Alsof een oude meester mij vertelde hoe het moet; Benjamin Bagby over een reconstructie van de gezongen Beowulf

Op het Festival Oude Muziek in Utrecht treedt vanavond de Amerikaanse musicus Benjamin Bagby op. Met een nagebouwde, middeleeuwse lier geeft hij als een echte minstreel een uitvoering van het Oudengelse heldenepos de Beowulf. De traditie schrijft voor dat de minstreel zijn eigen variant geeft maar Bagby probeert in de eerste plaats authentiek te klinken. 'Misschien is Madonna wel een minstreel van deze tijd en is haar muziek voor velen een plaatsvervangende religieuze ervaring.' Een echte scop (minstreel) is Benjamin Bagby niet, dan zou hij vanavond in de Utrechtse Pieterskerk een lay van duizend verzen zingen over de Iraakse inval in Koeweit, over de Amerikaanse dreiging, de reactie van de Arabieren en de dramatische gevolgen voor de olieprijs. Bagby zingt echter niet over Irak, maar over Beowulf, de held van de Geats, die in het land van de Denen in zijn eentje de monsterlijke Grendal verslaat.

Benjamin Rock Bagby (39) studeerde zang in Amerika en Bazel. Hij begon net als iedere student met Schubert en Brahms, maar specialiseerde zich al vroeg in middeleeuws repertoire. Na zijn studie in Bazel richtte hij samen met Barbara Thorton Sequentia op, een ensemble voor uitsluitend middeleeuwse muziek. In het Festival Oude Muziek, dat vandaag in Utrecht begint, voert Bagby het eerste deel uit van het Oudengelse gedicht Beowulf, op de manier zoals dat vermoedelijk door zingende vertellers, de zogenaamde scops, in de achtste en negende eeuw in de Angelsaksische cultuur gebeurde.

In het programmaboek van het Festival staat een oude foto van Bagby. Half verscholen in de schaduw en met een zwart ringbaardje en een strakke, duistere blik in zijn ogen, lijkt hij nog het meest op een magier. Hij heeft een metamorfose ondergaan. De baard is verdwenen, het achterover gekamde haar heeft plaats gemaakt voor een soort page-kapsel. Wanneer hij na de uitvoering van de Beowulf zijn bril opzet, lijkt hij eerder op een vriendelijke Amerikaanse beursmanager, dan op het geitewollen-sokkentype dat nog vaak met oude muziek wordt geassocieerd. Het is een stijlverandering die ook in de middeleeuwse muziek zelf heeft plaatsgevonden. Een aantal jaren geleden geloofde iedereen nog in Arabische invloeden in de muziek van de Middeleeuwen. Alles klonk toen heel exotisch. Nu moet het juist weer heel clean.

Verlies

Of zijn reconstructie van de oude verteltraditie juist is, durft Bagby niet te zeggen. De scop bestaat al lang niet meer. De verhalen die hij vertelde zijn, op Beowulf na, in de mondelinge overlevering verloren gegaan. Muzieknotatie bestond nauwelijks, zeker niet voor dit soort muziek, en van mogelijke instrumenten die de scop bespeelde zijn bij archeologische opgravingen alleen resten gevonden. 'Natuurlijk ben ik geen echte scop', zegt Benjamin Bagby. 'Dan zou ik in vloeiend Oudengels mijn eigen variant van het verhaal moeten zingen. Ik zit vast aan die ene, in het begin van de elfde eeuw genoteerde versie van de Beowulf. Misschien dat ik mezelf in de toekomst in de tekst wel enige vrijheid permitteer, maar dan moet ik eerst nog verder zijn doorgedrongen in de oude Angelsaksische cultuur.'

