De versierde boodschap; de briefschetsen van Vincent van Gogh

In de honderden brieven aan zijn broer Theo maakte Vincent van Gogh schetsen van het werk waar hij aan bezig was. Ook daar was Van Gogh een meester in, de schetsen zijn afzonderlijke kunstwerkjes. In het Rijksmuseum Vincent van Gogh is een tentoonstelling van de briefschetsen te zien. H. J. A. Hofland bezichtigde de vitrines en zag de brieven: 'Altijd zorgvuldig, nauwkeurig in woordkeus en illustratie; compleet het aanzien en het lezen waard.' Terwijl ik in het Van Gogh Museum langs de uitstallingen van de Briefschetsen liep, stak hebzucht de kop op. Van die documenten er een te bezitten, liever een paar: dat zou me pas werkelijk gelukkig maken. Een schilderij natuurlijk ook wel, maar een paar blaadjes handschrift met een tekening, als ik die had zou ik voor de rest van mijn leven de hele Vincent bij me hebben.

Brief 173, geschreven en getekend in Etten omstreeks 1881, is een goed voorbeeld: twee maal een rij al wat winters geboomte het wijst erop dat de herfst dat jaar vroeg had huisgehouden en dan nog een knoestige arbeider die zijn spade in de grond steekt. Op de achtergrond lage daken en rokende schoorstenen. Vooral de twee tekeningen met de bomen hebben de prikkel van een geslaagd najaar. Ik citeer de hele tekst omdat die zo goed bij de voorstelling past, en vanzelfsprekend, viceversa: Waarde Theo, Daar er weder een brief naar u toegaat, zo sluit ik een woordje in. Van harte hoop ik dat gij het goed maakt en eens een half uurtje zult kunnen vinden om mij weer eens te schrijven.

Ik wil u nu nog zeggen wat ik heb uitgevoerd sedert ik u voor het laatst geschreven heb. Vooreerst twee grote tekeningen (krijt en iets of wat sepia) van knotwilgen, zo ongeveer als onderstaand schetsje.

Verder een dito, maar in de hoogte, van de Leurseweg. Dan heb ik weer een paar keer model gehad, spitter en mandenmaker.

En dan heb ik van Oom Cent verleden week een verfdoos gekregen die vrij goed is, zeker goed genoeg om mee te beginnen. (De verf is van Paillard.

) En daar ben ik zeer blijde mee. Nu heb ik dadelijk eens beproefd een soort aquarel te maken als bovenstaand motief.

Ik reken mij zeer gelukkig model te kunnen krijgen, ik ben ook met een paard en ezel aan het scharrelen.

Vooral voor het tekenen met waterverf is dat bewuste dikke papier Ingres zeer goed en heel wat goedkoper dan ander. Toch heb ik er niet bepaald haast mede, want ik heb enige voorraad, maar helaas effen wit, uit Den Haag meegebracht.

Enfin, ge ziet, ik ben druk aan de gang. Oom Cent gaat morgen naar 's Hage en zal allicht nog met Mauve spreken over de kwestie wanneer ik weer eens bij hem zou komen.

En nu a Dieu, ik heb ver gelopen vandaag en ben verbazend moe, maar ik wilde de brief niet laten weggaan zonder iets in te sluiten. Heb het goed en ontvang een handdruk in gedachten. t.a.t. Vincent

De brief treft door de montere toon. Geen wonder: hij heeft zich definitief tot het kunstenaarschap bekeerd, veel misere achter de rug, wint aan zelfvertrouwen, en heeft die toestand in een daaraan voorafgaande brief met de woorden van Mauve samengevat: De fabriek is in volle werking. Ook deze, in september geschreven, is rijk geillustreerd maar niet zo compact als de eerstgenoemde die mijn begeren wekte.

Commentaar

Later wordt het natuurljk hoe langer hoe mooier. De combinatie van brief en illustratie krijgt, zoals achteraf duidelijk te zien is, een afzonderlijke functie. De kunstenaar geeft een doorlopend commentaar op de ontwikkeling van zijn eigen werk. Daarvan kan men zich, sinds 17 augustus, op een vroege ochtend met enig geluk in het Museum zelf overtuigen. Wie later op de dag komt, kan zijn tientje waarschijnlijk beter even bewaren tot de stormloop met het einde van het seizoen zal luwen, want de tentoonstelling duurt tot 10 december. Tijdens het kunstgenot kwam schrijver dezes terecht tussen een peloton Japanners en een Italiaanse stoottroep zodat het een meevaller is dat u dit leest. Een catalogus was er deze week nog niet; alleen nummer twee, vijfde jaargang van het Van Gogh Bulletin met een uitstekende beknopte toelichting in een opstel van Anita Vriend.

