Bridge

Andere sportbeoefenaren kijken er altijd een beetje vreemd van op als ze horen dat je als bridger nog als junior kunt optreden wanneer je je 25ste verjaardag al hebt gevierd. Maar inderdaad, bridge kent de oudste junioren van alle sporten, althans voor zover ik weet.

Hoe komt dat? Het verschijnsel van de 'oudere jongere' staat echter niet op zichzelf. Een tweede opmerkelijk verschijnsel is dat bridge in tegenstelling tot schaken geen wonderkinderen kent. En hoe komt dat? De verklaring zal in het spel zelf moeten worden gevonden. Ik denk dat twee kenmerken van het spel een aanknopingspunt bieden. Het eerste kenmerk is dat bridge een 'partnership game' is. Je hebt een partner nodig om te kunnen schitteren en als je in je jeugd op zoek bent naar je eigen identiteit, heb je het doorgaans hier veel te druk mee om nog veel energie te kunnen stoppen in die partner aan de overkant. Het tweede kenmerk is dat bridge een spel is waarin in de aanvangspositie van ieder afzonderlijk spel de gegevens onbekend zijn. De kunst is in de loop van het spel zo snel mogelijk zo veel mogelijk van de onbekende gegevens omtrent de handen van de tegenstanders te weten te komen en zelf zo weinig mogelijk van de eigen gegevens bekend te laten worden. Ervaring kost tijd en dus kun je pas een sterker bridger zijn als je de jaren des onderscheids hebt bereikt. In het Noorse juniorenteam dat deze zomer in Neumunster het Europese Juniorenkampioenschap won, speelde als jongste speler Geir Helgemo mee. Met zijn 20 jaren is hij de jongste nationale grootmeester die Noorwegen ooit voortbracht. Hij won in Neumunster de prijs voor het beste afspel. Hier is de bekroonde prestatie (zie eerste diagram).

(Schoppen) V B 6 2 (Harten) A 4 (Ruiten) A 9 6 (Klaver) H 10 4 2 (Schoppen) A H 3 (Harten) V 8 7 3 2 (Ruiten) V B 4 3 (Klaver) 3 (Schoppen) 10 9 8 5 (Harten) 10 (Ruiten) 10 8 7 5 (Klaver) V B 8 5 (Schoppen) 7 4 (Harten) H B 9 6 5 (Ruiten) H 2 (Klaver) A 9 7 6 Helgemo (Z) opende met 1(Harten), herbood na zijn partners 1-(Schoppen)-antwoord 2(Klaver) en bood na partners 2(Ruiten) als 4e kleur 2SA, door N tot 3SA verhoogd. W kwam met (Ruiten)3 uit en Helgemo won de slag met (Ruiten)H. Wat zouden u en ik en wij allemaal hebben gedaan? Ik denk een (Harten) naar (Harten)A spelen om in (Harten) te snijden in de hoop dat er 5 (Harten)-slagen binnenkomen. Lukt dat niet, dan ziet de toekomst er somber uit.

Helgemo speelde echter doodgemoedereerd in slag 2 (Harten)B uit de hand en liet die, toen W niet dekte, naar O doorlopen!! In slag 3 volgde een (Klaver) naar (Klaver)H. Nu speelde Helgemo (Klaver)10 voor die O met (Klaver)B dekte, en onze Z-speler liet hem die houden! Hij liet zijn tegenstanders ook de nagespeelde (Ruiten) houden, maar nam de volgende met (Ruiten)A waarop in de hand een (Harten) wegging. Zijn volgende zet was het nemen van een snit over O in (Klaver), waarna hij met (Harten)A weer naar de dummy overstak en deze positie had bereikt: (Schoppen) V B 6 2 (Harten) (Ruiten) (Klaver) 4 (Schoppen) A H (Harten) V 8 (Ruiten) V (Klaver) (Schoppen) 10 9 8 (Harten) (Ruiten) 10 (Klaver) V (Schoppen) 7 4 (Harten) H 9 (Ruiten) (Klaver) A Terugkerend naar de hand met (Klaver)A dwong hij W een winner af te gooien waarna hij hem in (Schoppen) aan slag bracht. W mocht zijn andere winner nog incasseren, maar moest hierna in Geir Helgemo's (Harten)-vork spelen.

En dat waren dan 9 ongelooflijke slagen. Dan het tweede spel dat hem de titel 'wonderboy' opleverde: (Schoppen) B 3 (Harten) H B 8 5 4 (Ruiten) B 9 2 (Klaver) 8 3 2 (Schoppen) 9 7 2 (Harten) V 9 7 6 3 (Ruiten) (Klaver) H 9 7 5 4 (Schoppen) H V 10 8 5 (Harten) 10 2 (Ruiten) V 8 5 3 (Klaver) V B (Schoppen) A 6 4 (Harten) A (Ruiten) A H 10 7 6 4 (Klaver) A 10 6 Onze held opende met 2(Klaver), W toonde met 2SA een 2-kleurenhand en na N's 3(Harten) bood Helgemo onvervaard 3SA. W kwam met (Klaver)4 uit, O speelde (Klaver)B, die Z hem liet houden, en vervolgde met (Klaver)V. Er zijn vooralsnog maar 8 slagen omdat (Harten)H onbereikbaar lijkt. Daar dacht Geir anders over.

Hij incasseerde (Harten)A en speelde in alle rust een kleine (Ruiten) uit de hand! O kon N's (Ruiten)B met de V nemen en (Klaver) na spelen, maar Helgemo claimde 9 slagen omdat (Ruiten)9 nu een entree was voor (Ruiten)H. Zou hij in (Ruiten) met (Ruiten)A zijn begonnen, dan zou de kleur zijn geblokkeerd. Hier toonde Helgemo dat hij goed had geluisterd naar het bieden van zijn tegenstanders en zich had verdiept in hun mogelijke kaartverdeling. Met een 6- kaart of langer in (Schoppen) zou O vermoedelijk wel 3(Schoppen) hebben geboden en van (Klaver) H-V-vijfde zou W eerder met (Klaver)H zijn gestart. Misschien moet Z wel onmiddellijk (Klaver)A nemen om te voorkomen dat O in slag 2 naar (Schoppen) switcht. Getuigen verklaren dan ook dat hij (Klaver)A al in de hand had, maar hij vertrouwde zijn psychologisch inzicht dat hem zei dat O, als hij toch (Klaver)B-x zou hebben gehad en de (Klaver)-kleur voor OW dus niet blokkeert, wel (Klaver) zou naspelen. Hij is dan geen wonderkind, maar wel een wonderboy!