IN DE MARGE; Kindervriend

'U bent geen gijzelaars hier', zei Saddam Hussein, terwijl hij een Brits jongetje door de haren streek. Wijzend op een van de kinderen vervolgde hij: 'Wanneer hij en zijn vrienden en allen hier aanwezig hun rol hebben gespeeld om oorlog te voorkomen, dan zullen zij allen helden van de vrede zijn.'

Volgens Van Dale is een gijzelaar iemand die met zijn persoon borg staat voor het vervullen van zekere voorwaarden. In die betekenis staat het timide Britse gezelschap dat gedwongen optrad voor de Iraakse televisie met zijn leven er borg voor dat er geen militaire maatregelen zullen worden genomen tegen wat Bagdad beschouwt als zijn grondgebied.

In de oorlog maakt men vuile handen, was deze week de laconieke neerslag van de polemologische wijsheid in Nederland. En er zijn voorbeelden genoeg om dat te staven. Maar tegelijkertijd is er een internationale orde ook door Irak aanvaard om oorlog en de aanloop daartoe volgens bepaalde regels te laten verlopen. Dat is niet alleen humaan maar ook praktisch. Saddam Husseins gemarchandeer met onschuldige mensen belast het onderhouden van normale betrekkingen op ieder gebied met landen die op dit punt onberekenbaar zijn. Dat gaat op voor een groot deel van de volkerengemeenschap.

De streken van Bagdad maken de wereld klein. Banditisme op staatsniveau zet een streep door het concept van de 'global village' en leidt tot algemeen verval.