De beterweters

Een van Ogden Nash's onvergetelijke gedichten gaat als volgt:

Behold the duck. It does not cluck. A cluck it lacks. It quacks. It is especially fond Of a puddle or pond. When it dines or sups, It bottom ups.

Let op de laatste regel. Er bestaat een recente uitgave (Eric Carle's Animals Animals, 1989), waar dit gedicht in voorkomt, en die regel is daar afgedrukt als: It bottoms up.

Ziedaar nu een voorbeeld van een van de meest hopeloosmakende verschijnselen die er bestaan: het beter weten der domkoppen en humorlozen. Hee, daar staat bottom ups, zo ontdekte hij of zij, dat is verkeerd! Dat is ongrammaticaal! Dat moeten we verbeteren.

Het eigenaardige is dat ze dat ook bijna altijd lukt. Overal ter wereld zijn het zulke starre karpatenkoppen die de dienst uitmaken. Dat is fundamenteel voor de manier waarop onze samenleving in elkaar zit. .

'Is iedere katholiek voor God en zijn geweten verantwoord als hij naar Indie gaat? Het antwoord luidt: dat ligt er aan.

Laat toch geen slappe, halve katholieken daarheen gaan trekken... Dat soort katholieken, ja inderdaad, loopt het grootste gevaar in Indie moreel geheel ten onder te gaan... ' Aldus A. van Hoof S. J. in de Wegwijzer voor katholieken die voornemens zijn naar Indie te vertrekken, een ruim 300 bladzijden tellende uitgave van het Katholiek Indisch Bureau, zonder jaartal maar daterend van circa 1930.

Wat opvalt, als je er in leest, is dat de katholieken sinds die tijd wel een gigantisch emancipatieproces hebben doorgemaakt; in dit boek worden ze nog behandeld als volstrekt onmondige wezens, aan wie onder geen voorwaarde de gelegenheid moet worden gegeven zelf ergens over na te denken. Je krijgt de indruk dat die 'slappe, halve katholieken' in het oog der kerk de norm waren; de gelovigen worden door de zielenherders kennelijk gezien als onnozele halzen, die aan zichzelf over gelaten onmiddellijk zouden neigen tot geloofsafval, en daarom continu omgeven moeten zijn door een haag van zwartrokken. Toon en inhoud van het boek zouden nu ondenkbaar zijn. Het is de katholieke dit en de katholieke dat, tot je er in een zenuwachtig lachen bij uitbarst; die bevoogding, die bedilzucht, die angst dat de gelovige wel eens in aanraking zou kunnen komen met andere opvattingen, dat moet ook in 1930 voor een zinnig mens al karikaturaal zijn geweest. Een blaadje met een naam als De katholieke waarschuwer. Die geur van mentale inteelt en delation (elkaar aangeven, verklikkerssysteem), van boekenlijstjes en verboden lectuur.

De parallel tussen katholicisme en communisme is voordehandliggend en onloochenbaar; dat moet wel de reden zijn dat er niet vaker de aandacht op wordt gevestigd.

Iets van dezelfde atmosfeer omgeeft ook de affaire van de lijst met 21 verplichte boeken; hier komen we dezelfde karpatenkoppen weer tegen. Zo moeten ook de verplichte opera's van Jiang Qing (Madame Mao) tot stand zijn gekomen met behulp van 'deskundigen', die dat vermoedelijk ook heel kranig vonden van zichzelf.

Aan zo'n verplichte lijst zit inderdaad een onmiskenbaar totalitair luchtje Renate Rubinsteins briljante omschrijving, alweer jaren geleden, van 'ex-katholieken op zoek naar nieuwe vormen van onverdraagzaamheid', is blijkbaar nog steeds van toepassing maar het is, denk ik, toch vooral de bekende melange van bedilzucht, rancune en luiheid; en de meeste van deze is luiheid. Ik ben nu zowat een jaar in Holland en als ik zou moeten zeggen welke instelling mij hier het meest heeft gefrappeerd dan is het de algemene luiheid overal.

