Crisis geen impuls voor wapenindustrie

LONDEN, 24 aug. Het vele wapentuig dat in het Midden-Oosten wordt ingezet, is van weinig betekenis voor de vooruitzichten van de wapenindustrie. Wapenleveranties aan de bij de confrontatie met Irak betrokken landen wegen niet op tegen de gevolgen van lagere budgetten voor defensie sinds de ontspanning tussen Oost en West. Dat verwachten defensiespecialisten.

De Golfcrisis zal waarschijnlijk wel leiden tot versnelling van de al begonnen herstructurering in de wapenindustrie. Als gevolg van gewijzigde militaire strategieen merken producenten van bijvoorbeeld tanks veel sterker de effecten van de rem op defensiebegrotingen dan de fabrikanten van vliegtuigen en elektronica.

De grote wapenexporteurs de Sovjet-Unie, de Verenigde Staten, Frankrijk en Groot-Brittannie hebben vele jaren goede zaken gedaan in het Midden-Oosten. Irak werkt bijvoorbeeld met radar die is geleverd door het Franse Thomson-CSF. Dit bedrijf is tevens de grootste aandeelhouder van Hollandse Signaal Apparaten, de Hengelose producent van het radargeleide snelvuurkanon 'Goalkeeper' dat de Nederlandse marine in geval van een Golfoorlog voor het eerst in de praktijk zal gebruiken om vijandelijke raketten te onderscheppen.

Als het tot vijandelijkheden komt, krijgt Thomson-apparatuur dus bij tegengestelde partijen kans zich in de praktijk te bewijzen. De Franse industrie heeft zo meer mogelijkheden om in de toekomst apparatuur op de markt te brengen waarvan de kwaliteit op het slagveld is aangetoond.

Frankrijk, na de Sovjet-Unie de grootste leverancier van wapens aan Irak, heeft overigens weinig last van het embargo dat nu tegen Irak is ingesteld. Het Midden-Oosten is al sinds 1985 sterk in belang achteruitgegaan voor de Franse wapenexport. Na de sterke stijging van de olieprijzen in 1973 kregen de olieproducerende landen veel geld voor wapenaankopen in handen. Frankrijk deed daardoor goede zaken, totdat halverwege de jaren tachtig de olieprijzen inzakten.

Francois Heisbourg, voormalig adjunct-directeur van Thomson CSF en oud-directeur internationale zaken van het Franse ministerie van defensie, is tegenwoordig directeur van het Internationale instituut voor strategische studies in Londen. Volgens hem is de schok voor de Franse defensieindustrie al in 1986 gekomen. 'De orderportefeuille van de Franse wapenindustrie is nu nog slechts een derde van het niveau van 1983. Na het inzakken van de olieprijzen hadden de Golfstaten, waarvoor Frankrijk ook een belangrijke wapenleverancier was, minder geld voor de defensie. Bovendien besteedde Irak, dat in het achtjarige gevecht met Iran was verwikkeld, meer geld om te oorlog te kunnen voortzetten dan voor nieuw materiaal', zegt Heisbourg.

Irak kocht in die tijd vooral munitie en reserve-onderdelen. Het kon zich niet permitteren nieuwe wapensystemen in te voeren waarvoor manschappen speciaal getraind moesten worden.

De Italiaanse wapenexport naar Irak is in de jaren tachtig vastgelopen nadat de Italiaanse regering wegens de oorlog met Iran een embargo had ingesteld. Tengevolge van dat embargo liggen in Italiaanse havens al jaren fregatten voor de Iraakse marine, klaar om te worden afgeleverd als ooit weer wapens aan dat land mogen worden geleverd.

Juist toen de Franse wapenpositie in het Midden-Oosten verzwakte, werd die van Groot-Brittannie versterkt. De Britten sloten in 1985 een wapencontract met Saoedie-Arabie ter waarde van vele miljarden dollars. Enkele maanden geleden waren er moeilijkheden over dat contract, omdat de prijs van olie was gedaald. De Saoedische aanschaf van onder andere Tornado-gevechtsvliegtuigen wordt met olie betaald. Maar nu tengevolge van de crisis in het Midden-Oosten de olieprijs weer is gestegen, wordt verwacht dat de problemen over de uitvoering van de overeenkomst van de baan zijn.

Volgens Heisbourg kan het voor de wapenexporterende landen interessant zijn als de landen die zich nu tegen Irak richten hun militaire materieel willen uitbreiden. 'Maar die landen zitten in dezelfde positie als Irak tijdens de oorlog met Iran. Hun prioriteit is niet om nieuwe wapensystemen te kopen, maar om te verzekeren dat ze kunnen gebruiken wat ze hebben en om dat materiaal uit te breiden. Dat wil zeggen dat ze vooral geld zullen steken in munitie, reserve-onderdelen en onderhoud. Dat kan voor de korte termijn een belangrijke winstbron zijn. Zulke leveringen worden alleen contant en niet op basis van krediet gedaan. Maar het levert niets op voor de industrie die om nieuwe kostbare wapensystemen te kunnen ontwikkelen afhankelijk is van de export, ' zegt hij.

