Rabbit wil de wereld beschermen

READING, 23 aug. 'We hebben wel gepraat over het effect op de economie. Die operatie kost 20 miljoen dollar per dag', zegt Joe Shepsko over de Amerikaanse interventie in het Midden-Oosten. Hij leunt achterover in zijn stoel in de Honda-showroom van Reading. Achter hem klettert een zachte zomerregen tegen de ramen, auto's glijden voorbij over Route 222. 'De economie zat al in het slop, en het gaat nu helemaal naar een recessie.' Harry 'Rabbit' Angstrom, de held van Updike's Rabbit-boeken, was in het een na laatste boek de veertig net gepasseerd, een voldane, succesvolle mede-eigenaar van een van de twee Toyota-agentschappen in het denkbeeldige plaatsje Brewer in Pennsylvania. Updike schilderde Rabbit en Brewer als de belichaming van de American way of life een van de redenen voor president Bush om tienduizenden soldaten naar het Midden-Oosten te sturen. (wat inderdaad 21,5 miljoen dollar per dag kost.)Brewer bestaat echt: model ervoor stond Reading, dit plaatsje in een dal in het zuidoosten van Pennsylvania, halverwege tussen New York en Washington. Updike's Route 111 is in werkelijkheid Route 222; en Joe Shepsko klinkt als een Rabbit van 1990, een autohandelaar die de wereld beziet in termen van aantallen verkochte auto's. 'We moesten het doen, om onze belangen te beschermen en die van de rest van de wereld.'

Maar Amerika hoeft toch niet voor de rest van de wereld te zorgen? 'Zoiets raakt de hele wereldeconomie, ' zegt hij resoluut. 'Dus ook ons', vindt hij een zo vanzelfsprekende conclusie dat hij het niet eens zegt maar gewoon zijn schouders ophaalt.

President Bush heeft gisteren bekendgemaakt dat voor het eerst sinds 1968 reservisten zullen worden opgeroepen, misschien wel 200.000. Reading, Updike's model voor Middle America, heeft net als iedere plaats van enige omvang in Amerika zijn reservisten-eenheden, en honderden reserve-militairen. Die komen een keer per maand drie dagen op voor oefeningen waarvoor zij tussen de 120 en 300 dollar krijgen. Verder is er geen beloning, alleen de wetenschap dat zij hun land dienen.

Kapitein James Dixon is full-time hoofd van de Vierde Divisie Mariniers (reserve), derde Bataljon, 14de Mariniers. Hij is 36, kortgeknipt, en oogt indrukwekkend fit. Hij glimlacht vriendelijk en maakt een behulpzame indruk, maar besluit weinig te zeggen. Hij lijkt sterk onder de indruk van de ernst van de situatie.

Zal zijn onderdeel worden opgeroepen? 'Het is niet aan mij om voor de president te spreken', zegt hij, zittend achter zijn bureau in de barakken aan Kenhorst Boulevard. Hoeveel mensen heeft hij onder zich? Dat kan hij niet zeggen. Zijn zijn mannen zenuwachtig? 'In het algemeen kun je zeggen dat mariniers tamelijk agressief zijn, dus je kunt ervan uitgaan dat ze bereid zijn te gaan als ze opgeroepen worden.'

Is hij zelf bereid? 'Ik heb twaalf jaar geoefend om mijn land te verdedigen, en de belangen van het land.' Thomas 'Tommy' Stout, hoofdartikelenschrijver van de Reading Times, is zelf een reservist. De wet beschermt werknemers: hun baan wordt vier jaar gegarandeerd, pensioenafdrachten worden doorbetaald. Maar een van de problemen voor reservisten is dat zij minder verdienen in dienst dan in hun gewone beroep. 'Het dienstinkomen is niet genoeg voor de rekeningen die blijven binnenkomen voor het gezin', zegt hij. Hij kent een tandarts die zijn praktijk zal moeten stilleggen als hij wordt opgeroepen. Reading telt 70.000 inwoners, 225.000 als je alle omliggende plaatsjes meetelt. Het stadje werd in de achttiende eeuw gesticht, is altijd een ambachtelijk en industrieel centrum geweest en heeft de pieken en de dalen in de economie goed doorstaan. Reading beleeft geen tweede jeugd; het is beter te zeggen dat het waardig oud is geworden. Langs de Schuylkill rivier staan nog steeds de rode bakstenen fabrieksgebouwen die getuigen van een eerder industrieel tijdperk; maar het plaatsje heeft zich aangepast, het centrum leeft nog steeds, en enkele deftige straten met goed onderhouden, oudere herenhuizen geven Reading een air van zelfverzekerde burgerlijkheid. Werkloosheid is 4,5 procent, onder het landelijk gemiddelde; de bevolking is ietsje conservatiever en ietsje meer vaderlandslievend, en kent een stuk minder rassenproblemen dan de grote steden.

Benzinezuiper

Er is apathie, zeker, en onbenul. 'Ik heb een benzinezuiper, acht mijl per gallon', zegt 17-jarige Joe Napoli die met zijn vrienden bij Wendy's een hamburger eet. 'En de benzine was vrijdag 1,48 voor super loodvrij. Een acht en veertig! Dat was 1,23 vroeger!' Zijn auto doet de kwart mijl in 15,1 seconde, zegt hij, maar over Irak heeft hij verder niet nagedacht.

