MAASTRICHT in de ban van de Sint Servaas

MAASTRICHT, 24 aug. 'Een kruising van een bloemencorso en een Sacramentsprocessie.'

Zo noemt W. Goddijn, emeritus hoogleraar in de godsdienstsociologie, de 51-ste editie van de Heiligdomsvaart, die gisteravond in Maastricht is begonnen met een pontificale hoogmis, opgedragen door bisschop Gijsen.

Maar de organisatoren houden het in de eerste plaats op een religieus festijn, waarvoor zij de komende tien dagen zeker honderdduizend bezoekers in Maastricht verwachten. Hoogtepunten zijn een klank- en lichtspel over het leven van Sint Servaas en twee grote processies door de stad, waarin tal van resten van heiligen worden meegedragen. Bij de eerste, aanstaande zondag, zijn zestien bisschoppen aanwezig en volgende week zondag bij de tweede processie zijn er zelfs achttien prelaten te bewonderen.

Zelfs de vaak wat somber ogende bisschop Gijsen zei gisteren dat hij in de grote belangstelling voor de Heiligdomsvaart een teken ziet dat het de goede kant opgaat met het katholieke geloof. Het herstel kan volgens hem echter pas vaste vorm krijgen als het aantal 'echte' katholieke gezinnen blijft stijgen, zodat er genoeg priesters en religieuzen in kunnen opgroeien. De voorzitter van de organiserende stichting, oud-gemeentesecretaris H. Hameleers, noemt het een klein wonder dat het uit de Middeleeuwen stammende feest de jaren zestig en zewventig heeft kunnen overleven. 'We hebben vooral in 1969 twijfels gehad of de Heiligdomsvaart nog levensvatbaar was, maar in 1976 waren die weer verdwenen. In 1983 kregen we honderdduizend bezoekers en nu verwachten we er minstens evenveel.'

Het aantal dat hij nu verwacht, is even groot als het aantal dat bijna vijfhonderd jaar geleden voor de 'kerkmis' (later verworden tot 'kermis') naar Maastricht trok. In de vijftiende eeuw, de bloeitijd van de pelgrimages, was het de gewoonte van veel pelgrims om na Aken en Kornelimunster ook Maastricht aan te doen om daar de stoffelijke resten van heiligen te aanschouwen. Zo werd eens in de zeven jaar de gelovigen de gelegenheid geboden een stukje heiligheid op zich te laten stralen. Vooral de resten van Sint Servaas, de eerste bisschop van Maastricht, waren zeer in trek. Zijn graf groeide na zijn dood in 384 uit tot een van de belangrijkste bestemmingen voor pelgrimstochten. Paus Innocentius IV verleende het Sint Servaaskapittel in 1249 zelfs een eigen aflaatvergunning. Wie het graf bezocht kon erop rekenen dat hij na zijn dood veertig dagen korter in het vagevuur hoefde te verblijven, als hij niet rechtstreeks naar de hemel kon.

Toen in het gedenkwaardige jaar 1496 vanuit het portaal van de Sint Servaasbasiliek de attributen en lichaamsresten van de heiligen werden getoond, zaten de pelgrims tot op de daken van de huizen rond het Vrijthof om hun lichaam aan zoveel mogelijk heilige straling bloot te stellen. En het stadsbestuur had hen geholpen door zoals gewoonlijk de muur om het plein te laten afbreken. Organisator Hameleers wil de bezoekers aan de Heiligdomsvaart hoofdzakelijk zien als bedevaartgangers, die zich willen bezinnen. 'Voor hen bieden we een religieus spektakel met de nadruk op religieus, maar wie er een spektakel in wil zien, kan ook terecht. Dat de belangstelling zo is toegenomen sinds de jaren zestig wijst voor mij toch duidelijk op een geloofsrevival.' Godsdienstsocioloog W. Goddijn denkt daar anders over: 'Ik denk dat hier vooral mensen op afkomen, voor wie de benadering van het geloof te verstandelijk is geworden. Die mensen kunnen hun geloof niet op die manier beleven. Ze hebben iets tastbaars nodig.'

Ook de Tilburgse theoloog prof. dr. W. Logister, die zich eerder met het fenomeen van de Maria-verering heeft bezighouden, ziet de groeiende belangstelling voor het spektakel eerder als een reactie op een te verstandelijk geworden geloofsbelevenis. 'Niet iedereen kan zijn geloof op die manier beleven. Voor katholieken hoort het spektakel er vanuit de traditie er nu een maal bij. Aleen als het met lage bedoelingen wordt georganiseerd, zou ik dat iemand kwalijk nemen.'