564; Een momentopname

Goedenmmmmmmmmmm-id dag. Het doel van de geschiedschrijver is te laten zien hoe het is geweest. Wie heeft dat gezegd? Henri Pirenne? Zoekt u het zelf maar even op. Het gaat me niet om de auteur maar om de uitspraak zelf. Het mooiste voorbeeld van resultaat vind ik het eerste hoofdstuk van Huizinga's Herfsttij der Middeleeuwen waarin hij 'slevens felheid beschrijft. Als kind kon ik er al niet genoeg van krijgen: de optochten van vrome melaatsen, klokken die etmalen lang doorbeierden, de rook van de turfvuren boven winterse steden, wonderen verrichtende predikers, moordende epidemieen, het hield niet op. Het toeval wilde dat we omstreeks dezelfde tijd de werken van Gulbranssen in huis kregen, drie delen geillustreerd door Anton Pieck.

Voor mij, elf jaar oud, waren Huizinga en Pieck als het ware voor elkaar geschapen. Ik ben er nooit helemaal van af gekomen: als ik me een voorstelling maak van 'de Middeleeuwen', zie ik ze in het ontwerp van Anton Pieck. Later ben ik erachter gekomen dat deze kunstenaar ook de Efteling heeft bedacht. Huizinga heeft kritisch geschreven over wat hij geparfumeerde geschiedenis noemde, opgesierde verhalen, geromantiseerde drama's. Zijn kritici hebben hem daarop naar zijn eigen Herfsttij verwezen. Het hindert me niet; het blijft een prachtig boek. Waarom heb ik u nu goedenmmmmmmm-iddag gewenst? Opdat de historicus die over 500 jaar wil weten wat hier en nu op weekdagen na twaalf uur als eerste woord door de telefoon klonk, zich niet zal vergissen. Bel je een willekeurig kantoor op dan krijg je altijd eerst iemand aan de telefoon die even aarzelt voor zij/hij weer weet, welke helft van de dag het is. Voor ons is het een onbeduidende kleinigheid maar wie weet wat latere wetenschappers er nog uit zullen afleiden. Het is nog augustus. Onheilspellende maand waarin de wereld vanouds zich erop voorbereidt om weer eens flink tekeer te gaan.

't Is niet overdreven al klinkt het misschien wel zo. In Amsterdam heeft de laatste Van Gogh-bezoeker de stad nog niet verlaten of het Museumplein wordt alweer bebouwd met het volgende culturele tentenkamp: ten behoeve van de Uitmarkt. Wie van buiten komt en van het Centraal Station erheen gaat lopen, via het Damrak en het Leidseplein en daarbij zijn Huizinga een beetje kent, zal tot de slotsom komen dat er sinds de Middeleeuwen hier niet zoveel is veranderd. Acrobaten en muzikanten vertonen hun kunsten, jonge pelgrims zitten of liggen op straat en luisteren in extase naar trommels en tamboerijnen, een clubje vuurspugers dwingt met gevaar voor eigen strot de omstanders een schamele cent af, bedelaars slepen zich voort op hun groezelige voeten en terwijl u luistert naar het belgerinkel der harlekijnen, merkt u dat er een hand in uw broekzak zit die niet van u is. Nee, denkt de Huizinga van het jaar 2490 die dit leest, er is sinds mijn collega dat evocatieve hoofdstuk over de Middeleeuwen schreef, niet zoveel in Amsterdam veranderd.

Ik bel een kantoor op. 'Al onze lijnen zijn bezet,' zegt een vrouw op een bandje. ' Wilt u even wachten?' Meteen daarop klinkt melancholiek- berustende muziek, veel violen en een harp die het wachten tot een eigenaardig genot maken. Contourloos denk ik na over onze wereld met mij daarin. Op de voorpagina van het ochtendblad staat een foto van de dictator van het jaar met een jongen van een jaar of zeven. De dictator kijkt vaderlijk, de jongen heeft zijn blik gericht op iets dat wij niet zien. Hij kijkt alsof hij wil zeggen: je ziet me wel maar eigenlijk ben ik niet hier. Staatslieden, politici in het algemeen en vooral dictators staan in een bijzondere verhouding tot kinderen. In de Verenigde Staten moeten de kandidaten voor het presidentschap in hun campagne honderden baby's zoenen als ze het tot leider van het Vrije Westen willen brengen. Vader en moeder zij er trots op als hun kind nog door de president is opgetild en het kind later zelf ook. Als er een foto van is gemaakt, gaat die misschien wel een eeuw mee. Van iemand die een kind knuffelt, valt niets kwaads te verwachten, wil de politieke knuffelaar zeggen. Zo'n man doet geen vlieg kwaad hoewel er vliegen zijn die beter weten. Maar met Saddam Hussein is het anders. Het is niet omdat het weer augustus is, maar toevallig doet deze foto van Dictator met kind denken aan veel andere in het genre, omstreeks veertig jaar geleden gemaakt. Zou die man geen raadgever in de public relations hebben? Heeft hij misschien ook eenherdershond? De muziek van harp en violen hield plotseling op. Goedenmmmmmmmm-iddag. Dit is het waarheidsgetrouwe, ongeparfumeerde verslag van een uurtje in Amsterdam, op 24 augustus 1990.