Liever tien ijsjes dan biefstuk; Autobiografische romanvan Ton van Reen

De uit Limburg afkomstige Ton van Reen (1941) is een doorzetter. In 1966 debuteerde hij bij uitgeverij Meulenhoff als een van de experimentele schrijvers, gelijk met Vogelaar en Insingel. Het lukte hem echter niet om door te breken en in de loop der jaren veranderde hij maar liefst zes maal van uitgever. Drie jaar geleden ging het dan eindelijk beter met zijn autobiografische roman Het winterjaar. Dat was het eindpunt van een geleidelijke verandering in zijn werk. Van Reen had een nieuwe weg ingeslagen met boeken als Landverbeuren (1978), In het donkere zuiden (1987) en De thuiskomst (1988). Steeds meer profileerde hij zich als katholieke tegenhanger van calvinistische schrijvers als Maarten 't Hart en Jan Wolkers.

Zijn nieuwe roman Roomse meisjes, een inhoudelijk vervolg op Het winterjaar, past in die verandering. De fantastische en gruwelijke elementen uit zijn vroegere werk zijn op de achtergrond geraakt. De verbeeldingskracht van Van Reen blijkt nu veel sprekender, doordat hij de rechtstreekse waarnemingen niet aanscherpt door een sensationele ontknoping. Ook de experimenten met de tijd zijn eenvoudiger geworden. In zijn vroege romans hanteerde hij regelmatig een ingewikkelde structuur met drie a vier tijdlagen. Roomse meisjes is daarentegen opgebouwd uit korte, chronologisch geordende fragmenten, die alle het jaar 1956 beslaan.

Afrika

Van Reen is door deze veranderingen terechtgekomen bij de autobiografische roman over een verleden dat door strenge geloofsopvattingen wordt beheerst en hij beoefent dit genre op een aantrekkelijke en geloofwaardige manier. De reden hiervan is dat Van Reen over zijn jeugd schrijft met de betrokkenheid van iemand die nog deel uitmaakt van de beschreven gemeenschap. In de regel kenmerkt het genre zich door de afstand tussen de schrijver en het thuismilieu, een kloof die nog eens wordt versterkt doordat de auteur het verleden van zich af lijkt te willen schrijven. Bij Van Reen ontbreekt die distantie.

Figuren als de kermisgast, de zwerver, de heks, de zwakzinnige of de niet-geaccepteerde broeder spelen belangrijke rollen in zijn romans. In Roomse meisjes vat de jonge hoofdpersoon genegenheid op voor een oude missiepater die in opdracht van de kerk de echtheid van Mariaverschijningen van een jong meisje moet onderzoeken. De jongen biedt zich aan als klerk van deze pater Gielens en luistert ademloos naar de bizarre verhalen uit de Afrikaanse binnenlanden. Het verschil tussen de Afrikaanse godsdiensten en het christendom bleek toch niet zo groot als hij altijd had gedacht. Hebben de Afrikaanse gelukspoppetjes niet eenzelfde doel als de verering van de heiligen door zijn moeder? Als de moeder besluit in een overmoedige bui om biefstuk te kopen, schrijft Van Reen: 'We hoeven niet minder te eten dan rijk volk', zegt ze ferm. Maar direct na het eten zat ze al met een bedenkelijk gezicht naar de pan te kijken. 'Van het verschil in prijs met braadworst hadden we vandaag ieder tien ijsjes kunnen kopen', zei ze spijtig. 'Dat was toch heel wat lekkerder geweest dan biefstuk.' 'Dan eten we volgende zondag braadworst', zei ik. 'En daarna kopen we twaalf ijsjes, voor ieder drie.' Ze begon te lachen en pakte de portemonnee. 'Tien ijsjes is teveel op een dag. Ga er op voorschot maar vast vier halen.' De sfeer in het gezin is niet doortrokken van strengheid zoals bij de calvinisten, maar ademt een katholieke levenslust. Het is verheugend dat Van Reen zijn literaire activiteiten is blijven voortzetten. Zijn romans hebben door zijn nieuwe koers gewonnen, terwijl de solidariteit met de kwetsbaren dezelfde is gebleven. 'Roomse meisjes' is een mooi en meeslepend portret van een Noordlimburgs dorp dat ondanks de veranderende tijdgeest de katholieke moraal tracht vast te houden.

Ton van Reen: Roomse meisjes. Uitg. Contact, 272 blz. Prijs fl.32,90.