Riad stopt export van brandstof om leger VS tebevoorraden

ROTTERDAM, 23 aug. Saoedi-Arabie zet zijn export van olieprodukten (niet van ruwe olie) volgende maand voor een belangrijk deel stop om de Amerikaanse legereenheden van voldoende brandstof te kunnen voorzien. De vraag van de Amerikanen naar vliegtuigbenzine, autobenzine en dieselolie is zo groot dat de brandstofvoorziening voor de Saoediers zelf de afgelopen dagen in gevaar kwam.

Klanten in het Verre Oosten en elders in de wereld kregen gisteren de boodschap dat contracten voor de levering van brandstoffen in september als gevolg van de moeilijke situatie door de Golfcrisis niet kunnen worden nagekomen. Direct na de aankondiging stegen de prijzen voor olieproduktenin Singapore en Tokio fors.

In New York werd gisteren op de olietermijnmarkt de hoogste notering in bijna zes jaar bereikt: 31,25 dollar per vat West Texas Intermediate voor levering in oktober, een stijging van 2,45 dollar. Handelaren houden op termijn rekening met een prijsstabilisatie. Een besluit van de OPEC (Organisatie van olie-exporterende landen) om de weggevallen produktie van Irak en Koeweit te compenseren, zou daartoe bijdragen, maar binnen de OPEC bestaan hierover nog steeds grote meningsverschillen. Verwacht wordt dat olieministers van een aantal lidstaten zondag in Wenen bijeenkomt voor 'consultatieve besprekingen'.

Saoedi-Arabie, Venezuela en de Verenigde Arabische Emiraten willen hun produktie verhogen. In hun (tot nu toe mislukte) pogingen om een spoedvergadering van de OPEC bijeen te krijgen werden ze gesteund door Ecuador, Koeweit en Qatar. Volgens kringen in deolie-industrie beslaan de Saoedische contracten de levering van 300.000 vaten (van 159 liter) per dag aan olieprodukten, voornamelijk aan landen in het Verre Oosten. Saoedi-Arabie heeft volgens deze bronnen voldoende raffinaderij-capaciteit om de brandstoffen aan het Amerikaanse leger te leveren. Alleen aan een speciale brandstof voor jachtvliegtuigen, de oorlogsschepen en tanks die met turbinemotoren zijn uitgerust, JP-5, zou nu al een tekort bestaan. Slechts een raffinaderij in de regio, namelijk in Koeweit, produceerde deze brandstof tot voor de Iraakse invasie. De Amerikanen en hun NAVO-partners proberen nu 500.000 ton JP-5 per maand te kopen bij raffinaderijen in het Middellandse Zeegebied en in het Verre Oosten. Een vergelijkbare brandstof, JP-4, kan wel door de Saoedische raffinaderijen geproduceerd worden, zij het dat voor het mengen daarvan extra opslagtanks nodig zijn.

Raffinaderijen in Qatar, Bahrein en Abu Dhabi exporteren ook olieprodukten. Het is nog niet duidelijk of deze worden beperkt. Oliehandelaren zeggen dat de export van brandstoffen uit de hele regio, die met 600.000 vaten per dag verminderde na de sluiting van de Koeweitse raffinaderijen, geheel stopgezet kan worden omdat er nu al niets meer verkocht wordt. 'Nationale oliemaatschappijen zeggen dat er niets te verkopen valt tot 1991', zei een oliehandelaar in het gebied. 'Alle Golfstaten leggen nu voorraden aan, onder meer voor strategische doeleinden'. (Reuter)