Recherche: cijfers over visvangsten bijgesteld

DEN HAAG, 23 aug. Het onderzoek van de rijksrecherche naar de controle op de visvangst toont aan dat deze de afgelopen jaren zeer gebrekkig en ondoorzichtig was. Gegevens van de Algemene Inspectiedienst (AID) in Kerkrade werden tegen de zin van dit controle-apparaat achteraf bijgesteld door ambtenaren van het ministerie in Den Haag. In de meeste gevallen betrof het een verhoging van de aantallen.

De politieke positie van minister Braks hangt zeer nauw samen met de uitkomst van het onderzoek. Er worden weliswaar geen frauduleuze handelingen aangetoond, maar wel komt het functioneren van het departement nadrukkelijk aan de orde. De Tweede Kamer eiste drie jaar geleden van minister Braks dat de regels voor de visvangst beter zouden worden nageleefd.

Omdat het deze keer meer dan anders sterk afhangt van de formulering, bestuderen ambtenaren van de ministeries van justitie en van landbouw reeds een zesde versie van een samenvatting voor de Tweede Kamer. Het rapport was op 24 juli j.l. gereed en de ministers dachten hun conclusies drie weken later naar de Tweede Kamer te kunnen sturen. De Kamercommissie voor de visserij wordt op zijn vroegst eind volgende week ingelicht. Het recherche-onderzoek brengt grote verschillen aan het licht tussen wat de diverse regio's aan hoeveelheden vis registreerden. De vangstcijfers van de inspecteurs in het noorden liggen om onverklaarbare redenen gemiddeld ruim tien procent lager dan in het zuiden. Bij de inspectiedienst bestaan zeer uiteenlopende opvattingen over de te hanteren normen, aldus het rapport. Minister Braks heeft uit ontevredenheid over het functioneren van de AID opdracht gegeven te onderzoeken hoe de werkwijze van de dienst kan worden verbeterd.

De rijksrecherche begon het onderzoek in opdracht van de ministers Braks en Hirsch Ballin (justitie) na de beschuldiging dit voorjaar door een oud-inspecteur van de AID dat de leiding van de inspectiedienst had gefraudeerd met de cijfers. De AID-top had volgens deze vroegere medewerker bewust hoeveelheden achtergehouden, waardoor maar liefst zestig procent van de vangst buiten de registratie bleef. De oud-inspecteur heeft zijn beweringen tegenover de rijksrecherche inmiddels danig afgezwakt.

Braks werd drie jaar geleden 'verwijtbaar medeweten' aangewreven na een door de Tweede Kamer gehouden onderzoek naar de visserijfraude. De Kamer verlangde voortaan een betrouwbare controle op de visvangst. Na nieuwe beschuldigingen deelde Braks de Tweede Kamer in juni mee dat de vissers in l989 hun quota voor tong en kabeljauw met ongeveer vijftig procent hadden overschreden. De minister baseerde zich op gegevens van het Landbouw Economisch Instituut en het Centraal Bureau voor de Statistiek.

De rijksrechercheurs en de procureur-generaal in Arnhem, mr. J. H. G. Boekraad die hun bevindingen samenvatte, stellen vast dat de controle op de visvangst volstrekt ondoorzichtig werd door de bewerking in De Haag. Ook voor ingewijden blijkt het verbazingwekkend dat Haagse ambtenaren op eigen houtje de registratie van de inspectiedienst konden bijwerken. Zij hadden toegang tot het computersysteem van de AID. In de Tweede Kamer is al vaker de vraag aan de orde geweest hoe onafhankelijk de positie van de AID is. Enkele Kamerleden hebben er reeds voor gepleit om de dienst helemaal los te maken van het ministerie. De voormalige chef van de directie visserij, ir. W. L. A. G. Tacken en de later naar de ambassade in Londen 'weggepromoveerde' directeur van de inspectiedienst, H.de Boer hebben jarenlang geruzied over de verwerking van de vangstcijfers. De Boer wilde alleen visvangsten die werkelijk te bewijzen waren ('getelde vis') in het computersysteem registreren. De directeur visserij, thans directeur van de Landbouwvoorlichtingsdienst, vond echter gegevens uit administratief onderzoek ook bruikbaar. 'Rekeningen voor levering van vis die AID-ers bij vissers hadden gevonden waren voor Tacken ook interessant. Hij rekende geld om naar hoeveelheden vis', aldus een bron. Tacken, die informanten had in de verschillende havens, kwam op veel grotere hoeveelheden dan het eigen controle-apparaat van het ministerie. De inspectiedienst wilde administratieve onderzoeken bij de vissers laten volgen door een onderzoek van het openbaar ministerie. Daar gaf men, zoals het rapport van de rijksrecherche zegt, dergelijke acties nogal lage prioriteit, ook al omdat er in strafrechterlijke zin vrijwel zeker niets mee kon worden gedaan. Noch de secretaris-generaal noch de minister zouden op de hoogte zijn geweest van de ruzies en manipulaties met cijfermateriaal.