Aan de jeugd

Is onze rug te breed dat jullie stem zo luid in dezeuitgelezen ruimte, stoort ons denkelijke zwijgen je muziek, stoot onze trage snit je aan en mors je cola op je das.

Onze woorden slingeren zo veel als op papier om diepegaten, krassen scherven in de spiegel op de plee, zo typisch.

Nee, bang om uit elkaar te vallen op het sportveld in je hoofdben je niet, dus domoor die je bent en met succes. Wij zijn jaloers, zo onnatuurlijk en wij vrezen jullie zindelijke buitenwijkin onze binnenstad, je digitale trots bij al die knopen.

Wat is het geval: schoonheid is een nieuw design, verwonderingis voor techniek, geen diepte dan je sterrenbeeld ja lachom ons, de ploegers en de zaaiers, de gelovers onderwegen mijd ons want ons oog grijpt ongezellig om zich heen.