'Nederland zit niet vast aan V-raad'

DEN HAAG, 24 aug. De Nederlandse regering stelt zich voor het optreden van haar fregatten in de Golf niet geheel afhankelijk van uitspraken van de Veiligheidsraad. Minister Van den Broek (buitenlandse zaken) zei aan het begin van de middag in een overleg met de vaste Tweede-Kamercommissie van buitenlandse zaken en defensie dat de regering zoveel mogelijk heeft aangedrongen op een versterking van de rol van de Veiligheidsraad in het conflict. Hiermee zal zij doorgaan. Maar, zei de minister, als er een situatie mocht ontstaan waarin bij voorbeeld een permanent lid van de Veiligheidsraad een gezamenlijk besluit zou ophouden, zou het niet goed zijn dat dit op voorhand voor Nederland maatgevend zou zijn.

Volgens de minister gaat het ten aanzien van de resolutie die de Veiligheidsraad nu in concept gereed heeft vooral om het tijdstip waarop zij zou worden aangenomen. Daarover zou verschil van mening kunnen bestaan. De regering, zei Van den Broek, die daarin gesteund werd door de naast hem zittende minister van defensie Ter Beek, heeft een beroep op de leden van de Veiligheidsraad gedaan om hun verantwoordelijkheid op dit punt te nemen. Naar de mening van de beide ministers is het, mede gezien de ervaring van zaterdag toen twee Iraakse schepen moesten worden aangehouden, altijd mogelijk dat het embargo wordt doorbroken. In de tweede plaats moet de Veiligheidsraad volgens de Nederlandse bewindslieden een einde maken aan de onduidelijkheid die er nu op dit punt bestaat. De mogelijkheden moeten worden gegeven om het embargo ook effectief te doen zijn. Over de Nederlanders in Koeweit was de laatste informatie waarover minister Van den Broek beschikte dat zij het naar omstandigheden nog steeds redelijk maken. Hij bevestigde het standpunt van premier Lubbers dat Nederland niet bereid is de ambassade in Koeweit te ontruimen, tenzij daarbij fysiek geweld zou worden gebruikt. Zoals het nu staat zal ambassadeur Veling ook morgenochtend om acht uur weer in het ambassadegebouw verschijnen. Minister Van den Broek noemde het inzetten van burgers in het machtsspel van Saddam Hussein 'een flagrante schending van vele conventies op het terrein van mensenrechten en internationale relaties'.

De in de commissievergadering aanwezige Tweede Kamerleden steunden met uitzondering van de fractie van Groen Links geheel het regeringsbeleid tot nu toe ten aanzien van de Golfcrisis. Dat nam niet weg dat alle fracties met grote nadruk aandrongen op het zo spoedig mogelijk duidelijkheid scheppen over de commandostructuur en over de precieze opdracht aan de commandanten voor hun optreden. Het CDA-lid Gualtherie van Weezel zei dat Nederland in deze discussie over de commandostructuur en de legitimiteit van het optreden in de Golf, de indruk moet vermijden in de aarzeling van de Verenigde Naties een alibi te vinden om zijn verantwoordelijkheden te ontlopen. De heer Melkert van de PvdA, die het regeringsbeleid uitdrukkelijk prees, wees er vooral op dat er geen tegenstelling mag ontstaan tussen de samenwerking en coordinatie van het marine-optreden in het kader van de Westeuropese Unie met de commandostructuur. Een dergelijke situatie zou kunnen ontstaan wanneer bij voorbeeld de Engelsen eerder zouden mogen schieten dan andere van de vlootmacht deel uitmakende WEU-leden. Groen Links bleef bij haar standpunt van vorige week dat de Nederlandse deelname aan de actie in het Golfgebied slechts gelegitimeerd is onder VN-vlag. Woordvoerder Van Es vroeg zich af of Nederland zich nu eigenlijk op dit moment in een situatie van oorlog of van vrede met Irak bevindt. Zij waarschuwde voor het gevaar dat hier een vloeiende overgang plaatsvindt als onduidelijk blijft wat de internationale rugdekking van de vlootmacht is.