de ambivalente stemmingen, in de opwelling van moederliefde (prachtig kale en vale lijnen), voor de emoties van haat en wraakzucht zou een minder licht stemtype idealer zijn geweest. Maar in Bachs cantate Weichet nur betrubtu Schatten (BWV 202), al was hier helaas de hobosolo niet optimaal, viel weinig aan te merken: vertrouwd terrein. De twee hobo's in Handels Concerto Grosso op.6 nr.5 ontbraken, maar dat het publiek voortijdig klapte was terecht: het tweede allegro met zijn briljante toonherhalingen werd een kabinetstukje van de allereerste orde.

Ten slotte was er gisteravond laat nog een bijdrage in het festivalthema 'Verhalen op muziek'. Benjamin Rock Bagby droeg drieduizend regels voor uit het Angelsaksische epos Beowulf. Ondanks het feit dat er weinig te verstaan viel, toch een spannende gebeurtenis van een bijkans bezwerende kracht. Hulde!De overige Italiaanse cantates van Handel in het Holland Festival Oude Muziek: 1. 28/8 Geertekerk 22.45 uur: Dalla guerra amorosa door Klaus Mertens (bariton)2. 29/8 Vredenburg 12.45 uur: La Lucrezia door Catherine Bott (sopraan)3. 29/8 Geertekerk 22.45 uur: Qualor crudele door Gerard Lesne (countertenor).