Over middeleeuwse vertellers is niet al te veel bekend, maar er zijn parallellen met vertellers in de hedendaagse Europese volkscultuur en in buiten-Europese culturen (reden voor het Festival Oude Muziek om dit jaar in drie concerten ook daaraan aandacht te besteden). Bagby heeft voor dit project, waaraan hij zeker vier jaar heeft gewerkt, de vertelkunst van een groot aantal volkeren bestudeerd. Bagby: 'De musicus wordt in oude culturen beschouwd als een man met een speciale gave, vergelijkbaar met die van een medicijnman. Hij vertelt verhalen over de helden van zijn volk en is zo de hoeder van de geschiedenis. Wat hij vertelt, verrast zijn publiek meestal niet. Want behalve boodschapper van het 'nieuws', is hij vooral verteller van veelvuldig herhaalde, uit het verleden overgeleverde verhalen. Het gaat de toehoorder daarbij niet om de ontknoping, maar om de herhaling zelf, om het ritueel, waarin de emoties die de gebeurtenissen ooit hebben opgewekt, opnieuw worden beleefd. Zoals kinderen ook steeds weer hetzelfde sprookje willen horen.

'Er is studie gemaakt van de sociale structuur waarin verhalenvertellers functioneren, zoals bijvoorbeeld nu nog in de balkanlanden. De functie gaat over van vader op zoon. In het begin houdt de zoon zijn mond, hij luistert eindeloos naar steeds dezelfde verhalen. Als hij alleen is, imiteert hij wat hij gehoord heeft, experimenteert en ontwikkelt zo heel geleidelijk een eigen stijl. Hij bouwt vaak zelf een instrument en zingt voor leeftijdgenoten of voor de schapen. Om geaccepteerd te worden als zanger, moet hij zichzelf bewijzen door zijn daden, net als de helden uit zijn verhalen dat ooit moesten.'

Onverstaanbaar

Het Oudengels van de Beowulf is, op een enkel woord na, onverstaanbaar. Toch weet Bagby met gebaren en stemverheffingen aardig over te brengen waarover hij zingt en spreekt. Hij begeleidt zichzelf op een eenvoudige, gereconstrueerde lier: een dunne klankkast met een boogje waarop zes snaren gespannen zijn. Soms streelt hij de snaren, teder als een poes die behaaglijk op zijn arm ligt. Dan gaat hij heftig tekeer en balt zijn vuist om het betoog kracht bij te zetten. Even later sleept hij de luisteraar mee met zijn angstige blik en lijkt het alsof hij zelf lijdt onder de verschrikkingen van Grendal, het mensenetende monster met ijzeren nagels en een kop zo groot dat die alleen door vier mannen gedragen kan worden. Zijn stem klinkt ingetogen, beschouwend, geheimzinnig of uitbundig.

Voor de muziek kon Bagby niet uit enige middeleeuwse muzikale bron putten. Hij moest geheel afgaan op zijn intuitie. Toch vindt hij niet, dat hij de muziek helemaal zelf heeft verzonnen. Bagby: 'Ik heb ook muzikaal een greep gedaan in de zee van verteltradities in diverse culturen. Mijn zessnarige lier is gebaseerd op brokstukken van een archeologische vondst in het Duitse Oberflacht. Rainer Thurau, die het instrument in 1987 bouwde, moest belangrijke delen daarvan zelf aanvullen, maar het moet er wel ongeveer zo hebben uitgezien. De stemming van de snaren heb ik moeten kiezen op basis van kennis van oude Europese muziek, en wat theoretici daarover hebben opgetekend. Die zes snaren bepalen vervolgens de noten die ik in de melodie kan gebruiken.' Tijdens de voordracht denkt Bagby niet vanuit de melodie, die laat hij ontstaan door de inhoud van de tekst. Wanneer de personages aan het woord komen intoneert hij steeds op een andere manier, om zichzelf enige structuur op te leggen 'alsof een oude leermeester mij gezegd heeft dat het zo hoort'. De stem van Beowulf bij voorbeeld heeft het meest verheven, zingende geluid. De verteller stuwt de handeling voort, zijn stem varieert tussen beschrijving als een zeer bevooroordeelde journalist, aldus Bagby commentaar, herhaling of verklaring.