Frankrijk vindt de wapenexport noodzakelijk voor de instandhouding van een eigen wapenindustrie. Zo'n industrie is een vereiste voor Frankrijks militaire onafhankelijkheid. Dat van export afhankelijke systeem verkeert al enkele jaren in moeilijkheden. De orderportefeuille is achteruitgegaan van 65 miljard francs in 1984 tot 25 miljard francs nu.

Derde-wereldlanden hebben minder geld dan ooit voor wapens en bovendien heeft de Europese ontspanning geleid tot een vloedgolf aan tweedehands wapens. Wat winsten tengevolge van levering van munitie en onderdelen in verband met de huidige Golfcrisis veranderen aan het Franse probleem niets.

Veel wapenindustrieen trachten op het ogenblik uit de problemen te komen door naar de civiele sector over te stappen. Militaire opdrachten of concurrentie op de markt van consumentenartikelen zijn echter zeer uiteenlopende zaken. Dat zo'n omschakeling niet eenvoudig is, ontdekte men bij de Britse industrie Vickers Armstrong al in de jaren vijftig. Pogingen om in plaats van tanks speelgoed en tractoren te maken mislukten toen geheel.

Het is de vraag in hoeverre het een fout van de Fransen is geweest Irak wapens te verkopen waarmee ze wellicht binnenkort zelf worden beschoten. Heisbourg vindt niet dat van een fout kan worden gesproken. 'In het begin van de jaren tachtig verkochten de Fransen zowel aan Saoedie-Arabie als aan Irak wapens. Saoedie-Arabie financierde in die tijd Irak. In 1987 hielpen de Westerse landen door hun aanwezigheid in de Perzische Golf Irak. Nu is er een volkomen andere situatie. Als er sprake is van een vergissing, is het dat men weleens vergeet hoe snel de dingen in het Midden-Oosten veranderen.'

'De sjah van Iran kon alles kopen wat hij hebben wilde en vervolgens werd Iran de vijand van de Verenigde Staten. Wie zegt hoe Saoedie-Arabie er over vijf jaar uitziet? Zal het een bondgenoot of een vijand zijn? Onzekerheden zijn traditioneel in het Midden-Oosten. Dat is voor mij het belangrijkste argument tegen een actief beleid voor wapenexport in het Midden-Oosten, meer dan de vraag of het fout was in het begin van de jaren tachtig wapens aan Irak te verkopen. Indertijd was er veel te zeggen voor hulp aan Irak om een nederlaag tegen Iran te voorkomen.' Heisbourg verwacht niet dat het huidige embargo Irak wat betreft bewapening snel in moeilijkheden zal brengen. Het land heeft veel wapens en reserveonderdelen. Zolang die niet worden gebruikt zijn er geen problemen. Maar komt het tot vijandelijkheden, dan krijgt het wapenembargo wel snel gevolgen. Heisbourg neemt aan dat Irak dan al binnen enkele weken een tekort aan munitie en onderdelen krijgt. Hij gaat er echter vanuit dat het overwicht van de Westerse luchtmacht ertoe zal leiden dat een conflict korter duurt dan de tijd die nodig is om Irak de gevolgen van het wapenembargo te doen voelen. 'Als er een confrontatie komt zal die zeer heftig zijn, maar waarschijnlijk niet langdurig. Ik denk niet dat Irak een oorlog lang kan volhouden. Het zal eerder een zaak zijn van dagen of weken dan van weken of maanden.' Bij het Internationale instituut voor strategische studies is naar aanleiding van de ontspanning in Europa al enige tijd geleden de vraag gesteld hoe strijdkrachten in de toekomst samengesteld zullen zijn. Het antwoord was dat ze zeer mobiel moeten zijn, relatief klein, met een sterke vuurkracht over lange afstanden.

Dat vergt een andere bewapening dan bij de permanente troepenaanwezigheid de afgelopen veertig jaar in Europa het geval was. De vraag naar zware wapens zoals tanks vermindert en de vraag naar vliegtuigen, gevechtshelikopters, elektronische waarnemings- en commandosystemen neemt relatief toe. De resultaten van die analyse, waarbij een grote rol wordt gegeven aan hoogwaardige technologie, is tot nu toe volgens Heisbourg bij de Golfcrisis met de overgevlogen Amerikaanse troepenmacht geheel juist gebleken.

Hij gaat er overigens ook vanuit dat de situatie waarbij de ontwikkeling van steeds kostbaarder wapens afhankelijk is van de mogelijkheid om grote aantallen te produceren en te exporteren, zal moeten veranderen. De kosten van die wapens worden voor veel landen te hoog.

Heisbourg neemt aan dat de industrie steeds meer de mogelijkheid moet hebben winst te maken met de ontwikkeling van een nieuw wapen, zonder dat dat wapen in grote aantallen wordt geproduceerd. In zo'n geval worden de kosten per stuk van bijvoorbeeld een vliegtuig wel extreem hoog. Maar de totale kosten van een project blijven lager dan bij produktie van een groot aantal van die vliegtuigen om een lagere stuksprijs te kunnen bereiken. Bij de zeer kostbare nieuwe wapensystemen is het niet meer mogelijk om de ontwikkelingskosten door export terug te verdienen.