Maar dat zijn uitzonderingen. Vrijwel iedereen die je spreekt in Reading, blank of zwart, arm of rijk, oud of jong, heeft duidelijk de crisis met meer dan gewone aandacht gevolgd, en heeft er een mening over. Greg Secor, eigenaar van een tabaks- en tijdschriftenwinkel in het centrum, zegt dat de kranten veel eerder zijn uitverkocht dan normaal.

Dat weerspiegelt de rest van het land: volgens het Times Mirror Center for the Public and the Press, dat sinds twee jaar de belangstelling voor nieuws meet, vindt 85 procent van de ondervraagden het Irak-verhaal het belangrijkste op dit moment. Dat is een record in die twee jaar: de val van de Berlijnse muur, de bezoeken van 'Gorby' en zelfs de invasie van Panama scoorden minder.

Carole Bentz, 48 jaar en een lopende bandwerker in de fabriek van AT en T in Reading, zegt dat ze alles leest sinds het begin van de crisis. Ze praat bij de ingang van de Acme supermarkt, aan het eind van de dag. 'Wat ik echt denk, dat wil je niet horen', zegt ze. Jawel hoor. Ze bloost bijna. 'Ik denk dat hij vermoord moet worden door iemand', zegt ze dan. 'Dat zou een eind eraan maken. Ik denk dat hij een bedreiging is, zijn plan om chemische oorlog te voeren ... ik weet niet wat er gaat gebeuren.'

Ze is vol bange vermoedens; zegt het boek Openbaring in de Bijbel immers niet dat het eind van de wereld in het Midden-Oosten zou beginnen? Een enorme meerderheid steunt de beslissingen van president Bush, hoewel niet iedereen het even bedachtzaam uitdrukt als Joe Farrell, columnist van de Reading Times. 'Ik bespeur, in tegenstelling tot eerdere operaties, veel meer vastberadenheid en veel minder enthousiasme', zegt hij in een gesprek op de redactie. 'Er is een gevoel van noodzaak. Ik geloof dat mensen de analogie met Munchen begrijpen als we het niet nu doen moet het later gebeuren Niemand zegt 'We gaan ze eens even in elkaar rammen'.' Nou ja, bijna niemand.'Blaas ze op!' 'Blaas ze op!' roept Tim Harris, die met ontbloot bovenlichaam in Betsy's Laundromat de was staat op te vouwen. 'Ze zijn al jaren bezig ons leven te verpesten. Take them out' wat Clint Eastwood-taal is voor 'Maak ze onschadelijk'. Hij kijkt naar zijn vriend Gary Spencer. Die is wat bedachtzamer. 'Amerika heeft de goede beslissing genomen, maar ik hoop dat ze een andere middel kunnen vinden, de economische sancties of zo.' Harris, 28, blijkt een werkloze machinebankwerker en vader van drie kinderen; Spencer (33), evenens vader van drie kinderen, een werkloze kraanchauffeur. Spencer is zwart, en zijn aarzeling is kenmerkend: slechts 41 procent van de zwarten in het land is voor het zenden van troepen, tegen 74 procent onder de blanken.

Maar als er iets moet gebeuren, dan liever snel en doorslaggevend. 'Je kunt je niet veroorloven een langdurige situatie daar te hebben', zegt hij. 'Hoe kun je een oorlog gaande houden aan de andere kant van de wereld? Los het op en maak dat je wegkomt.' Marie Clark, een 55-jarige eigenares van een televisiewinkel, zegt bij de ingang van de Acme supermarkt dat je nooit kunt weten wat de goede beslissing is, maar dat het zenden van soldaten waarschijnlijk onvermijdelijk was. 'Je kunt niet altijd maar voorzichtig, voorzichtig, voorzichtig zijn', zegt ze. Maar moeten de VS de eerste klap uitdelen? 'Nee.' En er zijn dissidenten. Roberto Avila (30), die elf jaar geleden vanuit Mexico kwam en nu in Betsy's Laudromat werkt, zegt dat de Amerikaanse president er is om de problemen in zijn eigen land op te lossen, niet in de rest van de wereld.

Krantenverkoper Greg Secor, zelf een Vietnam-veteraan, trekt aan zijn filtersigaret en vindt het duidelijk vreselijk. 'Het verbaast me dat hij (Bush) zo veel steun heeft gekregen, het zijn toch dezelfde omstandigheden als met Vietnam.'

Hij neemt nog een trek. 'Als er maar geen jonge mensen gedood worden..' Wendy James, 22 jaar oud, legt kabels voor televisie-ontvangst. Ze is twee jaar verpleegster geweest bij de luchtmacht. 'Ik heb erover gedacht me aan te melden. Ik zou zo kunnen gaan. Maar ik heb besloten het niet te doen, omdat ik er niet in geloof', zegt ze. Waarom niet? 'Ik vind het stupide. We vechten voor olie, niks anders!' Maar is de aanvoer van voldoende olie niet in het nationaal belang? 'We hebben zelf olie. Misschien niet genoeg, maar is dat een reden om een hoop mensenlevens op het spel te zetten in een oorlog? Ik kan wel lopen. Ik vind autorijden nog steeds een luxe.'