Bagdad aan de Thames; Richtingenstrijd onder Irakese ballingen

'Irak wordt geregeerd door een een-partij dictatuur met een individu aan de leiding in wiens handen alle macht is geconcentreerd.

Hij heeft macht over leven en dood, en over het volk. Hij heeft volledige controle over de strijdkrachten, de inlichtingendienst en de veiligheidsdienst. ' De verklaring die aldus begint, werd op 27 februari 1990 ondertekend door 27 sleutelfiguren uit de Iraakse oppositie, onder wie alle belangrijke Koerdische voormannen, nationalisten, dissidente Ba'athisten, communisten, shi'ieten, sunnieten, en gevluchte legerofficieren. De verklaring - waarin vervolgens onder meer wordt opgeroepen tot democratie en persvrijheid in Irak - werd met goedvinden van de plaatselijke machthebbers uitgegeven in Syrie, waar deze vrijheden niet te vinden zijn. Op dit moment leven ongeveer een miljoen Irakezen (7% van de totale bevolking) buiten hun land: in Iran bivakkeren ongeveer 225.000 Koerden. Zij ontvluchtten Irak nadat Iran en Irak in 1975 onder auspicien van de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Kissinger in Algiers hun belangrijkste geschillen bijlegden. Iran beeindigde daarop de steun aan en bevoorrading van het de facto zelfstandige Koerdistan in Noordoost-Irak. Nadat Saddam Hussein vijf jaar later het akkoord van Algiers ongeldig verklaarde, en het shi'itische Iran binnenviel, was dat voor veel Iraakse shi'ieten reden naar Iran te ontwijken.

Tweehonderdduizend werden door Saddam Hussein het land uitgezet.

Het waren onder andere de gifgasaanvallen van de Iraakse luchtmacht die in 1987 en 1988 zorgden voor een volgende stroom vluchtelingen, nu naar Turkije. In drie vluchtelingenkampen bevinden zich daar nu nog ongeveer 27.000 Iraakse Koerden. De lijst kan worden uitgebreid met enkele honderdduizenden Irakezen in Westerse landen - volgens sommige schattingen 200.000 in Groot-Brittannie alleen.

Nu de media in de hele wereld plotseling de schijnwerpers op Irak hebben gezet, en men zich eens te meer bewust wordt van de misstanden die Irak al decennia kenmerkt, voelen de talrijke opponenten van het regime zich sterker dan ooit. Verwijzend naar vergeelde verklaringen en perscommuniques van lang geleden, roepen ze in koor dat ze het altijd al gezegd hebben. Maar wat als Saddam weg is? Daarover bestaat minder eendracht - terwijl de opvulling van het vacuum waarop zovelen hopen, dringend vraagt om een duidelijk scenario. Veel Iraakse dissidenten zoeken dezer dagen de startblokken op, maar of ze dezelfde kant op zullen rennen is de grote vraag.

In Londen maakte ik een rondgang langs vier Arabische ondertekenaars van de in februari in Damascus uitgegeven verklaring van de verzamelde Iraakse oppositie, en officiele woordvoerders van het Iraki Kurdistan Front, wier standpunten in een volgend stuk aan de orde zullen komen. Antecedenten Het maken van een telefonische afspraak met Dr. Sahib al-Hakim (42), voorzitter van de Organisation of Human Rights in Irak leek simpel - maar in een drukbezocht hamburgerrestaurant (zijn idee) verzekeren hij en een assistent me dat ze mijn antecedenten op verschillende wijzen hebben nagetrokken. Al-Hakim vertrouwt me echter niet genoeg om zelf ook iets te drinken. Hij is ervan overtuigd dat de Iraakse geheime diensten het op zijn leven gemunt hebben, en vertelt dat hij het al vaak nuttig vond om de consumpties van hem en van zijn gesprekspartner op een onbewaakt ogenblik te verwisselen. Sinds 1985 werden 22 van zijn familieleden in Irak terechtgesteld of daarbuiten door handlangers van Saddam Hussein vergiftigd of doodgeschoten - de laatste op 17 januari 1988 in het Hilton hotel in Khartoum.