Een heel andere luiheid dan in Zuidelijke landen, meer vermengd met een soort verongelijktheid ('wat zal ik me uitsloven voor niks'); het moet me trouwens van het hart dat de Fransen, in weerwil van de bekende stereotyperingen, heel wat meer van aanpakken weten dan dat in paars en rose geklede slag mensen hier.

Zo denk ik dat die lijst van 21 vooral populair zal zijn bij de leraren, omdat het ze ontslaat van de hinderlijke verplichting alle boeken waar hun leerlingen mee aankwamen ook zelf gelezen te hebben. Overigens lijkt mij het principe van verplichte lectuur voor middelbare scholieren op zichzelf heel gezond, maar dan grondiger en met uitsluiting van eigentijdse literatuur; niet alleen omdat de keuze daarvan teveel het gevaar loopt oppervlakkig en modieus te zijn, maar ook omdat dat nu juist het domein is waarin het veel meer zin heeft die kinderen vrije keuze te laten. In de oudere literatuur heeft al een zekere natuurlijke selectie plaatsgehad.

. Als kind haatte ik de Spanjaarden. Dat kwam door het geschiedenisonderwijs op de lagere school, en uiteraard speciaal door de Tachtigjarige Oorlog. Kortgeleden heb ik op de markt een exemplaar gevonden van het geschiedenisboekje dat in gebruik was op de Indische lagere scholen en dat ik onmiddellijk herkende. Het heet Toen en nu, door W. G. van de Hulst en R. Huizenga, geillustreerd door C. Jetses en W. K. de Bruin. Negende druk. Bij J. B. Wolters, Groningen-Batavia 1935. Een ongelofelijke sensatie was het herkennen van de illustraties, een hoofdstuk apart; waar het nu om gaat is de vaderlandse anti-Spaanse toon: die is inderdaad niet gering. Hier volgt, ik doe maar een greep, een passage over de Armada: 'Onoverwinnelijk moet de vloot wel zijn. Millioenen gelds heeft ze gekost. Duizenden dappere soldaten en matrozen heeft ze aan boord; en de zonen van de voornaamste families uit Spanje zijn meegegaan om te zien en te helpen bij de verovering van de twee ketter-landen. En honderden priesters varen mee, om dadelijk de Roomse godsdienst weer in te voeren in 't overwonnen land. En als dat eens niet gelukken wilde... Martelwerktuigen van allerhande soort komen ook met de Armada mee.' Geen wonder dat op school de katholieken scheef werden aangekeken: ze moesten immers wel aan de kant van Spanje staan (als het tenminste geen slappe, halve katholieken waren). Onzin, denk je later, vooroordelen, en bovendien, boeven waren het allemaal; maar het probleem moet toch reeel zijn geweest en je vraagt je af hoe het door katholieke kinderen verwerkt werd. In die Wegwijzer voor katholieken etc. komt ook een hoofdstuk voor over Ceylon, welk eiland immers door de mailboten naar Indie werd aangedaan. En in dat hoofdstuk trof mij de volgende passage: 'Onder het Portugeesch beheer waren duizenden der Inlandsche bevolking tot de R. K. Godsdienst bekeerd. Zoodra echter 'Jan Kompagnie' na bloedige strijd in het bezit was geraakt van Galle [1640], toenmaals de voornaamste stad aan de Kust, werden daar al de jongens en meisjes geregeld in de groote zaal van het Weeshuis bijeen geroepen en in de Calvinistische leerstellingen onderwezen. Dit veroorzaakte luid weeklagen bij de Katholieke bevolking en de slaven, zoo erg was dit, dat zelfs de Heidenen hun medelijden daarover betuigden. Maar toch werden allen met geweld, ja zelfs met stokslagen gedwongen naar de godsdienstoefeningen der veroveraars te gaan en werden geen Roomsche Geestelijken meer geduld.' De heidenen zullen er handenwringend bij hebben gestaan.