Arabieren die joden uit zee redden?

AMSTERDAM, 25 aug. Hij had wel verwacht dat zijn film zou aanslaan. Maar dat hij na een maand opnieuw op de televisie zou worden vertoond vindt hij toch wel opmerkelijk. Izzy Abrahami is de regisseur van Israel, The Other Reality, een documentaire over de verhouding tussen joden en Arabieren in Israel, die morgenavond door de RVU wordt herhaald. Geen beelden deze keer van rellen, aanslagen, doden en gewonden, maar gewone, menselijke gesprekken met vertegenwoordigers van de twee bevolkingsgroepen, die elkaar aanvaarden en respecteren al komt af en toe duidelijk naar boven hoe diep het wederzijdse wantrouwen is geworteld.

De Amerikaanse schrijver Arthur Miller zei na het zien van de film: 'Ik vond hem verrassend, met leuke momenten, vol menselijke details en hoopgevend. Ik denk dat hij een bepaalde realiteit van Israel weergeeft, die nooit wordt afgedrukt de ervaring van ten minste een paar Arabieren en joden die vreedzaam samenleven en werken.'

'De film spreekt mensen aan, omdat de situatie zo herkenbaar is', zegt Abrahami. 'Het gaat over ons allemaal. Over mensen die zich hulpeloos voelen binnen een politiek systeem waarop ze geen invloed kunnen uitoefenen, of ze nu in Israel wonen, in Nederland of Amerika. Neem een willekeurige Amerikaanse soldaat van 18 jaar. Hij en zijn familie hadden misschien geen idee waar Koeweit lag. Nu loopt hij daar de kans te worden doodgeschoten, terwijl zijn moeder of zijn vriendin machteloos moeten toezien.' Nadat de film op 23 juli was uitgezonden, regende het telefoontjes van kijkers die een videoband wilden of om hervertoning vroegen. Dat en de recente ontwikkelingen in het Midden-Oosten waren aanleiding de film te herhalen. Regisseur en schrijver Izzy Abrahami is van Bulgaars-joodse afkomst. Hij emigreerde op zijn tiende naar Israel. Sinds 1966 leeft hij afwisselend in Amsterdam en New York.

De berichten over het geweld in Israel vormden de aanleiding tot de film. In 1988 besloot Abrahami er zelf heen te gaan om te kijken wat daar nu precies gaande was. Hij deed dat samen met de Israelische producente Erga Netz. 'Die reis werd de interessantste ervaring van mijn leven. Ik sprak met joden en Arabieren uit alle lagen van de bevolking en ontmoette eigenlijk alleen maar mensen die in vrede met elkaar wilden leven. We kwamen in een dorp waar Arabieren en joden in perfecte harmonie met elkaar omgingen. We maakten er een traditionele Arabische bruiloft mee, waar een enorm aantal joden aanwezig was: allemaal vrienden van de familie. Ik hoorde in een kustplaats dat alle badmeesters Arabisch waren. Ik kon mijn oren niet geloven: Arabieren die joden uit zee moeten redden? Ik ging kijken en het was waar.' Alle goede wil ten spijt, zodra de gesprekken op politiek kwamen, veranderde de tolerante houding van de gesprekspartners. Abrahami: 'Dan kozen ze partij. Zodra ze de kant van een partij kiezen, ongeacht of die links, rechts of in het midden staat, beginnen ze te bekvechten met de stem van die partij. Het is niet hun eigen mening, maar een die ze hebben overgenomen van de kranten en de televisie.' Abrahami's werkelijkheid is die van 1988, toen er nog enige voortgang leek te zijn in het vredesproces. Hoewel dat proces inmiddels is gestagneerd, is Abrahami nog steeds vol idealisme over de goede wil van 'de man in de straat'.

De schijnbaar uitzichtloze situatie is, zo stelt hij, de schuld van de politici die om politieke redenen de controverse tussen de bevolkingsgroepen in stand houden.

Scheldpartij

Hoe wankel het evenwicht is ondervond de cameraploeg aan den lijve. Toen Abrahami op het strand drie Arabieren interviewde stond er plotseling een man op die tegen de drie begon te fulmineren. Binnen de kortst mogelijke tijd keerde het hele strand zich tegen de Arabieren en ontstond er een onverkwikkelijke scheldpartij die twee uur duurde. 'De situatie werd heel bedreigend. Ik was doodsbang dat de omstanders de Arabieren zouden aanvallen. Iemand zei dat Shamir een moordenaar was, een andere noemde Arafat een moordenaar. Op het laatst zei ik, goed, laten we aannemen dat Shamir en Arafat moordenaars zijn, is dat reden voor jullie om ook te gaan moorden? Op het moment dat ik Shamir een moordenaar had genoemd, keerde men zich tegen mij en mijn cameraploeg. De Arabieren waren vergeten. Nu waren ook wij tot slachtoffer van de situatie gemaakt. Ik schreeuwde dat ik geen geweld wilde en nodigde iedereen uit een glas bier te gaan drinken. Dat bleek uiteindelijk de oplossing. Met zijn allen, joden en Arabieren, belandden we op een terras en spraken over familieleven, huwelijk, werk. Toen ontpopten ze zich stuk voor stuk als heel aardige mensen.' De opnamen moesten bij terugkeer aan de censor worden voorgelegd de normale procedure. 'Ik was bang', aldus de regisseur, 'dat het materiaal wegens het deel waarin Shamir een moordenaar werd genoemd niet door de censuur zou komen. Daarom hebben we drie minuten gewist. Daar heb ik nu eeuwig spijt van, want toen we aankwamen met de 76 uur film die we hadden opgenomen, vonden ze het veel te veel moeite om alles te bekijken en werd hij ongezien goedgekeurd.' Hoewel Abrahami niets in de weg werd gelegd bij de opnamen, mag zijn vredesboodschap in Israel niet worden vertoond. 'Het hoofd programmering van de televisie, die in Israel door de staat wordt beheerd, vond de film prachtig en wilde hem graag vertonen. Maar het hoofd van de televisie-omroep gaf geen toestemming. Dat was vorig jaar november. Hij gaf als reden dat het niet het geschikte tijdstip was om een film over de goede relatie tussen joden en Arabieren te vertonen. Ik heb hem gevraagd die uitspraak op schrift vast te leggen, maar dat weigerde hij. De weigering verbaast me overigens niet, want deze man valt direct onder de verantwoordelijkheid van de minister van onderwijs, degene die in de film zegt dat hij tegen gemengde huwelijken tussen joden en Arabieren is.'