Onder de Iraakse shi'ieten (54% van de bevolking) speelt de Al- Hakim familie al jaren een sleutelrol. De in 1970 overleden Muhsin al-Hakim was in de 15 jaar daaraan voorafgaand geestelijk leider van alle shi'ieten ter wereld. In de heilige stad Najaf bood hij jaren onderdak aan Khomeiny, die toen tevens zijn leerling was. Mushin's zoon Mohammed Bakr al-Hakim (ongeveer 53 jaar oud), de leider van de shi'itische Irakezen in Iran, heeft volgens Sahib al Hakim op 14 augustus laten weten ' Dat hij 50.000 tot 100.000 bewapende manschappen kon inbrengen in de strijd tegen Saddam, maar de dag daarop nam Saddam hem de wind uit de zeilen door zich akkoord te verklaren met de overeenkomst van Algiers uit 1975.'

Het was vooral het verzet van Mohammed al-Bakr (die in 1979 het land ontvluchtte) waardoor Saddam Hussein zich geroepen voelde de Al-Hakims te decimeren. Bij gebrek aan fondsen voor lijfwachten en/of bewakingscamera's in zijn huis, draagt Sahib al-Hakim altijd een kaart bij zich met zijn persoonsgegevens en daaronder: Het regime van Saddam Hussein doodde 22 leden van mijn familie, ikzelf kan op ieder moment vermoord worden. Los van zijn familie-achtergrond heeft Sahib al-Hakim - die geen tulband op heeft, een das draagt en door zijn familie wordt gekritiseerd wegens zijn Westerse verwording - ook zijn eigen verhaal als voorzitter van de mensenrechten organisatie. ' Officieel zijn we in 1985 begonnen. We hebben steeds gezegd dat we er voor alle Irakezen zijn: Koerden en Arabieren, sunnieten, shi'ieten, joden, christenen. Bijvoorbeeld: in 1989 verleende Saddam Hussein een amnestie waarvan onder anderen gevluchte Assyrische christenen gebruik maakten. Na hun terugkeer in Irak zijn er 103 spoorloos verdwenen. Ik heb dat onlangs bij de Verenigde Naties aanhangig gemaakt. In principe bestaat er in Irak godsdienstvrijheid - de minister van buitenlandse zaken Tareq Aziz is een christen - maar op voorwaarde dat ze zich als zodanig niet politiek profileren. Je moet niet hardop in een gebed vaststellen dat doden verkeerd is. De oprichter van de Ba'ath-partij, Michel Aflaq, was overigens ook een christen.'

In het diepste geheim heeft de Iraakse mensenrechtenorganisatie ook vertegenwoordigers in Irak zelf, ' zelfs mensen die bij de inlichtingendienst en de veilgheidsdienst werken, ' aldus Al-Hakim. ' Als ze buiten Irak moeten zijn nemen ze contact met ons op, en geven namen op van mensen die gearresteerd of geexecuteerd zijn. Soms krijgen we zelfs documenten toegespeeld. We hebben lijsten van verboden boeken gekregen. Victor Hugo en Charles Dickens bijvoorbeeld, zijn verboden in Irak.'

Een vogelvrije groep in Irak waar weinig over geschreven wordt, vormen de dienstweigeraars, die hun straf, executie, ontlopen door zich schuil te houden in het labyrinth van moerassen en waterwegen in het zuiden van het land. ' Ze zijn daar onmogelijk te vinden, en ze leven van visvangst, ' aldus Sahib al- Hakim. ' Soms worden ze geholpen door de plaatselijke bevolking, de enigen die daar de weg weten. Ook tegen hen heeft Saddam Hussein gifgassen gebruikt.'

Zijn woorden ten spijt komt Sahib al-Hakim opgewekt over, bij vlagen zelfs vrolijk. Maar daarvan resteert niets als hij eraan herinnert hoe zijn organisatie en andere Iraakse dissidenten jarenlang tevergeefs probeerden de wereld te attenderen op het kwaad in hun land. ' We smeekten steeds: help Saddam niet! - en ondertussen werd hij door oost en west van wapens voorzien. En nu zeggen we tegen de Amerikanen: alsjeblieft, doe geen aanval op Irak of Koeweit. Er zijn al honderdduizenden Irakezen omgekomen in de oorlog met Iran, de bevolking heeft al genoeg geleden. Maar die blokkade is zeer goed: Als het wordt volgehouden is Saddam binnen een paar maanden verdwenen, hopelijk binnen een paar weken. Hij zit nu in een bunker, vermoedelijk bij Abu Ghraib, iets ten noordwesten van Bagdad, waar ook de televisiestations zijn.'

