Vrees voor lange crisis

Laat ik het maar bekennen (het kost me trouwens geen moeite): toen Nasser in 1956 het Suezkanaal nationaliseerde, was ik, als vrijwel enige op de redactie buitenland van de Nieuwe Rotterdamse Courant, voorstander van een hard optreden tegen Egypte. Dienvolgens billijkte ik het militaire optreden van Frankrijk, Engeland en Israel tegen dat land.

Nemen we succes als maatstaf, dan moet achteraf worden vastgesteld dat dit standpunt onjuist was. Immers, die militaire operatie had, hoewel Nasser verslagen werd, geen succes. De invallers moesten spoedig terugtrekken, en het Suezkanaal waar het allemaal om begonnen was bleef genationaliseerd.

Maar ook om andere redenen bleek die actie onjuist of, op z'n minst, overbodig. Frankrijk en Engeland handelden zonder, ja tegen de instemming van de Verenigde Staten, hun grote bondgenoot en beschermer. De Amerikaanse reactie leidde dan ook tot het afblazen van de actie voordat het doel ervan bereikt was. En ten slotte bleef het Suezkanaal, ook in Nassers handen, een betrouwbare verbindingslijn.

En dan noemde ik nog niet eens het internationale recht, dat door de Frans-Engels-Israelische eigenrichting geschonden was, wat voor velen zeker in Nederland van begin af aan de belangrijkste reden was de actie te veroordelen.

Heb ik de les van 34 jaar geleden geleerd? Reageer ik op Saddam Hussein in 1990 op dezelfde wijze als in 1956 op Nasser? Instinctmatig wel, moet ik toegeven. Maar ik heb geleerd instincten te wantrouwen. Dus laat ik proberen de rede de voorrang te geven.

Om te beginnen, zijn er verschillen tussen Nassers nationalisatie van het Suezkanaal en Saddams overval op Koeweit. De laatste was agressie, de eerste niet. De veroordeling van Saddam door de statengemeenschap was dan ook vrijwel unaniem, die van Nasser destijds allesbehalve.

Zou eigenrichting gewelddadig optreden zonder goedkeuring van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties tegen Irak te veroordelen zijn? Niet noodzakelijkerwijs. Per slot van rekening mogen we achteraf blij zijn dat Israel in 1981 eigenrichting pleegde door Iraks atoominstallaties te bombarderen. Dat werd toen algemeen afgekeurd, maar stel je voor dat Saddam nu in het bezit van atoomwapens zou zijn geweest!Eigenrichting is dus niet in alle omstandigheden te veroordelen, maar wat de afdwinging van het embargo tegen Irak betreft, ziet het er op het ogenblik van schrijven vanochtend naar uit dat er niet tot eigenrichting overgegaan zal hoeven te worden, omdat de permanente leden van de Veiligheidsraad op het punt staan het eens te worden over een formule die 'minimaal geweld' bij het handhaven van het embargo toelaat.

Dat zou nog de mogelijkheid van eigenrichting voor andere doeleinden, bijvoorbeeld ter bevrijding van de gijzelaars, openlaten. Een beroep op art. 51 van het Handvest der VN, waarin het recht op zelfverdediging is vastgelegd, ligt dan voor de hand. Trouwens, de Verenigde Staten en Engeland stonden op het standpunt dat dit artikel ook ten aanzien van afdwinging van het embargo al voldoende mogelijkheden bood.

Hoe dit ook zij, het Westen toont, anders dan in 1956, een opmerkelijke mate van eenheid. Daarmee is een voorwaarde voor succes vervuld, die toen ontbrak. Maar een nog groter verschil met 1956 is dat ook de rest van de wereld Irak bijna eenstemmig veroordeelt. Toen stonden de Derde en de communistische wereld achter Nasser. Het einde van de Koude Oorlog heeft de constellatie radicaal gewijzigd.

Dat wil niet zeggen dat dit zo zal blijven. Er zullen zich, naarmate de tijd verstrijkt, bijna zeker barsten gaan voordoen in het Westerse front, in de Arabische wereld en elders. Maar voorlopig heeft Saddam, die eerder voor een koele berekenaar dan voor een heethoofd wordt gehouden, iets bereikt waar hij voor zijn inval in Koeweit toch zeker geen rekening mee had gehouden.

Hoe is die mate van eendracht, die de Sovjet-Unie en zelfs China omvat, te verklaren? Toch niet uitsluitend door verontwaardiging over de Iraakse agressie? Een waarschijnlijker verklaring is dat niemand meer gediend is met een diepe economische recessie in het Westen, die het gevolg van een langdurige crisis zou kunnen zijn. De wereld heeft zich niet ontrukt aan het communisme om de vleespotten van het kapitalisme leeg te zien.

Is deze eenheid van het ogenblik bevorderlijk voor de vrede? Niet noodzakelijkerwijs. De algemene vrees voor een lange crisis een vrees die door bezorgdheid voor het lot der gijzelaars nog is vergroot versterkt alleen maar de behoefte aan directe actie. Als die al dan niet gesanctioneerd door de VN succes zou hebben, zou zij daarin alleen al dat leert de geschiedenis haar rechtvaardiging vinden. P. S. In mijn stuk van 10 augustus trok ik ook een parallel tussen de crisis van nu en de Suezcrisis van 1956, en ik schreef dat de toenmalige Britse premier, Anthony Eden, Nasser vergeleek met Hitler (met wie velen nu Saddam Hussein vergelijken). H. Arlman schrjft mij dat Eden Nasser niet zozeer vergeleek met Hitler als wel met Mussolini. Hij citeert enkele passages uit Edens biografie van Rhodes James waaruit dit blijkt en, als overtuigend bewijs, een passage uit een brief van Eden zelf aan president Eisenhower (d.d. 5 augustus 1956): 'Ik heb nooit aan Nasser als aan een Hitler gedacht; hij heeft geen krijgshaftig volk achter zich. Maar de parallel met Mussolini is sterk.' Waarvan akte. Verwierp dus Eden de parallel met Hitler, hij was in 1956 wel bezeten van de 'les van Munchen' de stad waar Frankrijk en Engeland in 1938 zware concessies hadden gedaan aan Hitler, daarmee zijn appetijt slechts vergrotend.