Galerie

Horizon De horizon is het kenmerk van het vlakke Hollandse landschap. Dat kwam al naar voren in de zeventiende-eeuwse geschilderde landschappen met hun lage einders. Dat ook in deze eeuw veel 'naar de natuur' is gewerkt, wordt weleens vergeten. In Haarlem is nu in de Vishal een expositie samengesteld over dat onderwerp, waarvoor werd geput uit de collectie van het Frans Halsmuseum. Opvallend veel stukken zijn rond 1910 ontstaan en zijn niet naturalistisch, maar staan aan het begin van de abstracte kunst. Chris Lebeau's 'Duinlandschap' is een goed voorbeeld daarvan: hoe fijn geschilderd ook, eigenlijk is het schilderij niet meer dan een reeks gele vlakken met blauw-groene dotten verf (de pollen helmgras) onder een monochroom blauwe lucht. Daarnaast hangen twee tekeningen van Piet Mondriaan van boerderijen, omringd door Noordhollands waterland. Ze zijn klassiek in hun natuurgetrouwe weergave, maar met een grote nadruk op de lijnen die het panorama in vlakken verdelen: sloten, hekken en horizonten. Ik mis hier een later werk van Mondriaan, waarin koeien en hekken zijn teruggebracht tot zwarte streepjes op een wit vlak. Waarom is de tentoonstelling niet met een bruikleen aangevuld? Van Jan Toorop hang er een mooi schilderijtje, 'Laag water, kanaal te Veere'. Het is sterk verwant met de uit kleur (licht) opgebouwde studies die Mondriaan in Zeeland maakte. Toetsjes roze, blauw en geel geven het licht weer dat op een akker valt en in de lucht duiden golvende streepjes verf de bewegingen van de wolken aan. Een levendig, expressionistisch doekje van Jacoba van Heemskerk geeft een indruk van de vele experimenten met non-figuratie die alleen al in het jaar 1910 door Hollandse schilders werden uitgevoerd.

Het is jammer dat de expositie daarna zo onevenwichtig wordt. Diverse kunstenaars zijn opvallend afwezig, zoals J. C. J. van der Heyden die de horizon tot zijn thema bij uitstek heeft gemaakt, of Sigurdur Gudmundsson. En dat de kans niet is gegrepen om werk te tonen van de jongste lichting schilders die daadwerkelijk het land in trekt om tussen de korenschoven te schilderen, is onbegrijpelijk. Bruiklenen hadden ook ditmaal de tentoonstelling veel geschakeerder kunnen maken. De foto's die er hangen zijn alle van Ger Dekkers, onder meer van aangeslibd land en van een bomenrij langs een kaarsrechte weg. In Eugene Brands' felgekleurde doekje 'Avondwandeling' is geen horizon te bekennen en ook het beeld 'Gereconstrueerde fossiele spiraal' van Sjoerd Buisman lijkt verdwaald te zijn. Dan zijn de half-realistische taferelen van Lucassen uit de jaren zestig leuker; een heet er spottend, maar heel toepasselijk: 'Groeten uit Holland'. T/m 9 september in de Vishal, Grote Markt, Haarlem. Ma t/m za 11-17u., zo 13-17u.

Soli

In het Rietveld paviljoen, een glazen gebouwtje op het terrein van de Amsterdamse Gerrit Rietveldacademie, zijn ruim vier jaar lang exposities gehouden van pas afgestudeerde kunstenaars uit het hele land. Criticus Tineke Reijnders verzorgde onder de titel 'Een serie soli' de presentaties van jongeren die nog geen galerie- of museumtentoonstelling hadden gehad en zo een aanmoediging krijgen. In Arti is de komende tijd recent werk te zien van 8 van de 18 kunstenaars die in het Rietveld paviljoen hebben geexposeerd en er is een boekje uitgegeven over het project. De selectie toont aan hoe gevarieerd de afzonderlijke exposities destijds zijn geweest. De meest in het oog springende beelden zijn die van Marieke van Diemen. Haar objecten houden het midden tussen gebruiksvoorwerpen en beeldende kunst en zijn daarin behalve brutaal ook inventief. Een op de grond staande vorm die nog het meeste lijkt op een diplomatenkoffertje, is gemaakt van tin en in een driekantig zwart-metalen scherm middenin de zaal zijn de rudimentaire vormen van een spreekgestoelte terug te vinden. Haar beelden zijn niet wat ze lijken en ze speelt een slim spel met de materialen waarvan ze zijn gemaakt.