Bagby: 'De muziek is geen enkele voorstelling hetzelfde, maar altijd afhankelijk van mijn gevoel op dat moment, van de hoeveelheid adem die ik nodig heb of waar zich toevallig mijn hand bevindt. Als men me ooit zou betrappen op een melodie die iedere uitvoering terugkeert en in een partituur genoteerd zou kunnen worden, ben ik te ver gegaan. Want dat staat haaks op mijn idee van de middeleeuwse uitvoeringspraktijk.'

Eenheid

Juist de afwezigheid van partituren was in het verleden voor Bagby de reden om zich in middeleeuwse muziek te specialiseren. Bagby: 'De Middeleeuwen kenden een organische relatie tussen muziek en uitvoerder. Het verschijnsel partituur en interpreet bestond nog niet. Later zijn dat verschillende grootheden geworden. De muziek uit de begintijd van de Europese cultuur is juist door die eenheid zo levendig. 'Orkestmusici beschouwen ons als specialisten, maar het repertoire is zo groot, de varieteit zo enorm, dat je eigenlijk niet van een specialisatie kunt spreken. Juist de uitvoerders van de romantische orkestmuziek zijn de echte specialisten. Het orkest is al bijna een eeuw niet meer veranderd. Die ontwikkeling is opgehouden, concerten met het negentiende-eeuwse repertoire zijn een historische uitvoeringspraktijk geworden. De ontwikkelingen hebben zich verplaatst naar de oude muziek, daar wordt geruzied over een bepaalde interpretatie, daar volgen de ideeen elkaar op. De wereld van de orkesten is veel conservatiever dan die van de oude muziek.' De behoefte, bij uitvoerders en publiek, om de functie van muziek in deze tijd opnieuw te onderzoeken heeft volgens Bagby geleid tot belangstelling voor muziek uit de middeleeuwen. Bagby: 'Muziek is een consumptiegoed geworden. Veel mensen denken dat ze met een betere cd-speler ook betere muziek hebben. In het verleden musiceerden ze thuis zelf, in de plaats van televisie te kijken, als een deel van het sociale leven.

Nu kan dat alleen nog in een georganiseerd verband. Muziekles wordt gerekend tot de vrijetijdsbesteding. Alles is keurig in hokjes verdeeld en muziek hoort bij de afdeling cultuur, franje. Daarmee is automatisch haar noodzaak verdwenen. 'Liefhebbers van het middeleeuwse repertoire hebben belangstelling voor een meer organische functie van muziek. Ze missen 'diepte' in de manier waarop we tegenwoordig met muziek omgaan en ze proberen iets terug te vinden van die oude, magische betekenis van muziek. In de popmuziek, die meer dan de hedendaagse klassieke muziek van deze tijd is, kun je zien wat er van de muziekconsumptie is geworden. De noten zelf worden minder belangrijk, ook de tekst doet er niet veel toe. Een song bestaat vaak uit een paar, steeds herhaalde muzikale frases. Het ritme, de sound en het uiterlijk van de zangeres zijn doorslaggevend. Misschien is Madonna wel de scop van deze tijd en is haar muziek voor velen een plaatsvervangende religieuze ervaring. 'Het ergste vind ik New Age muziek. Ik was onlangs voor concerten in Californie waar een hele industrie op dat genre drijft. Een kennis heeft voor de grap een cd opgenomen met dit soort low-energy repertoire op haar middeleeuwse harp. Ze vangt nu jaarlijks een flink bedrag aan royalty's. Stel dat het straks werkelijk mis zou gaan in Irak, dan is ineens niemand meer in deze muziek geinteresseerd en stort die hele industrie in elkaar. Want als mensen met de realiteit worden geconfronteerd, zullen ze juist echte muziek hard nodig hebben.' De NOS zal vanavond op Nederland 3 om 20.20 uur aandacht besteden aan de opening van het Festival. Op 29 september om 20.00 uur zendt de KRO op radio 4 het concert van Bagby uit.