Apartheid leidde tot geweld van zwart tegen zwart

Recente berichten over het geweld van zwart tegen zwart in Zuid-Afrika maken veelvuldig melding van bijvoorbeeld 'de Zulu-stam tegen de Xhosa-stam', alsof stamverwantschap de oorzaak zou zijn van de slachtpartijen. Op dit moment bestaat een van de strijdende partijen inderdaad uit Zulu's, maar zoals altijd in Zuid-Afrika de situatie is niet zo eenvoudig als zij lijkt.

Het geweld is van Natal overgeslagen naar Transvaal om de simpele reden dat daar Zulu's wonen. Deze Zulu's maken deel uit van de duizenden migranten-arbeiders in Transvaal. Hoewel tegenwoordig meer dan voldoende werkkracht beschikbaar is voor de industrie op de Witwatersrand (de werkloosheid is schrikbarend), was dit in het verleden niet het geval.

Zo is het systeem van migranten-arbeid ontstaan dat een van de oorzaken is van Zuid-Afrika's hartverscheurende sociale problemen. Gezinnen worden gesplitst, kinderen groeien op zonder vader of andere volwassen mannen, vrouwen staan alleen voor de opvoeding van hun (vele) kinderen. Daar staat tegenover dat gezinnen van migranten financieel vaak een bepaalde zekerheid hebben. Zwarte migranten met een vast inkomen vormen in zekere zin een economische elite ook al gaan ze maar een keer per jaar naar huis.

De Inkatha-beweging bestaat nog steeds vrijwel uitsluitend uit Zulu's, ondanks verwoede pogingen de steun uit te breiden. Blijkbaar spreekt hun leider Buthelezi andere groeperingen niet aan. De invloed van de Inkatha-beweging op de Zulu's in Transvaal manifesteert zich nu op schokkende wijze. Hoe is het mogelijk dat in Transvaal alle Zulu's voor Inkatha zijn, terwijl de Zulu's thuis in Natal juist zeer verdeeld zijn? De gezinnen van de Zulu's in Transvaal wonen 500 kilometer ver in KwaZulu, veelal op traditionele wijze, op het land. Buthelezi verleent de rechten op een stuk grond en vrijwel alle andere zaken die een arbeider en zijn gezin nodig hebben om te overleven alleen in ruil voor het zweren van absolute trouw aan zijn autoriteit. Velen doen dat al of niet onder druk. De Zulu-migranten in Transvaal zijn sterk afhankelijk van Buthelezi, wat de overweldigende aanhang van Inkatha onder hen verklaart. Er zijn overigens ook veel Zulu's die werkelijk naar het noorden 'emigreren' en daar in de townships in de mengelmoes van stammen worden opgenomen.

Verdeel en heers

De blanke regering voert ook op de Witwatersrand een effectief verdeel-en -heersbeleid. Migranten-arbeiders worden 'per stam' verdeeld over barakken, Zulu's bij Zulu's, Xhosa's bij Xhosa's enzovoort (de toestand in deze barakken en de gevaarlijke werkomstandigheden in de mijnen zijn op zichzelf al reden om agressief te worden). Zo worden de stam-verschillen aangescherpt en uitgebuit. Als er geweld ontstaat tussen de bewoners, is het al snel de 'ene' barak tegen de 'andere', dus de ene stam tegen de andere. Zulu's worden op deze manier gedwongen voor elkaar op te komen; dat geldt zelfs voor degenen die misschien heimelijk sympathie voor het ANC koesteren.

In Zuid-Afrika zelf wordt tribal violence vaak door conservatieve blanken aangegrepen als legitimatie voor het voorzetten van de blanke alleenheerschappij. Vaak wordt dan verwezen naar de geschiedenis van het Afrikaanse continent, waaruit zou blijken dat stammentwisten de oorzaak zijn van de falende economische en politieke ontwikkeling ('als je het aan de zwarten overlaat, komt er niets van terecht'). In het verlengde van deze simpele visie op de Afrikaanse geschiedenis wordt het geweld in Zuid-Afrika door velen beschouwd als een (ernstige) vorm van het als 'normaal' en 'traditioneel' beschouwde faction-fighting. Geweld tussen clans is inderdaad een onderdeel van de Afrikaanse (en Europese) geschiedenis, maar het is verergerd door het apartheidsbeleid. De blanke voorkeur voor het handhaven van de traditionele zwarte manier van leven ondanks een snel veranderende omgeving heeft faction-fighting doen ontaarden in ware mini-oorlogen. Traditionele gebruiken, die onder meer voorschrijven dat clans zelf hun meningsverschillen oplossen, werken alleen in een traditionele samenleving waar genoeg ruimte is om elkaar uit de weg te gaan als er onenigheid is, en waar geen 'onafhankelijke' politie de balans verstoort.

Op het platteland voldoen de oude gebruiken niet meer. Het gaat er niet goed, overleven is er veel moeilijker dan in vroeger tijden. Steeds meer mensen moeten het doen met een kleiner stuk vaak onvruchtbare grond. Er heerst overbevolking, armoede, analfabetisme, de erosie is zorgwekkend. Een leven in de sloppenwijken is onaantrekkelijk, maar in de stad is meer werk te vinden; het leven in de stad is daarom voor vele zwarten van het platteland een minder uitzichtloos alternatief (Natal heeft een zeer hoge urbanisatiegraad). Het ironische is dat de regering door haar eigen thuislandenbeleid in Natal weinig kon uitrichten: de openbare orde is een interne aangelegenheid van de thuislanden. De politie van het thuisland van 'chief' Buthelezi was niet in staat het geweld te bedwingen, of zij trad partijdig op. Pas toen het geweld sterk was geescaleerd, greep de Zuidafrikaanse regering in.

ANCDe schaal en intensiteit van het geweld dat is 'overgeslagen' naar Transvaal wijzen erop dat het gaat om veel meer dan een uit de hand gelopen faction-fight. De vraag wie 'is begonnen', is onoplosbaar en ook niet zo relevant. De werkelijke oorzaken liggen op politiek terrein. Het geweld is Buthelezi's methode om een plaats aan de onderhandelingstafel te verwerven.

Het is waar dat het ANC niet alle zwarten vertegenwoordigt, maar het vertegenwoordigt wel de meerderheid. Bovendien is er ook nog een zwarte oppositie tegen het ANC aan de radicale linkerzijde. Inkatha-aanhangers vormen dus maar een betrekkelijk kleine groep in het brede spectrum van de Zuidafrikaanse politiek. Zo bezien kan Buthelezi's geweld worden uitgelegd als chantage: een belangrijke politieke rol voor hem, in ruil voor een einde aan het geweld. Een oplossing zou zijn Buthelezi's macht aanzienlijk in te perken en Natal direct uit Pretoria te besturen totdat in geheel Zuid-Afrika democratische verkiezingen zijn gehouden. Buthelezi zou zijn werkelijke aanhangers behouden, maar hij zou niet langer op 'traditionele', ondemocratische wijze zijn macht kunnen uitoefenen: zeggenschap over het leven en de middelen van bestaan van de Zulu's in Natal. Alleen op deze wijze zouden de Zulu's een werkelijk vrije keus kunnen maken, wat het geweld van zwart tegen zwart zou doen verminderen.

Democratie houdt in dat minderheden minder te zeggen hebben in de nationale politiek. Dat geldt voor de rechts-extremistische Terreblanche net zo goed als voor Zulu-leider Buthelezi.