Milieuorganisaties: CO-uitstoot moet drastisch omlaag

DEN HAAG, 24 aug. De stichting Natuur en Milieu en de Vereniging Milieudefensie vinden dat de overheid moet ophouden 'Russisch roulette te spelen met de biosfeer'. Het kabinet zou veel harder moeten optreden om een drastische vermindering van de kooldioxide-produktie te bereiken. Die heeft ernstige gevolgen voor het klimaat, leidt tot grote droogten en stijging van de zeespiegel.

Volgens door beide milieuorganisaties gepubliceerde berekeningen van het Centrum voor energiebesparing in Delft en wetenschappers van de universiteiten van Groningen en Utrecht, zou het mogelijk zijn om het Nederlandse aandeel in de wereldwijde CO-uitstoot in tien jaar te verminderen met 30 procent, in twintig jaar met 60 procent en in ruim dertig jaar met 85 procent.

Om dat te bereiken is volgens de beide organisaties onder meer een heffing nodig van 15 cent per kilo uitgestoten CO. Zo'n heffing zou jaarlijks ongeveer 18 miljard gulden kunnen opbrengen. Dat zou betekenen dat benzine 45 cent per liter duurder wordt, gas 30 cent per kubieke meter en elektriciteit 10 cent per kilowattuur.

Zet de overheid haar beleid nu niet op scherp, dan worden draconische maatregelen op den duur onvermijdelijk, aldus de organisaties in een gisteren aan minister Alders (milieubeheer) aangeboden rapport 'Het broeikaseffect, erop of eronder'. Ook dr. M. K. Tolba, directeur van UNEP, de milieuorganisatie van de VN, vreest ernstige gevolgen van de kooldioxidevervuiling. Vooruitlopend op een wetenschappelijke bijeenkomst van de VN-commissie over klimaatsverandering volgende week in het Zweedse Sundsvall, zegt hij dat de verontreiniging wereldwijd met ten minste zestig procent verminderd moet worden.

Eerder deze maand stuurde Natuur en Milieu de Tweede Kamer een kritisch commentaar op het Nationaal Milieubeleidsplan-Plus. Volgens Natuur en Milieu is de door het kabinet 'ambitieus' genoemde beleidsdoelstelling om de CO-produktie in 2000 met 3 tot 5 procent te beperken, nauwelijks serieus te noemen. Op grond van de regeringsverklaring bestond bij hen de verwachting dat op een reductie van 10 procent ingezet zou worden. Minister Alders gaat in zijn NMP-Plus lang niet zo ver, wat volgens de milieubeweging in strijd is met internationale afspraken.

Het plan van beide milieuorganisaties voor de komende tien jaar gaat uit van economische groeiverwachtingen van het Centraal Planbureau. Voor dertien economische sectoren wordt aangegeven hoe zij zonder aantasting van de welvaart door grotere effiency, verbetering en vervanging van procesappararatuur en door gebruik van duurzame energie en afvalwarmte tot aanzienlijke energiebesparing en een lagere CO-vervuiling kunnen komen.

Iedere Nederlander produceert in totaal circa 3,6 ton CO per jaar, tegenover 2,2 ton per Japanner. Het Nederlandse aandeel van 165 miljoen ton in 1985 in de wereldwijde kooldioxidevervuiling komt voor het grootste deel (40 procent) voor rekening van de chemische- en metaalindustrie. Huishoudelijk energieverbruik levert 20 procent van de vervuiling op, het verkeer 20 procent en raffinaderijen en energiebedrijven zeven procent. Volgens het voorgestelde scenario zou de bouw van nieuwe, schone kerncentrales tot een kleine vermindering van de CO-uitstoot kunnen leiden, maar is die optie onaanvaardbaar door het gevaar van meer 'Tsjernobyls' en het probleem van radioactief afval. Gepleit wordt voor grootscheepse energiebesparing en een sterke uitbreiding van milieuvriendelijke energiebronnen, zoals wind- en zonne-energie en energiewinning uit afval.

Minister Alders was bij de aanbieding enthousiast over het rapport, maar miste daarin een overzicht van de gevolgen van de geopperde doelstellingen voor de samenleving, het bedrijfsleven en de politiek. Volgens Alders gaat het bij de CO-bestrijding vooral om kleine stappen, liefst in Europees verband en naar voorbeeld van wat in Japan op dat gebied wordt gedaan.