Slapstick in Utrechtse woestijn

Negen, hooguit tien seconden duurt de scene. Een opgewonden Kees van Kooten duwt de struikelende Orlow Seunke die 'met zijn tengels' aan Van Kootens dochter wilde zitten, uit zijn benzinestation. Steeds gaat er iets mis waardoor beide acteurs er meer dan een uur over doen hun komische worsteling op te nemen en al die tijd kan er geen lachje af. En als de scene er na tien takes dan eindelijk op staat, moet het allemaal toch nog een keer over. Nu in het engels.

In een tot filmstudio omgebouwde loods op een Utrechts industrieterrein bereiden Kees van Kooten en Orlow Seunke deze zomer hun internationale doorbraak voor. Seunke neemt zijn nieuwe film Oh Boy! in twee talen op, zodat de film voor buitenlandse vertoning niet hoeft te worden ondertiteld. Het is daarmee overigens nog niet zeker dat de wereld straks echt met het nerveuze stemgeluid van Van Kooten zal kennismaken. 'Wellicht worden de dialogen van de acteurs met een gebrekkige uitspraak straks toch door Amerikanen ingesproken', zegt dialogue-coach Fogerty Brayton, 'maar voor de geloofwaardigheid is het goed dat hun lippen dan in elk geval bewegen alsof ze Engels spreken.' Oh Boy! is de derde lange speelfilm van Seunke na De smaak van water (1982) en Pervola (1985). Voor zijn nieuwe slapstick-achtige film heeft de regisseur-acteur het stuntelige karakter Pim weer tevoorschijn gehaald, die in 1979-1981 in korte zwart-wit tv-filmpjes worstelde met het dagelijkse leven. Pim is nu acteur en maakt samen met oude rot Gert Schouwen een film over twee concurrerende pompstationhouders in de woestijn. Schouwen wordt gespeeld door Van Kooten, die dat buiten de opnamen volhoudt en zo weer een nieuw typetje aan zijn collectie toevoegt. 'Als ze in Amerika horen hoeveel deze film kost, liggen ze in een deuk. Zo'n bedrag geven ze daar uit aan een lunch', zegt Sara Hohner van First Floor Features, producent van onder andere Flodder en Amsterdamned, over het budget van de eerste speelfilm van de bekende schrijver-satiricus. 'Niemand weet ook wat Kees van Kooten verdient. Behalve onze advocaat natuurlijk.' De glamour van de Nederlandse speelfilm is hier even opwindend als het bestaan van een modale kantoorbeambte. Er wordt gewerkt van acht uur 's morgens tot acht uur 's avonds en de lunch lepelen de acteurs van plastic bordjes in een kale kantine.

Wel breekt er even paniek uit als de de zevenjarige Steffen Kroon het midden in de worstelscene voor gezien houdt. Hij moet voor deze opname met een benzineslang achter de ruziemakers aansjouwen en dat wordt hem met al die herhalingen te veel. 'Ik heb buikpijn en er is nog zoveel te doen', zegt hij beteuterd. Van Kooten en Seunke buigen zich bezorgd over hem heen. Als de jonge acteur gaat huilen neemt zijn begeleidster hem mee achter de coulissen. Maar vijf minuten later keert Stef terug. 'Okido', zegt opnameleider Allard Bekker opgelucht, 'daar gaat-ie weer.'