Kop: Winters Parijs in juli; Patrick Modiano en hetterugkerend verleden

'De omstandigheden en de omgeving doen er weinig toe. Op een dag word je overweldigd door gevoelens van spijt en leegte. Daarna ebben die gevoelens weer weg, zoals de zee na hoog tij, en verdwijnen. Maar ze komen onherroepelijk terug, in volle hevigheid... '

Zo luidt de slotpassage van Voyage de noces, de meest recente roman van Patrick Modiano, en een kernachtiger samenvatting van het grondthema van het werk van de nu vijfenveertigjarige schrijver is eigenlijk niet denkbaar.

De romans van Modiano beginnen daar waar andere romans eindigen. Als hij zijn personages introduceert, hebben ze al een verleden en is hun lot al beslist. Ze zijn in hun verwachtingen gefnuikt door een gemiste kans, een verkeerde beslissing, een fatale gebeurtenis. Spijt en schuldgevoelens wegen zo zwaar dat er van een nieuw begin geen sprake kan zijn. Modiano's personages doen eigenlijk niet veel anders dan zichzelf overleven en worden daarbij gefascineerd gadegeslagen door een als verteller optredende ik-figuur die, terugblikkend, probeert na te gaan waarom en wanneer het leven van deze mensen fout is gelopen.

Soms is die verteller rechtstreeks betrokken geweest bij de gebeurtenissen die hij reconstrueert, zoals in het autobiografische Remise de Peine dat met zijn herinneringen aan een jong overleden broer ongetwijfeld een van de sleutels tot Modiano's zo karakteristieke thematiek bevat. Vaak ook kent de verteller het verleden dat hij probeert op te roepen niet uit eigen ervaring, maar slechts uit de verhalen van derden, zoals in Voyage de noces. In beide gevallen leiden zijn pogingen om de precieze toedracht van de gebeurtenissen en de drijfveren van de betrokkenen te achterhalen, slechts tot aarzelende hypotheses. Zijn geheugen schiet tekort, de getuigen zijn verdwenen of doen er het zwijgen toe. Wat rest, is het decor dat de verteller uit eigen ervaring kent of dat hij op het spoor komt door vergeelde foto's, oude telefoonboeken en kranteknipsels steden, wijken, straten, huizen waar hij hardnekkig probeert de echo van het verleden op te vangen.

Traumatisch

In Voyage de noces keert Modiano terug naar het Frankrijk van de bezettingsjaren dat hij al eerder beschreef in de romans waarmee hij zijn reputatie vestigde, La Place de l'Etoile, La ronde de nuit en Les boulevards de ceinture. Terwijl hij in die eerste boeken op provocerende wijze getuigde van zijn Joodse afkomst en met name het Franse antisemitisme aan de kaak stelde, gebruikt Modiano in Voyage de noces de oorlog als symbool voor een traumatische ervaring waarvan de schade pas veel later duidelijk wordt.

Aan het begin van de jaren zestig ontmoet de verteller tijdens een lifttocht een Joods echtpaar dat zich van 1942 tot 1944 heeft schuilgehouden aan de Riviera, in Juan-les-Pins. Die ontmoeting leidt niet tot verder contact, maar de verteller komt de vrouw bij toeval nog een keer in Parijs tegen en kort daarop verneemt hij, als hij op doorreis in Milaan is, dat zij daar zelfmoord heeft gepleegd.

Pas jaren later, als hij zich zelf op een breekpunt in zijn leven bevindt, en zijn werk en familie ontvlucht heeft om rustig te kunnen nadenken, dringt de behoefte zich aan hem op om enige samenhang te brengen in de informatie die hij in de loop van de tijd verzameld heeft over dat echtpaar dat op een stralende zomerdag aan de Riviera zijn pad gekruist heeft en zich eigenlijk toen al, zo begrijpt hij in retrospectie, voor elke vorm van toekomstverwachting afgesloten had. Zijn eigen ongeluk maakt hem ontvankelijk voor hun geschiedenis en stukje bij beetje reconstrueert hij hun vlucht uit Parijs in het voorjaar van 1942, hun verblijf in een hotel in Juan-les-Pins waar zij tegenover lotgenoten voorgeven op huwelijksreis te zijn, en de periode waarin zij als huisbewaarders van een villa aan de kust, zonder enig contact met de buitenwereld, het einde van de oorlog afwachten. Het schuldgevoel over degene die zij in Parijs in de steek gelaten hebben, de angst om ontdekt te worden, en de eenzaamheid maken deze geprolongeerde huwelijksreis voor hen tot een nachtmerrie.

Met een minimum aan middelen roept Modiano het bedrieglijk idyllische decor van dit kleinschalige drama op. Na spertijd wekt de onverlichte besneeuwde Place de l'Etoile herinneringen aan zorgeloze wintervakanties, net zoals op de stranden en rond de vissershaventjes van de Riviera de nagalm hangt van lange zonnige zomers. De straten van Juan-les-Pins zijn echter uitgestorven, de hotels leeg en hol en het langzaam wegstervende geluid van het paardekoetsje dat na een gerucht over razzia's in de vrije zone de laatst overgebleven badgasten naar het station brengt, benadrukt het isolement van de achterblijvers. Deze worden de sleutelbewaarders van een schijnparadijs waar net als vroeger de zon warm en de zee blauw is, maar onschuld en geborgenheid niet langer bestaan.

Aanvaarding

Voor de verteller lost de reconstructie van het levensverhaal van deze twee mensen die zijn ouders zouden kunnen zijn en met wie hij zich steeds meer vereenzelvigt, niets op. Hoogstens helpt zijn excursie in het verleden hem zijn onvrede met zijn eigen leven duidelijker onder woorden te brengen en als uitdrukking van een onontkoombare wetmatigheid te accepteren. Toch laat Modiano zijn verteller tijdens zijn zwerftochten door Parijs, als hij op zoek is naar de plaatsen waar de geschiedenis van het echtpaar is begonnen, momenten van geluk kennen. Een geluk dat zich manifesteert als de grenzen van plaats en tijd vervagen, heden en verleden vervloeien en de seizoenen over elkaar heenschuiven. Op een stralende julidag waant de verteller zich zonder moeite in het verduisterde winterse Parijs van 1942, zijn tijdelijk onderkomen in een obscuur hotel doet hem de eerste gelukkige jaren van zijn eigen huwelijk opnieuw beleven, en gekleurd door zijn herinneringen aan de Middellandse Zee verandert de Champs Elysees met zijn parasols en rieten stoelen in een mondaine strandboulevard. Op dergelijke momenten triomfeert de verbeelding over het gebrek aan informatie, over de beperkingen van waarnemingsvermogen en geheugen, en negeert zij de wetten van de tijd.

Het is niet moeilijk om in dergelijke Proustiaanse momenten de triomf van de schrijver Modiano te herkennen. In Voyages de noces is hij er opnieuw in geslaagd om een verleden dat hij zelf niet gekend heeft, maar dat hem om voor de hand liggende redenen obsedeert, op overtuigende wijze op te roepen. Onnavolgbaar is daarbij de manier waarop hij in zijn sfeertekeningen frivoliteit en dreiging weet te combineren. Alsof je voor je ogen een vrolijke kleurenfoto ziet veranderen in een dramatisch belichte zwart-witopname.

Patrick Modiano: Voyages de noces. Uitg. Gallimard, 156 blz. Prijs fl.34,40.