Spanningen lopen hoog op in overvol asielcentrum

BLITTERSWIJCK, 23 aug. Het voormalig bungalowpark Het Roekenbosch ligt even buiten het Noordlimburgse Blitterswijck. Een grote slagboom belet buitenstaanders de toegang. De receptie wordt bemand door beveiligingsagenten. Boven de balie hangt een sticker 'Lekker weg in eigen land'.

Maar dat was bedoeld voor de toeristen die voorheen het bungalowpark bevolkten en niet voor de vreemdelingen die in afwachting van een woning en de behandeling van hun asielaanvraag in het park verblijven.

Overvol zit het kamp. Vijfenveertig verschillende nationaliteiten. 'Het is soms net Peyton Place', verzucht directeur H. Gerlach van het asielzoekerscentrum. De voormalig beleidsmedewerker van het ministerie van WVC zwaait hier sinds een half jaar de scepter en wordt met de meest uiteenlopende problemen geconfronteerd. Maar de dood van twee vluchtelingen, nu bijna twee weken geleden, had hij nog niet eerder meegemaakt. Gisteren is hij de hele dag bezig geweest om het transport van de stoffelijke overschottten naar Iran mogelijk te maken. 'Het is een ongelukkige samenloop van omstandigheden geweest. De een had moeilijkheden met een taxichauffeur over de betaling en trachtte er met de beurs van de chauffeur vandoor te gaan. Hij sprong over een muurtje en viel met zijn hoofd op het beton. Dat heeft hij niet overleefd. De ander werd levenloos in een van de bungalows aangetroffen. Waarschijnlijk een overdosis of verkeerd gebruik van medicijnen. Het gerechtelijk laboratorium stelt nog een onderzoek in. Maar vooralsnog lijken deze twee zaken niets met elkaar te maken te hebben'. De Iraniers denken daar vooralsnog anders over. In de eetzaal staan in een hoekje op een tafel twee portretten van de overledenen tegen twee vaasjes bloemen gesteund. 'Dat is niet vreemd. Zij komen van een land waar vermissing van familieleden aan de orde van de dag was. Daarom zijn ze juist gevlucht naar Nederland en dan gebeurt er dit. Op dat moment merk je dat je niet directeur bent van een vakantiekamp maar van een centrum met mensen in nood', zo zegt Gerlach, die begrip heeft voor de lichte ontvlambaarheid van 'zijn' inwoners in vergelijking met de nuchtere Nederlanders.

Na de vernieling van de eetzaal vorige week en een kleine demonstratie door het dorp werd een gesprek gearrangeerd met de politie, de burgemeester, vertegenwoordigers van het ministerie en de vertegenwoordiger van het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR). Na een moeizaam gesprek van twee-en-een-half uur en de toezegging van het UNHCR dat zij toezicht zouden houden op het politie-onderzoek, waren de Iraniers enigszins gekalmeerd.

Maar de twee sterfgevallen waren de bekende druppel die de emmer vol spanning in het centrum deed overlopen. Een groep Somaliers en Ethiopiers begonnen vorige week ook ineens hun onvrede te uiten over de lange wachttijden. De vluchtelingen zitten in het centrum in afwachting van een woning in een gemeente in Nederland waar ze de behandeling van hun asielverzoek verder kunnen afwachten. Het streven is dat de vluchtelingen zo snel mogelijk doorstromen, maar nu al zijn wachttijden van langer dan een half jaar geen uitzondering omdat de gemeenten niet genoeg woningen beschikbaar stellen.

De nood wordt met de dag hoger. Per dag stromen nog steeds 50 tot 100 asielzoekers Nederland binnen. Vorige maand waren het er in totaal 1705. Een aantal dat nu in augustus al is gehaald terwijl de maand nog niet voorbij is.

Het ministerie van WVC weet niet meer waar ze de vluchtelingen moeten onderbrengen. 'Het zit gewoon vol', zegt een woordvoerder van het ministerie van WVC. 'Voor tweehonderd man hebben wij vandaag gewoon geen plaats'.