Of hij nog een bizar verhaal mag vertellen? ' Op een avond in 1983, voordat Saddam zich tegen de Al-Hakims keerde, werd onverwacht aangebeld bij een familielid van me, een gepensioneerde advocaat. Hij kwam in zijn ondergoed naar buiten, en voor de deur stonden lijfwachten van Saddam. Hij moest zijn hele gezin bij elkaar brengen, waarna het huis werd doorzocht. Vervolgens zeiden ze: hier is een auto met chauffeur. Kies een luxe hotel uit in Bagdad, en ga daar vannacht slapen. Alles wordt voor je betaald. Maar zeg tegen niemand wat er gebeurd is. Die nacht sliep Saddam in het huis van mijn familie, zodat niemand wist waar hij was. Dat deed hij veel vaker. Een halfbroer van Saddam, Barazan al-Takitri, heeft een boek geschreven, 13 miljoen Irakezen achter Saddam, en daarin wordt al toegegeven dat er meer dan tien pogingen zijn gedaan hem te vermoorden. In werkelijkheid zijn het er veel meer geweest. ' Sterke thee Een paar maanden na de Ba'ath- coup van 1968 ontvluchtte Dr. Mohammed Bahrul Uloom Irak. Uloom was tegenstander van de Ba'ath-partij en lid van de Iraki Islamic Independent Movement. Hij vreesde voor gevangenneming. Sindsdien leefde hij in Egypte, Libanon, Iran en nu Engeland. De inmiddels 63-jarige oud-compagnon van Khomeiny - zwarte tulband op het hoofd - onthaalt me op zulke sterke thee dat je zou zweren dat het koffie was.

De thee wordt geflankeerd door een berg zoete koekjes. Zijn zoon vertaalt. ' Een van de redenen dat ik niet in Iran bleef, was dat ik niet onder de paraplu van een of ander niet-Iraaks regime wil zitten.'

Bahrul Uloom, wiens Movement volgens ingewijden de voor het Westen best aanvaardbare aspecten van de shi'a vertegenwoordigt, is terughoudend met het verwerpen van de martelingen en executies in het shi'itische Iran, want ' dat hoort nu eenmaal bij de eerste jaren van een revolutie. Het heeft ook te maken met de oorlog met Irak, die al een jaar na de revolutie uitbrak. Ze hebben in Iran nauwelijks gelegenheid gehad om de wereld duidelijk te maken wat ze met hun revolutie wilden. Ik denk dat de mensenrechtensituatie daar in de toekomst zal verbeteren.'

Mocht Saddam ten val komen, dan is het gevaar van een machtswisseling als in Iran - van wereldlijke naar godsdienstige terreur - niet denkbeeldig. Bahrul Uloom: ' Die leegte na de val van een regime is inderdaad zeer gevaarlijk. We moeten leren van de lessen van Roemenie en zelfs van Iran. We hebben de bevolking in Irak al laten weten dat wij bereid zijn ze alle soorten van vrijheid te geven. We geloven dat alle Iraakse partijen in de toekomst een rol moetenspelen.'

Is hij dan geen voorstander van een islamitische staat? In plaats van een krachtig 'nee', zegt Bahrul Uloom: ' Als moslim ben ik ervan overtuigd dat de islam aan alle mensen het recht geeft om de de rol die ieder draagt te spelen. Samenwerking is onderdeel van de islam. Kijk naar Mohammed: hij leefde temidden van joden en christenen. Dat moeten wij ook doen - behalve natuurlijk als ze iets tegen de islam hebben. Vijf jaar geleden werd ik geinterviewd door een Syrische krant. Ze vroegen: wat gaat u doen wanneer de moslims in Irak bij verkiezingen verliezen? Ik zei: Dat zou betekenen dat we iets verkeerd hebben gedaan, en dat we moeten proberen het vertrouwen van de mensen weer te winnen.'