De minimale vormen in primaire kleuren die Simone Simons in haar grafiekbladen toepast, weigeren tot leven te komen. Ook Semna Van Ooyen gebruikt geometrische basisvormen, die samen met de terugkerende lijnen en kleuren worden vervlochten tot een ritmisch patroon. Zo ontstaat een verschuivend vergezicht van vormen en kleuren.

Natuurlijk zijn er ook traditioneel-academische schilderstukjes het naturalisme is in de mode. Conrad van de Ven beeldt een vrij levensechte dode eekhoorn af en een onhandige vaas die maar niet driedimensionaal wil worden. Al zijn doekjes zijn gedompeld in een onwerkelijk, rodig licht dat de overbekende onderwerpen een kitscherige glans geeft. Toch geloof ik dat zijn bedoelingen bloedserieus zijn.

Twee kunstenaars hebben inmiddels meer bekendheid verworven: Ab van Hanegem, die hier met een clichematige weergave van het tv-testbeeld op de proppen komt en de uit Duitsland afkomstige Hermann Gabler. Hij combineert een geheimzinnig beeld met een raadselachtige, poetische tekst. Hij gebruikt het symbool van een kruis op een witte ondergrond symbool van het Rode Kruis, de Zwitserse vlag of het zwarte kruis van Malevitsj? Kijkend naar Gablers rebussen voel je je een geblinddoekte.

T/m 15 september in Arti et Amicitiae, Rokin 112, Amsterdam. Di t/m zo 12-17u.

Kis

De ingrijpende renovering van het voormalige Handelsbladgebouw in het hart van Amsterdam is bijna achter de rug. Nieuwe bedrijfjes hebben er al hun intrek genomen, waaronder een boekhandel, een groentewinkel en een werkplaats voor vormgevers. Laatstgenoemde, Kunst In Serie (KIS), heeft zich gevestigd in de voormalige tentoonstellinmgsruimte Aorta. KIS biedt onderdak aan vijf ontwerpersstudio's (waar meubels maar ook textiel wordt gemaakt), twee werkplaatsen voor hout en metaal en een galerie. In de expositieruimte wordt in de toekomst alles tussen keramiek en monumentale vormgeving getoond. KIS, evenals het vroeger in het Handelsbaldgebouw gevestigde Aorta een initiatief van kunstenaars, wil ontwerpers een ontmoetingspunt bieden dat ze tot nu toe ontbeerden: werken, exposeren, verkopen en discussieren op een plek.

De eerste tentoonstelling doet de belofte gestand dat vooral jongeren de kans krijgen hun kunnnen te tonen. 'Amsterdamse School' is een keuze uit eindexamenwerk van 14 meubelmakers uit de hoofdstad, opgeleid aan de Rietveldacademie, D' Witte Leli of de MTS. Het resultaat is verrassend: een presentatie met stuk voor stuk bijzondere ontwerpen. De Osse maakte een bureau van de houtsoorten essen (licht) en esdoorn (donker), waardoor een Japans effect ontstaat. In het blad zitten losse panelen die, als in de vroegere lessenaar op school, opbergruimte afdekken. Prachtig is ook een wulps gebogen schrijftafel met roze ingelegd blad van esdoorn, dat glimt als parelmoer. Het prototype herinnert aan de elegante rococomeubelen uit het zeventiende-eeuwse Frankrijk. Det van Oers maakte een verrijdbaar meubel dat tegelijk tekentafel en kruk is. Het tekenvlak heeft de vorm van een palet en in de zitting huist een uitschuifbaar laatje voor pennen. Origineel zijn ook minder gangbare voorwerpen, zoals een 'dagboekenkastje' van Jan Willem Wijker en een muntenkastje van Dennis de Rond. Maar het mooist en bovendien het meest comfortabel is de stoel van Masja Wolters: de rugleuning wordt gevormd door een ruggegraat met ribben en die natuurlijke vorm blijkt het perfecte zitgenot te bieden.

T/m 15 september in KIS, Paleisstr. 107 Amsterdam. Wo t/m za 12-18u.