Onderzoek naar Duitse leveringen aan Irak

ROTTERDAM, 24 aug. De Westduitse justitie stelt een onderzoek in bij 59 Westduitse bedrijven die ervan worden verdacht wapenuitrusting aan Irak te hebben geleverd die kan worden gebruikt voor chemische oorlogsvoering.

Van deze bedrijven worden er 25 verdacht van het plegen van criminele activiteiten en bij 34 zou sprake zijn van onregelmatigheden. Dat heeft de Bondsregering in Bonn schriftelijk geantwoord op vragen van parlementariers. Een woordvoerder van het ministerie van economische zaken bevestigde vanochtend desgevraagd dat een aantal bedrijven inmiddels is veroordeeld tot een geldboete.

Hij wilde niet zeggen om welke ondernemingen het gaat. Het onderzoek richt zich op Westduitse betrokkenheid bij een Iraakse wapenfabriek in Tadji nabij Bagdad en bij chemische wapenfabrieken bij Samarra, aldus een schriftelijke verklaring van het ministerie.

Het onderzoek naar sommige van deze zaken loopt al jaren en wordt uitgevoerd door de plaatselijke officieren van justitie. De coordinatie van het onderzoek is in handen van de officier van justitie in Darmstadt, die vanochtend niet bereikbaar was.

Volgens de woordvoerder van het ministerie van economische zaken is het in veel gevallen zo goed als onmogelijk om harde bewijzen te vinden. Voor een veroordeling is vaak bewijsmateriaal nodig dat afkomstig is uit Irak zelf. 'Het is het aloude probleem van de buis die zowel voor een verwarmingsinstallatie als voor een chemische fabriek gebruikt kan worden.' Vorige week vrijdag zijn zeven mensen gearresteerd op verdenking van illegale handel met Irak, onder wie een voormalig lid van de Duitse buitenlandse inlichtingendienst, Al Khadi. De meest hierbij betrokken bedrijven zijn het Hamburgse Water Engineering Trading en het Hessische Pilot Plant.