Bahrul Uloom wijst op de ook door hem ondertekende verklaring van Damascus, waarin een meer-partijen-democratie voor Irak werd bepleit. Overweegt hij of overweegt men bij de Iraakse oppositie in het algemeen nog de vorming van een regering in ballingschap? ' Het punt is: bijna alle landen ter wereld hebben Saddam geholpen. Van wie heeft hij al die tanks en vliegtuigen gekregen? Zonder die hulp aan Saddam waren we al lang Irak in gegaan om hem te bestrijden. Toen hij gifgas tegen de Koerden en de moeras-Arabieren gebruikte, kraaide er geen haan naar. Waarom zouden we dan een regering in ballingschap vormen, als we toch alleen staan?' Eerste nacht Wereldser geluiden zijn te beluisteren bij de ondertekenaars van de Damascus-verklaring Selim Fakhri (69) en Hani Al-Fekaiki (54).

Fakhri was ooit luitenant-kolonel in de Iraakse strijdkrachten, en stond na de revolutie van 1958, waarbij de Iraakse koninklijke familie werd vermoord, aan het hoofd van de Iraakse radio en televisie. Hij was een vriend van Kassem, en belandde anderhalf jaar na diens val in februari 1963 in de gevangenis - waar toen overigens ook Saddam Hussein zat. Beiden waren nauw betrokken geweest bij een couppoging: Saddam om een Ba'ath-bewind aan de macht te krijgen, Fakhri om een democratie in Irak te vestigen. Na de Ba' ath-coup van 1968, die Hassan al-Bakr president en Saddam Hussein vice-president maakte, werd Fakhri vrijgelaten. ' Maar direct na die coup begon het Ba' ath-regime met moorden. De eerste nacht al! Anderzijds wilden ze in die dagen graag een oplossing van het Koerdische probleem, en ik had altijd zeer veel sympathie voor de Koerden gevoeld. Ik stelde Al-Bakr voor om mij als gezant naar Mustafa Barzani te sturen.'

Barzani, de toen 65-jarige Koerdenleider, beeindigde in 1958 op uitnodiging van Kassem een langdurige ballingschap in de Sovjet-Unie en begon in 1961 een massale Koerdische opstand tegen diens regime wegens niet nagekomen beloften. Sindsdien hielden de Iraakse Koerden (20% van de bevolking) een eigen, autonoom gebied bezet.' Toen ik aan Barzani de voorstellen van president al-Bakr voorlegde, ' herinnert Fakhri zich, ' was hij niet geinteresseerd daarop in te gaan. Hij vertrouwde het nieuwe regime allerminst, en kon me

delijk maken dat Al-Bakr al pogingen in het werk had gesteld een splitsing in de Koerdische beweging te bewerkstelligen, en steun en wapens gaf aan een andere Koerdenleider, Jalal Talabani.'

De lijn naar het heden loopt via de Damascus-verklaring: die werd ondertekend door Selim Fakhri, door Masoud Barzani - zoon van de in 1979 overleden Mustafa Barzani, tevens diens opvolger als voorzitter van de Koerdische Democratische Partij - en door Jalal Talabani. ' Toen ik Al-Bakr bij terugkeer in Bagdad vertelde wat ik van Barzani gehoord had, en ik voorstelde de steun aan Talabani te beeindigen, liet hij het hele onderwerp los, en begon te praten over wat voor positie ik in zijn regering zou willen hebben. Toen besloot ik dat het tijd was Irak te verlaten: ik zei Al-Bakr dat ik om medische redenen twee maanden naar Groot-Brittannie wilde. Ik kwam hier in december 1968, en ben nooit meer terug gegaan.'

In tegenstelling tot Fakhri, heeft Hani Al Fekaiki de huidige dictator van Irak persoonlijk gekend. Hij was in 1963 lid van de regerende Revolutionaire Commandoraad (RCC), maar zijn onvrede met de methoden van het Ba'ath-regime deed hem in de loop van de jaren '70 steeds vaker in de gevangenis belanden. Fekaiki: ' Ik voelde dat ik het niet zou overleven als ik bleef, en ben in 1979 het land uitgevlucht. Vijfennegentig procent van de Ba'ath-partij is het met de methoden van Saddam oneens. Maar het Westen heeft hem voortdurend in het zadel gehouden. Niet alleen met geld en wapens, ook met gegevens over de oppositie binnen en buiten de strijdkrachten.'

