Boem

Een soldaat zat ver van huis in de woestijn en dronk gulzig een fles mineraalwater. 'Je kunt hier wel blijven drinken', zei hij tegen zijn maat, 'dit spul valt haast niet aan te slepen'.

'Ja', zei de maat, 'het is ongelooflijk hoeveel flessen ze per dag aanvliegen. Het ontbrak er nog maar aan dat we hier ook nog ijsmachines hadden.'

De soldaat dacht even na en zei toen: 'Maar dat zou anders wel betekenen dat we minder water nodig hadden!' Vandaag gaan we water uit lucht maken met behulp van kou. We hebben nodig: water, een stuk of acht ijsblokjes en een droog glas. Vul het glas met de ijsblokjes en doe er water bij tot het bijna vol is (zorg dat de buitenkant droog blijft). Laat het glas zo'n vijf a tien minuten staan en bekijk dan de buitenkant van het glas. Voel er met je vingers aan. De buitenkant van het glas is geheel bedekt met minuscule waterdruppeltjes!Deze druppeltjes komen uit de lucht. Lucht is een mengsel van gassen (waaronder bijvoorbeeld de zuurstof die wij ademen) en een van die gassen is waterdamp. Waterdamp bestaat net als vloeibaar water uit kleine waterdeeltjes of moleculen, maar er is een belangrijk verschil: in vloeibaar water blijven de watermoleculen aan elkaar klitten, maar in waterdamp vliegen ze elk voor zich kriskras door de lucht om alleen zo af en toe tegen elkaar of tegen andere gasmoleculen in de lucht op te botsen. Hoe 'weten' watermoleculen nu wanneer ze een vloeistof moeten worden en wanneer een gas? Dat hangt ervan af hoe warm het is. Hoe heter, hoe meer water er verdampt tot waterdamp, denk maar aan het droogkoken van een pan water. Hete lucht kan meer waterdamp bevatten dan koude. Als je warme vochtige lucht afkoelt, wordt de waterdamp weer water. Dat is precies wat er gebeurt op de buitenkant van het glas: de watermoleculen in de lucht botsen tegen het koude glas aan, koelen af en klitten aan andere watermoleculen vast tot kleine druppels.

De druppels heten condens. Condens kom je overal vaak tegen. Je ziet het aan de binnenkant van de ruiten als het binnen warm en vochtig is en buiten koud. En je ziet het op de tegeltjes van de muur onder de douche. Dat komt zo: het warme water uit de douchekop verwarmt de lucht, waardoor die meer waterdamp kan opnemen. Als de extra vochtige warme lucht tegen de koele wand van de douchecabine opbotst, koelt hij af en kan hij niet meer zo veel waterdamp bevatten als toen hij nog warm was. Daarom slaat een deel van de waterdamp neer als condens tegen de wand.