Het gaat me er hier niet om, de deskundigen concurrentie aan te doen. Er is een kant van de tentoonstelling die, denk ik, voor iedereen aantrekkelijk is. Alleen gescheiden door een glasplaat ziet men het genie in zijn gewone doen. Tegenover het talloze malen heilig verklaarde schilderij zullen velen niet meer in te brengen hebben dan hun geconditioneerde reflex. In de brieven met de tekeningen is de auteur fysiek en in de geest veel dichter bij. Het genie is gebleven maar het eigenaardig soort onzichtbare, afstand veroorzakend prikkeldraad dat het 'wereldberoemde' omgeeft, speelt bij de aanblik en het bijna besnuffelen van deze schrijfblokvelletjes geen rol. Liefhebbers van de 'authenticiteit' wat niets anders is dan de plotselinge ervaring dat we mensen-onder-elkaar zijn vinden hier alles wat ze zoeken.

Maar beter dan waar ook in een museum kan men hier vaststellen hoe groot de waarde van de 'versierde boodschap' is. We weten dat het grootste deel van de correspondentie Vincent heeft gediend om zijn gemoedstoestand aan Theo te verklaren (en niet zomaar te 'openbaren').

Eigen geschiedenis

Een gemoedstoestand is niet kortweg weergegeven met de mededeling: Ik voel me zus, of ik voel me zo. Dat zijn openbaringen waarmee men vlug klaar is. Een gemoedstoestand is een buitengewoon ingewikkeld gegeven, een onophoudelijk verschuivend kruispunt van tientallen wegen, het verslag van resultaten en plannen, de voortdurende produktie en reproduktie van de eigen geschiedenis. Het vergt de grootste energie en nauwkeurigheid om zo'n verschijnsel een begrijpelijke gestalte te geven; het eist ook een flinke dosis optimisme over de bereidheid van de ontvanger om zich in zo'n minutieuze boodschap te verdiepen op de manier die de maker bedoelde: even zorgvuldig, en met de ontvankeljkheid die het complement is van de openhartigheid.

In dergelijke boodschappen Van Goghs correspondentie bewijst het hoeft niet meteen de hele zielsinhoud op tafel te komen. Er zijn genoeg kattebelletjes, terloopse berichten. Niettemin: altijd zorgvuldig, nauwkeurig in woordkeus en illustratie; compleet het aanzien en het lezen waard.

Daarmee is nog altijd niet de magie verklaard die er uitgaat van een document waarin tekst en beeld zijn verenigd. Een goed voorbeeld van dezelfde betovering met een heel andere signatuur vind ik de technische tekeningen van Leonardo, ook uitvoerig voorzien van tekst in spiegelschrift omdat de maker een gepast wantrouwen koesterde tegen de willekeurige bezoeker die onverwacht zijn atelier binnenliep. De tekeningen plus teksten van Leonardo zijn geen aan een dierbaar mens gerichte 'briefschetsen' maar boodschappen die de hele wereld moesten bereiken. Wie zich tot zo'n groot publiek richt loopt heel wat meer risico, niet goed te worden begrepen dan iemand die zich tot zijn geliefde broer richt. Daar zou dus een bovenmenselijke nauwkeurigheid geboden zijn. Maar het merkwaardige is dat in precisie en wat ik maar de muziek van de lay-out zal noemen, de technische tekeningen van Leonardo en de briefschetsen van Vincent een overeenkomst vertonen die je niet over het hoofd kunt zien.

Nog een voorbeeld: te vinden in Saul Steinbergs The Passport, een boek met tekeningen waarin een verzameling paspoortachtige documenten is opgenomen; duimafdrukken of verbleekte ovalen die gezichten zijn, stempels met niet bestaande wapens, teksten die niemand ooit zal begrijpen, en toch: de magie van woord en beeld, verenigd op een blaadje. Het beeld is geen illustratie meer, de woorden vormen geen bijschrift. Het een kan niet zonder het ander, zelfs als het 'niets meer betekent'. Die drie woorden staan tussen aanhalingstekens omdat het in een ander opzicht alles betekent zoals dat met een paspoort het geval is. Steinbergs paspoorten zijn karikaturen van paspoorten, zijn oorkondes zijn karikaturen van oorkondes, maar tegelijkertijd zijn ze de prototypen van dit genre Beeld en Tekst. Door te proberen, deze abstracties verder toe te lichten zou ik tot wartaal vervallen en ik besef dat ik nu al op de grens wankel. De bezichtigbare werkelijkheid van Vincents briefschetsen leidt tot de volgende conclusie. In iedere brief met tekst en beeld heeft hij een paspoort voor zichzelf gemaakt: op zijn allerduidelijkst weergegeven wie hij op dat ogenblik was. De briefschetsen zijn identiteitspapieren.

Dat is eigenlijk iedere versierde boodschap waarin de nauwkeurigheid van de maker wordt geinspireerd door zijn behoefte om zo goed mogelijk te worden begrepen.

Probeer het zelf en u zult misschien beter begrijpen wat Vincent van Gogh heeft bewogen.