Fakhri valt bij: ' Voor dat laatste hebben we veel bewijzen. Hij heeft alle mogelijke vormen van hulp in het buitenland kunnen kopen - soms ook met medewerking van hooggeplaatste personen onder andere in Frankrijk en Zweden.'

Fakhri en Al-Fekaiki vertegenwoordigen in de Iraakse oppositie de National Democratic Rescue group. ' Niet zozeer een partij, ' aldus Fakhri, ' maar een wat losse groep van Iraakse intellectuelen, vooral in Groot-Brittannie, die de democratie boven alles stellen. We hebben in ook in Irak veel aanhangers, zelfs binnen de Ba'ath-partij.'

Als ik Fakhri vraag hoe het kan dat juist in het superondemocratische Syrie door de verzamelde Iraakse oppositie een oproep tot persvrijheid en democratie werd gedaan, is mevrouw Fakhri haar man voor: ' Thats the irony of it all!' Haar echtgenoot vult aan: '... en het grote dilemma waarin de Iraakse oppositie zit, onze groep in het bijzonder. Als we Saddam kritiseren wegens zijn bruutheid en geweld, zijn de Syriers daar helemaal niet blij mee. Daarom heeft onze groep haar basis ook niet in Syrie. Wij stellen democratie boven alles, maar ik ben bang dat de andere ondertekenaars van de Damascus verklaring dat niet doen. De Koerden stellen in principe hun eigen nationalisme voorop, hoewel ik daar bij moet zeggen dat de Koerden onze allerbeste vrienden zijn in de Iraakse oppositie. We begrijpen elkaar volkomen. Ze zeggen ook: 'Als jullie het voor het zeggen krijgen zullen we onze eisen voor autonomie bijstellen.

Hoe meer democratie in Bagdad, des te minder autonomie we nodig hebben.' ' Interventie Veel ernstiger zijn de bedreigingen vanuit de islamitische oppositie. Ik herinner eraan dat hun geestverwanten in Iran de revolutie van 1979 ook inluidden met fraaie beloften over burgerrechten. Fakhri: ' Het gevaar dat de shi'itische meerderheid na de val van Saddam zal afstevenen op een fundamentalistische moslim- staat is inderdaad niet uitgesloten. Anderzijds: we zijn jarenlang met ze in debat. Officieel erkennen ook zij dat democratie en pluralisme eerste vereisten zijn. Wat kunnen we anders doen dan ze op hun woord geloven? Vergeet niet dat wantrouwen altijd naar twee kanten werkt. En het kan natuurlijk ook dat Saddam door een staatsgreep ten val komt, en vervangen wordt door een nieuwe dictatuur die geen belangstelling heeft voor wat wij zeggen. Dan zullen we in de oppositie blijven.'

Over de huidige buitenlandse interventie zijn de heren minder dan enthousiast, want, zegt Al- Fekaiki: ' Het gaat de Amerikanen er helemaal niet om de democratie te herstellen. Vroeger hielpen ze Saddam - en hoor je Bush nu zeggen dat de democratie moet worden hersteld in Koeweit, waar het parlement een paar jaar geleden buiten werking is gesteld?' Fakhri: ' Dat maakt ons erg wantrouwend aangaande hun werkelijke bedoelingen.'

Op 14 augustus werd in Damascus door de Iraakse oppositie opnieuw een verklaring uitgegeven, waarin onder andere: ' De bezetting van Koeweit leidt de aandacht af van de strijd tussen de Arabieren en Israel, en biedt kansen aan het Amerikaans imperialisme [... ] dat zijn invloed kan versterken en de nationale belangen in de regio een harde klap kan toebrengen. [... ] Het [... ] verzwakt de strijd van de Arabische natie tegen het imperialisme en zionisme. [... ] We roepen iedereen op [... ] ons te helpen bij [... ] het installeren van een volksregering die recht, politieke vrijheid en mensenrechten respecteert, en de Koerden autonomie verleent. [... ] Onze gewapende strijdkrachten hebben opdracht Saddam en zijn corrupte medestanders te straffen voor hun misdaden.'